Er liep iets mis. De pagina is tijdelijk onbeschikbaar.

Economische Vooruitzichten augustus 2026

Lees de volledige publicatie hieronder of klik hier om de PDF te openen.

Blikvangers

  • De hervatting van het conflict in het Midden-Oosten heeft de energiemarkten doen opschrikken, aangezien het scheepvaartverkeer door de Straat van Hormuz opnieuw sterk is verstoord. De vijandelijkheden tussen Saoedi-Arabië en de Jemenitische Houthi's beperken bovendien ook de Saoedische olie-uitvoer via de Rode Zee. Daarnaast hebben Oekraïense aanvallen op de Russische olie-infrastructuur ook de Russische olie-uitvoer verminderd. Al deze ontwikkelingen deden de Brent olieprijzen opveren van een laagtepunt van 71 USD per vat in juni tot 87 USD per vat (per 10 augustus). De futurescurve blijft evenwel neerwaarts hellen, wat erop wijst dat de markten nog altijd verwachten dat er op korte termijn een oplossing voor het conflict in Iran zal komen. Dit komt overeen met ons basisscenario. De aardgasprijzen veerden op van een laagtepunt van 40 EUR per MWh in juni tot 60 EUR per MWh (per 10 augustus). Terwijl de oorlog in het Midden-Oosten de gasvoorziening beperkt, hebben hittegolven de vraag naar aardgas verhoogd. Bovendien zijn de aardgasreserves historisch laag (59% van de totale buffercapaciteit) en moeten ze snel worden aangevuld voor de aanvang van de winter, wat verdere vraagdruk veroorzaakt.
  • In de eurozone bedroeg de inflatie in juli 2,9%, tegenover 2,8% in juni en 3,2% in mei. De volatiliteit wordt in belangrijke mate veroorzaakt door de energieprijzen, die in juli 10,0% hoger lagen dan een jaar voordien, in vergelijking met een jaarstijging van 8,5% in juni en 10,8% in mei. De voedingsprijsinflatie koelt daarentegen opvallend sterk af: van 2,4% in maart en april tot 1,2% in juli. De kerninflatie kwam in juli uit op 2,5%, na 2,4% in juni en 2,6% in mei. De volatiele energieprijzen zullen in de komende maanden het inflatieverloop blijven bepalen en de voorspelbaarheid ervan aanzienlijk bemoeilijken. We verwachten voor 2026 een gemiddelde inflatie van 2,8%, gevolgd door 1,8% in 2027. Die verwachting is gebaseerd op de hypothese van een normalisatie van de energieprijzen, aangezien de energieschok naar verwachting tijdelijk zal zijn en zal afnemen in de aanloop naar de Amerikaanse tussentijdse verkiezingen (basisscenario), en van het grotendeels uitblijven van tweederonde-effecten van de energieprijsopstoot op de kerninflatie.
  • De Amerikaanse inflatie nam in juni af, van 4,2% naar 3,5% op jaarbasis, met een prijsdaling van 0,4% op maandbasis. Dit zachtere cijfer was grotendeels toe te schrijven aan een daling van de energieprijzen met 5,7%. Ook de prijsdynamiek van andere componenten was zwak. De voedingsprijzen stegen met een bescheiden 0,2%. Nog opvallender was dat de kerninflatie daalde van 2,8% naar 2,6%. De prijzen van kerngoederen namen licht af, dankzij lagere prijzen van voertuigen, meubels, apparaten, kleding en farmaceutische producten. De prijzen van kerndiensten bleven ongewijzigd. De huisvestingsprijzen namen met slechts 0,1% toe. Deze vertraging in de prijsdynamiek was deels voor rekening van een daling van de hotelprijzen en een zwakke huurinflatie. Ook de prijswijziging van andere dienstencomponenten bleef bescheiden. Opvallend was de zelfs grote prijsdaling voor gezondheidszorg en autoverzekeringen. De kerninflatie zal wellicht blijven afnemen, gezien de bescheiden loondruk en een matiging van de huurinflatie. We verwachten dat de Amerikaanse inflatie dit jaar gemiddeld 3,3% zal bedragen en in 2027 zal terugvallen naar 2,5%.
