België

België

Economische Vooruitzichten België 

September 2021

De eerdere, voorlopige raming van de Belgische reële bbp-groei voor het tweede kwartaal van 2021 werd opwaarts herzien van 1,4% naar 1,7% (kwartaal-op-kwartaal). Ook het groeicijfer voor het eerste kwartaal werd nog eens opwaarts aangepast, zij het beperkter, van 1,0% naar 1,1%. Door de positieve groeiherzieningen presteerde de Belgische economie in de eerste helft van het jaar nog beter dan aanvankelijk gedacht. Ondanks de sterke groei bleef het niveau van de Belgische economische activiteit in het tweede kwartaal  wel nog 2,2% onder het niveau van vóór de coronacrisis, vergeleken met 2,5% in de eurozone. Alle componenten van de finale binnenlandse eindvraag (d.w.z. exclusief voorraden) namen toe in het tweede kwartaal, wat erop wijst dat het aan de gang zijnde herstel van de Belgische economie een brede basis heeft. De netto-uitvoer van goederen en diensten en vooral de voorraadwijzigingen leverden een negatieve bijdrage aan de Belgische groei in het tweede kwartaal.

Net als in de meeste andere landen van de eurozone verslechterden de sentimentsindicatoren in België in augustus, al bleven zij op een hoog niveau. De NBB-barometer gaf een daling te zien in alle takken van de economische activiteit. De omslag in het ondernemersvertrouwen is in belangrijke mate te wijten aan knelpunten aan de aanbodzijde van de economie, zowel wat de arbeidskrachten als wat de beschikbaarheid van uitrusting en materiaal betreft (zie figuur BE1). Deze knelpunten dreigen het verdere herstel te vertragen, tegen de achtergrond van een nog altijd krachtige vraag. Ook het consumentenvertrouwen lijkt over de top. Met uitzondering van de verwachtingen op het gebied van de werkloosheid vielen alle componenten van de indicator in augustus terug. Ondanks deze daling hebben de consumenten wel nog altijd aanzienlijk meer vertrouwen dan vóór de pandemie.

Intussen blijft de arbeidsmarkt opmerkelijk veerkrachtig. Na een verdere stijging met 0,7% in het tweede kwartaal is de binnenlandse werkgelegenheid teruggekeerd naar het niveau van vóór de coronacrisis. Zij ligt nu 0,6% hoger dan in het vierde kwartaal van 2019. In de eurozone ligt die nog altijd 1,3% lager. Volgens herziene Eurostat-cijfers daalde de geharmoniseerde werkloosheidsgraad in België tot 5,9% in juli, komende van een piek van 6,8% in maart. Dat veel bedrijven moeite hebben om geschikt personeel te vinden, wijst erop dat de arbeidsmarkt weer erg krap is geworden. Dat is niet alleen een gevolg van het economisch herstel. De situatie is in toenemende mate structureel, als gevolg van demografische factoren - het aantal mensen op actieve leeftijd (20-64) begint vanaf 2021 af te nemen - en de slechte match tussen vacatures en werkloze werkzoekenden.

Sterkere groei in 2021

Gezien de recente omslag in de sentimentindicatoren en de ermee samenhangende knelpunten aan de aanbodzijde hebben we onze raming voor de bbp-groei in het derde kwartaal van 2021 verlaagd van 1,5% naar 1,2% (kwartaal-op-kwartaal). Ondanks deze neerwaartse bijstelling verwachten we dat de reële bbp-groei voor heel 2021 hoger zal uitkomen dan tot voor kort gedacht, namelijk 5,6% i.p.v. 5,3%. Dit is het gevolg van de opwaartse aanpassing door het Instituut voor de Nationale Rekeningen van de gerealiseerde groei in de eerste helft van het jaar (zie hierboven). Onze groeiprognose voor 2022 blijft op 3,6%. De cijfers impliceren dat de Belgische economie in het vierde kwartaal van 2021 haar bbp-niveau van vóór de crisis (vierde kwartaal 2019) terug zal bereiken. Werknemers in het systeem van de tijdelijke werkloosheid zijn al grotendeels terug aan het werk in lijn met de bijna volledige heropening van de economie. Daarom zien we de Belgische werkloosheidsgraad nu op 6,3% aan het eind van dit jaar, in plaats van 6,5% in ons vorig scenario. Ook het inflatievooruitzicht voor 2021 werd bijgesteld, zij het beperk, van 2,0% naar 2,1%, omdat de recente HICP-inflatiegegevens iets hoger uitkwamen dan verwacht.

Kader BE – De impact van de overstromingen en relance op de regionale groei in België

Het Planbureau publiceerde midden juli zijn jaarlijkse regionale economische vooruitzichten. De cijfers omvatten, naast een prognose voor 2021-2026, ook een raming van de groei in de drie gewesten voor 2020 (de effectieve groeicijfers voor het afgelopen jaar worden altijd met vertraging gepubliceerd). Daaruit blijkt dat de coronacrisis de economische activiteit in 2020 in Wallonië (-6,9%) meer heeft geïmpacteerd dan in Vlaanderen en Brussel (beide -6,1%). Dankzij het herstel in 2021-2022 zou het reële bruto regionaal product in Vlaanderen, Wallonië en Brussel in 2022 opnieuw 2,1%, 1,4% respectievelijk 0,9% boven het pre-crisisniveau liggen. Gemiddeld zou de groei in de jaren van en na de pandemie (2020-2026) volgens het Planbureau slechts 1,2% per jaar bedragen in Vlaanderen, 1,0% in Wallonië en 0,7% in Brussel. Nadat de Vlaamse economie ook tijdens en na de financiële crisis (2008-2019) sneller groeide dan de Waalse en Brusselse, blijkt dat ook ditmaal opnieuw het geval te zullen zijn (zie figuur KBE1).

Overstromingen Wallonië

De herneming van de economische activiteit in de regio’s vanaf 2021 wordt mee ondersteund door diverse relanceplannen volgend op de coronacrisis, deels gefinancierd met Europees herstelgeld (zie verder). De vooruitzichten van het Planbureau houden hier rekening mee. De Waalse regering maakte meer recent ook 2 miljard euro vrij voor de heropbouw in de regio na de zware overstromingen van juli. Vraag is in welke mate die de groei in Wallonië hoger kan tillen dan wat de Planbureau-cijfers voorhouden. Op zich gaat het om een behoorlijk bedrag (zo’n 1,8% van het Waalse bruto regionaal product), dat het potentieel heeft om de Waalse economische activiteit dit en de volgende jaren op te krikken. Toch moeten we hierbij belangrijke bedenkingen maken.

Ten eerste ging de watersnood in Wallonië tijdens de afgelopen zomer gepaard met een aanzienlijke vernietiging van de kapitaalvoorraad (woningen, handelszaken, bruggen en wegen,...). Die zorgde voor het stilvallen van sommige activiteiten (horeca die dicht moest, mensen die niet naar hun werk konden,...), wat de Waalse groei in 2021 kan drukken. Bovendien is de economische groei die zich realiseert door de opruimings- en wederopbouwoperaties in feite pervers. Het betreft groei als gevolg van een manifest negatieve gebeurtenis (de overstromingen) en is daarom – hoewel meer dan nodig - niet het soort groei die duidt op bijkomende welvaartscreatie ten opzichte van de situatie van vóór de ramp. In de mate dat de wederopbouw leidt tot een betere infrastructuur op de getroffen plaatsen (beter wegennet, vermijden van nieuwe rampspoed,...), kan die evenwel, zij het op termijn, bijdragen tot een wat hoger groeipotentieel.