  • Met een groei van 0,4% tegenover het voorgaande kwartaal verraste het reële bbp van de eurozone in het tweede kwartaal van 2026 opnieuw in positieve zin. De oorspronkelijk geraamde krimp van het bbp in het eerste kwartaal (-0,2%) werd herzien naar een nulgroei. In beide gevallen speelden de Ierse cijfers een belangrijke rol. Ze vertekenen het beeld van de onderliggende groeidynamiek, eerst negatief in Q1, dan positief in Q2. Exclusief Ierland, groeide het reële bbp van de eurozone zowel in het eerste als in het tweede kwartaal met 0,3%. Dat wijst op een nog altijd sterker dan verwachte economische veerkracht. Die is in belangrijke mate te danken aan de Spaanse economie, die in het tweede kwartaal opnieuw een groei van 0,7% liet optekenen. In Duitsland vertraagde de groei weliswaar tegenover het (tot 0,4% opwaarts herziene) cijfer van het eerste kwartaal. Maar met 0,2% bleef die niettemin boven de verwachtingen. In Frankrijk en Italië bedroeg de groei eveneens 0,2%, en ook dat was meer dan verwacht. Ondanks de verbetering van de sentimentsindicatoren in de eerste zomermaanden blijven onze verwachtingen voor de groei in de nabije toekomst voorzichtig, gezien de talrijke mogelijke stoorzenders, waaraan zich recent de hitte en lage waterstanden op belangrijke binnenlandse vaarroutes hebben toegevoegd. Naarmate het stimuleringsprogramma van de Duitse regering op kruissnelheid komt, zal de groei niettemin een steviger fundament krijgen. We verwachten voor de eurozone een reële bbp-groei van gemiddeld 0,7% in 2026 en 1,1% in 2027.
  • De Amerikaanse economie blijft het al bij al goed doen. De bbp-groei vertraagde wel van 0,5% kwartaal-op-kwartaal in Q1 tot 0,4% in Q2, maar die vertraging was grotendeels te wijten aan meer volatiele componenten. Zowel de voorraadwijziging als de netto-uitvoer leverden namelijk een grote negatieve groeibijdrage. De overheidsuitgaven droegen eveneens, zij het beperkt, negatief bij, deels door de afbouw van de Strategische Petroleumreserve. De bestedingen van de consumenten bleven evenwel solide, ondanks de stijging van de energieprijzen, en droegen 0,5 procentpunt bij tot de groei. De niet-residentiële investeringen leverden opnieuw een sterke bijdrage, dankzij forse investeringen in apparatuur en intellectuele eigendomsproducten. De indicatoren inzake ondernemerssentiment blijven wijzen op een aangehouden solide groei. Een grote stijging in de autoverkopen voorspelt ook veel goeds voor de consumentenbestedingen in Q3. Daar staat tegenover dat de arbeidsmarkt enigszins verzwakte, aangezien het aantal banen in juli met 23.000 afnam. De werkloosheidsgraad daalde evenwel tot een lage 4,1%. We voorspellen nu een jaargemiddelde bbp-groei in de VS van 2% in zowel 2026 als 2027.
  • De Chinese bbp-groei vertraagde in het tweede kwartaal tot 4,3% op jaarbasis. De groeibijdrage van zowel de consumptie als de investeringen viel terug. De groei liet ook een vertraging zien in termen van kwartaal-op-kwartaalwijziging. Die nam af van 1,3% in Q1 naar 0,9% in Q2, wat de vraag oproept of het officiële groeidoel van de overheid voor 2026 (4,5-5,0%) wel nog haalbaar is. Wij gaan uit van een jaargemiddelde bbp-groei in 2026 die aan de onderkant van deze bandbreedte ligt, rekening houdend met een eindjaarsboost als gevolg van naar voren geschoven overheidsuitgaven. Er blijft evenwel heel wat tegenwind voor de Chinese economie.  De vastgoedsector corrigeert nog altijd, wat op het vertrouwen weegt. Officiële enquêtes inzake ondernemerssentiment voor zowel de verwerkende als de niet-verwerkende nijverheid wezen in juli op een krimp van de activiteit. De consumptie en investeringen kunnen de komende kwartalen daarom zwak blijven. Hoewel de uitvoer de bbp-groei blijft ondersteunen, is een zwakkere uitvoervraag als gevolg van een volatieler wereldwijd economisch klimaat een belangrijk groeirisico. We verwachten dat de Chinese groei in 2027 zal vertragen tot 4,2%. Hoewel de producentenprijsinflatie, die in juli op 3,5% jaarbasis bedroeg, duurzaam naar positief terrein is teruggekeerd (na meer dan drie jaar deflatie en deels als gevolg van hogere energieprijzen), blijven zowel de kern-CPI-inflatie als de brede CPI-inflatie relatief gematigd (respectievelijk 0,9% en 0,5% in juli), wat de aanhoudende onevenwichtigheden tussen vraag en vraag in de Chinese economie benadrukt. We verwachten dat de Chinese inflatie in zowel 2026 als 2027 gemiddeld slechts 1,1% zal bedragen. 
  • De aanhoudende energiecrisis bemoeilijkt het monetaire beleid. De hogere olieprijzen duwen de inflatie ruim boven de doelstellingen van de centrale banken en ze tasten tegelijk ook de groei aan. Als reactie op de hogere inflatie heeft de ECB haar beleidsrente reeds in juni verhoogd. Hoewel de ECB de rente tijdens haar vergadering in juli ongewijzigd hield, verwachten we dat zij in september haar depositorente zal verhogen tot 2,50% als reactie op de toegenomen inflatiedruk. We gaan er in ons basisscenario van uit dat de depositorente zowel in 2026 als 2027 op dit niveau blijft. De Fed heeft haar beleidsrente dit jaar nog niet verhoogd, al waren er tijdens de beleidsvergadering van juli wel al drie FOMC-leden die voor een renteverhoging stemden. Bovendien benadrukte FOMC-voorzitter Warsh dat de economie en de arbeidsmarkt veerkrachtig zijn en dat de PCE-inflatie boven de 2%-doelstelling blijft liggen. Wij verwachten daarom dat de Fed de beleidsrente zal verhogen op haar vergadering in september, maar dat er geen bijkomende verhogingen zullen zijn voor de rest van het jaar. Ons basisscenario voor de beleidsrente is sterk afhankelijk van de verdere ontwikkeling van het conflict in het Midden-Oosten. Een langdurig conflict (met nog hogere energieprijzen als gevolg) zou leiden tot een meer ‘haviks’ monetair beleid van de Fed en de ECB. De opleving van de energieprijzen heeft ook de rentes op overheidsobligaties verhoogd. De Duitse en Amerikaanse 10-jaarsrente steeg eind juli tot respectievelijk 3,2% en 4,75%. We verwachten dat deze rentes opnieuw licht zullen dalen tot 3,15% en 4,55% tegen het einde van 2027.
  • De Belgische economie stagneerde in het tweede kwartaal van 2026 te midden van geopolitieke risico’s en hogere energieprijzen. De 0%-groei kwam licht lager uit dan wat wij hadden verwacht (0,05%) en was een verzwakking tegenover de 0,2%-groei in het eerste kwartaal. De toegevoegde waarde (in reële termen) daalde in de industrie (-0,8%) en in de bouw (-0,5%), terwijl de diensten (+0,2%) een positieve groei bleven optekenen. Zowel het consumenten- als producentenvertrouwen verbeterde in juli verder, na het dieptepunt dat beide indicatoren hadden bereikt in respectievelijk mei en april. We houden vast aan onze prognose van een geleidelijk maar traag herstel van de kwartaalgroei in de tweede helft van het jaar, wat resulteert in een magere jaargemiddelde bbp-groei van 0,6% in 2026. Ook voor 2027 houden we ons groeivooruitzicht onveranderd op 1,1%. De Belgische HICP-inflatie steeg van 3,3% in juni naar 3,5% in juli, toe te schrijven aan een hogere jaarinflatie voor energie, voeding en diensten, terwijl de inflatie voor kerngoederen daalde. De kerninflatie (d.w.z. exclusief energie en voeding) steeg minder, van 3,0% naar 3,1%. We gaan ervan uit dat de Belgische algemene inflatie dit jaar gemiddeld 3,2% zal bedragen en in 2027 zal vertragen tot 2,1%.
  • De Tsjechische CPI-inflatie, die licht steeg van 1,5% in juni naar 1,7% in juli, werd voornamelijk gedreven door de hogere olieprijzen en het einde van de overheidsmaatregelen die de impact van de energieprijsstijgingen moesten verzachten. De voedingsprijzen daalden met 3,1% op jaarbasis en zetten zo neerwaartse druk op de algemene inflatie. De binnenlandse prijsdruk bleef hoog, met een diensteninflatie die versnelde tot 4,7% en een kerninflatie die dicht bij de 3% lag. Hoewel de inflatie onder de 2%-doelstelling van de CNB blijft, ondersteunen aanhoudende onderliggende prijsdruk en robuuste loonstijgingen de beslissing van de centrale bank om haar tweewekelijkse reporente op 3,75% te houden. Intussen kwam er opnieuw vaart in de Tsjechische economie in het tweede kwartaal van 2026. Het reële bbp groeide met 0,4% kwartaal-op-kwartaal na een groei van 0,2% in het eerste kwartaal. De particuliere consumptie en de buitenlandse vraag waren de belangrijkste drijvers van de bbp-groei. Zij werden ondersteund door de stijgende reële inkomens en veerkrachtige consumentenbestedingen. De investeringsactiviteit bleef evenwel gematigd vanwege de verhoogde geopolitieke onzekerheid. We verwachten dat de Tsjechische bbp-groei 2,0% zal bedragen in 2026, hoewel de risico’s neerwaarts gericht zijn door de geopolitieke spanningen en hun mogelijke impact op de energieprijzen en de buitenlandse vraag.
  • De Hongaarse economie groeide in het tweede kwartaal van 2026 met 0,4% kwartaal-op-kwartaal en 1,7% jaar-op-jaar. De industrie en de dienstensector duwden het bbp omhoog, terwijl de landbouw een negatieve bijdrage leverde. We verwachten dat de particuliere consumptie de economie zal blijven ondersteunen in de rest van het jaar. Onze voorspelling is dat de Hongaarse reële bbp-groei 1,8% zal bereiken in 2026 en vervolgens versnelt tot 2,6% in 2027. De Hongaarse inflatie daalde in juli tot 1,2% als gevolg van de lagere energie- en voedingsprijzen. De kerninflatie nam af tot 1,9%. In diezelfde maand verlaagde de centrale bank (MNB) haar belangrijkste basisrente met 25 basispunten tot 5,75%, het laagste niveau sinds mei 2022. Een sterke munt, de toegenomen stabiliteit na de verkiezingen en de vrijgave van bevroren EU-structuurfondsen boden ruimte voor een monetaire versoepeling. Lagere kredietkosten zullen het herstel van de private sector tot eind 2026 ondersteunen. De geleidelijke afbouw van allerhande door de overheid opgelegde prijscontroles zorgt voor een licht verhoogd inflatierisico voor de tweede jaarhelft van 2026.
  • In Slowakije nam de inflatiedruk opnieuw af. De HICP-inflatie daalde van 3,5% jaar-op-jaar in juni naar 3,0% in juli, het laagste cijfer in twee jaar. Deze beweging werd voornamelijk veroorzaakt door aanhoudende dalingen van de voedingsprijzen, terwijl de zwakke binnenlandse vraag hielp om de onderliggende prijsdruk in toom te houden. Het begrotingsconsolidatiepakket van de overheid blijft neerwaartse druk zetten op de koopkracht van huishoudens en beperkt zo de groei van de particuliere consumptie. Wij voorspellen dat de gemiddelde HICP-inflatie 4,1% zal bedragen in 2026, gedreven door energiegerelateerde prijsdruk, terwijl de reële bbp-groei in 2026 gematigd blijft op 0,6% om vervolgens op te veren tot 1,2% in 2027.
  • Ook de Bulgaarse inflatie vertraagde aanzienlijk. De algemene CPI-inflatie daalde van 5,5% in juni naar 4,4% in juli, terwijl de geharmoniseerde inflatie (HICP) vertraagde tot 4,1%. Bevragingen bij binnenlandse bedrijven wijzen niettemin nog altijd op aanhoudende beperkingen aan de aanbodzijde. Zo gaf 33,3% van de industriële ondernemingen in juli aan dat arbeidstekorten een rem zetten op hun activiteit, terwijl de totale uurloonkosten in Q1 2026 met 13,4% jaar-op-jaar stegen. We verwachten nog altijd dat de inflatie dit jaar gemiddeld 4,7% zal bedragen en volgend jaar 3,5%. De Bulgaarse groeivooruitzichten blijven gunstig, mede dankzij de recente invoering van de euro. Voorlopende cijfers wijzen ook op sterkere buitenlandse directe investeringen (FDI). Wij gaan uit van een bbp-groei van 2,6% dit jaar en 2,4% volgend jaar.

Economische update landen en regio's

België

Centraal- en Oost-Europa

Meest recente voorspellingen


 
Reële bbp-groei (periodegemiddelde, berekend uit kwartaalcijfers, in %)Inflatie (periodegemiddelde, in %)
 202520262027202520262027
EurozoneEurozone1,30,71,12,12,81,8
Duitsland0,30,90,92,22,72,4
Frankrijk0,90,60,90,92,21,6
Italië0,70,80,71,62,81,7
Spanje2,82,51,92,72,72,2
Nederland1,61,31,23,02,42,0
België1,00,61,13,03,22,1
Ierland12,3-2,76,52,13,52,9
Slowakije0,80,61,24,24,13,5
Centraal- en Oost-EuropaTsjechië2,72,02,12,32,13,3
Hongarije0,41,82,64,42,23,1
Bulgarije3,22,62,43,54,73,5
Polen3,63,23,23,43,22,6
Roemenië0,7-0,22,36,88,14,1
Rest van EuropeVerenigd Koninkrijk1,31,01,13,33,32,6
Zweden1,82,12,32,60,72,0
Noorwegen (mainland)1,71,51,82,83,42,6
Zwitserland1,41,11,30,10,60,7
Opkomende economieënChina4,94,54,20,01,11,1
India*7,76,76,72,14,84,7
Zuid-Afrika1,11,31,43,24,53,8
RuslandTijdelijk geen voorspellingen omwille van grote onzekerheid
Turkije3,62,83,734,930,923,3
Brazilië2,31,91,85,04,64,0
Andere ontwikkelde economieënVerenigde Staten2,12,02,02,73,32,5
Japan 1,10,60,83,21,92,3
Australië2,01,91,82,84,22,9
Nieuw-Zeeland0,71,72,42,83,62,3
Canada1,90,71,82,22,72,0
* fiscaal jaar van april tot maart    10/8/2026

Beleidsrentes (einde periode, in %)

  10/8/2026Q3 2026Q4 2026Q1 2027Q2 2027
EurozoneEurozone (refi-rente)2,402,652,652,652,65
Eurozone (depo-rente)2,252,502,502,502,50
Centraal- en
Oost-Europa
Tsjechië3,753,753,753,753,75
Hongarije (base rate)5,755,505,505,255,00
Polen3,753,753,753,503,50
Roemenië6,506,506,506,506,50
Rest van EuropeVerenigd Koninkrijk3,753,753,753,753,75
Zweden1,751,752,002,002,00
Noorwegen4,254,504,504,504,50
Zwitserland0,000,000,000,000,00
Opkomende
economieën
China (7d rev repo)1,401,401,401,301,20
India5,255,255,255,255,50
Zuid-Afrika7,007,257,257,007,00
RuslandTijdelijk geen voorspellingen omwille van grote onzekerheid
Turkije37,0037,0035,0033,0030,50
Brazilië14,0014,0013,7513,2513,00
Andere ontwikkelde economieënVerenigde Staten (midden doelbereik)3,6253,8753,8753,8753,875
Japan 1,001,001,251,251,25
Australië4,354,354,354,354,35
Nieuw-Zeeland2,502,753,003,253,25
Canada2,252,252,252,502,50

Rente op 10-jaarse overheidsobligaties (einde periode, in %)

 
  10/8/2026Q3 2026Q4 2026Q1 2027Q2 2027 
EurozoneDuitsland3,143,153,153,153,15 
Frankrijk3,933,853,803,853,75 
Italië3,923,853,853,853,80 
Spanje3,583,553,553,553,55 
Nederland3,233,253,253,253,25 
België3,673,653,653,603,55 
Ierland3,303,353,353,353,35 
Slowakije3,803,853,803,803,80 
Centraal- en
Oost-Europa
Tsjechië4,764,804,704,404,30 
Hongarije5,445,405,155,105,05 
Bulgarije* 4,013,953,853,753,75 
Polen5,745,405,305,105,00 
Roemenië6,917,007,007,007,00 
Rest van EuropeVerenigd Koninkrijk4,945,005,005,005,00 
Zweden3,013,003,003,003,00 
Noorwegen4,404,404,404,404,40 
Zwitserland0,380,400,400,400,40 
Opkomende
economieën
China1,701,801,801,801,80 
India6,776,856,856,856,85 
Zuid-Afrika8,478,608,608,608,60 
RuslandTijdelijk geen voorspellingen omwille van grote onzekerheid 
Turkije32,2032,0030,0029,0027,00 
Brazilië14,5714,7014,6014,6014,60 
Andere ontwikkelde
economieën
Verenigde Staten4,674,604,604,604,60 
Japan 2,812,752,752,752,75 
Australië4,984,904,904,904,90 
Nieuw-Zeeland4,704,654,654,654,65 
Canada3,673,603,603,603,60 
*Opgelet: zeer illiquide markt 

Wisselkoersen (einde periode)

 10/8/2026Q3 2026Q4 2026Q1 2027Q2 2027
USD per EUR1,161,121,141,151,16
CZK per EUR24,2524,2024,1023,9023,80
HUF per EUR363,40360,00360,00362,00365,00
PLN per EUR4,304,354,304,284,25
RON per EUR5,245,255,265,285,30
GBP per EUR0,860,870,900,900,90
SEK per EUR10,9611,2511,2011,0011,00
NOK per EUR10,9711,0011,0010,7510,75
CHF per EUR0,930,920,920,920,92
BRL per USD5,095,145,095,075,05
INR per USD95,3096,7695,9195,4995,08
ZAR per USD16,1716,7116,5616,4916,42
RUB per USDTijdelijk geen voorspellingen omwille van grote onzekerheid
TRY per USD47,7148,8051,2053,5055,70
RMB per USD6,746,786,786,776,75
JPY per USD158,74160,00158,00157,00157,00
USD per AUD0,710,700,700,710,71
USD per NZD0,590,590,600,610,62
CAD per USD1,391,431,451,451,45

Meer voorspellingen kan je hier vinden.

Disclaimer:

Deze publicatie werd gerealiseerd door de economen van de KBC-groep. Alle meningen in deze publicatie vertegenwoordigen de persoonlijke mening van de auteur(s) op de daarin vermelde datum en zijn onderhevig aan wijziging zonder voorafgaande kennisgeving.
KBC Groep NV geeft geen garanties voor de mate waarin de voorgestelde scenario’s, risico’s en prognoses de marktverwachtingen weerspiegelen, noch voor de mate waarin zij zich ook effectief zullen realiseren. Alle prognoses zijn indicatief. Duurzaamheid maakt deel uit van de algemene bedrijfsstrategie van KBC Groep NV (zie https://www.kbc.com/nl/duurzaam-ondernemen.html). We houden rekening met deze strategie bij de keuze van de onderwerpen voor onze publicaties, maar een grondige analyse van de economische en financiële ontwikkelingen vereist het bespreken van een bredere waaier aan onderwerpen. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief . De informatie kan niet beschouwd worden als een aanbod tot verkoop of aankoop van financiële instrumenten. Zij kan evenmin beschouwd worden als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling of “onderzoek op beleggingsgebied “ in de zin van de wet – en regelgeving over de markten voor financiële instrumenten. Behoudens de uitdrukkelijke voorafgaande en schriftelijke toestemming van KBC Groep NV is elke overdracht, verkoop, verspreiding of reproductie van de informatie, publicatie en gegevens verboden en dit ongeacht de vorm of de middelen. KBC Groep NV kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de juistheid of volledigheid van de informatie of voor de directe of indirecte schade die zou voortvloeien uit het gebruik van dit document. 

Alle historische koersen/prijzen, statistieken en grafieken zijn up-to-date, tot en met 30 juli 2026, tenzij anders vermeld. De verstrekte posities en prognoses zijn die van 30 juli 2026.

Gerelateerde artikels

RBA-voorzitster Bullock: de Australische Maradona?

RBA-voorzitster Bullock: de Australische Maradona?

BoE voorzitter Bailey kiest partij.

BoE voorzitter Bailey kiest partij.

Kevin Warsh: wittebroodsweken al voorbij.

Kevin Warsh: wittebroodsweken al voorbij.

Zwitserse frank zet stapje terug.

Zwitserse frank zet stapje terug.