Ten tweede betreft een aanzienlijk deel van de middelen voor de wederopbouw (meer bepaald 0,8 miljard euro) een verschuiving van de middelen die Wallonië sowieso in het kader van zijn Get Up Wallonia-relanceplan elders in de economie wou inzetten. Uiteraard is snelle hulp en heropbouw bij de zware ramp gewenst, maar de verschuiving impliceert wel dat mogelijks meer productieve investeringen in het kader van Get Up Wallonia nu niet meer zullen plaatsvinden. Welke projecten uit het relanceplan zullen sneuvelen, is nog niet duidelijk. Ook wordt gehoopt op enige soepelheid vanwege de Europese instanties om met de verschuiving akkoord te gaan.  

Regionale relance

Om de gevolgen van de coronacrisis te boven te komen, zetten de federale en regionale overheden een extensief relancebeleid op poten. Het overgrote deel van de maatregelen kaderen binnen de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit gelanceerd door de Europese Commissie. Van de 5,9 miljard euro Europese middelen, gaat 2,3 miljard naar Vlaanderen, 2,0 miljard naar Wallonië en 0,4 miljard naar Brussel. Bovenop het Europese geld genieten de regio’s van enkele investeringen opgenomen in het federale deel van het Belgische relanceplan en willen de regionale overheden ook zelf nog extra eigen middelen in de economie pompen. Uitgedrukt in verhouding tot het Vlaamse, Waalse en Brusselse bruto regionaal product van 2019 gaat het in totaal om respectievelijk circa 1,5%, 6,9% en 0,6%. Zoals vermeld, kreeg het globale relanceplan in Wallonië de naam Get Up Wallonia, in Vlaanderen is dat Vlaamse Veerkracht. 

De regionale plannen zijn ambitieus en zullen een krachtige impuls geven aan de overheidsinvesteringen. Een mogelijk nadeel is dat ze worden gekenmerkt door een grote versnippering van maatregelen, waarbij moest worden voldaan aan de verzuchtingen van verschillende partijen en instanties. Dat kan de slagkracht ervan beperken. De plannen bevatten bovendien veel inhaalinvesteringen die sowieso nodig waren. Er zal ook moeten over worden gewaakt dat de investeringen prioritair worden gericht op projecten die de potentiële groei maximaal opkrikken. Een sterk punt van de plannen is dat zij investeringen koppelen aan hervormingen, al blijft de invulling daarvan onvoldoende concreet. Inzake hervormingen is het belangrijk om de aanbodkant van de economie te versterken. Er is, vooral in Wallonië en Brussel maar ook in Vlaanderen, een nood om structurele problemen (te grote inactiviteit, te lage onderwijskwaliteit,  een gebrekkige arbeidsbemiddeling,...) aan te pakken.

De neerwaartse druk die de demografie de komende jaren zal uitoefenen op het arbeidspotentieel impliceert dat alsmaar minder kan worden gerekend op de werkgelegenheidsgroei als drijvende kracht voor de toekomstige economische groei. Vooral in Vlaanderen wordt de verdere jobcreatie al gehinderd door een nooit geziene arbeidsmarktkrapte. Om de toekomstige potentiële werkgelegenheidsgroei te ondersteunen, dient het beleid daarom nog sterker in te zetten op het activeren van de resterende arbeidsreserve. Maar dat zal niet volstaan. De regionale overheden moeten een zo gunstig mogelijke omgeving creëren waarbinnen bedrijven innoveren en efficiënter gaan werken, zodat ook de veel te lage productiviteitsgroei terug wordt opgekrikt.

Economische voorspellingen september 2021

Nationale rekeningen (reële jaarwijziging, in %)

  2020 2021 2022
Particuliere consumptie -8,7 4,1 4,2
Overheidsconsumptie 0,6 5,7 3,1
Investeringen in vaste activa -6,9 10,8 3,4

Bedrijfsinvesteringen

-7,8 11,3 4,1

Overheidsinvesteringen

-1,4 8,7 4,4

Investeringen in woongebouwen

-6,9 10,3 3,0
Finale binnenlandse vraag (ongerekend voorraadwijzigingen) -6,1 6,1 3,8
Voorraadwijziging (groeibijdrage) 0,1 -1,1 0,7
Uitvoer van goederen en diensten -4,6 7,1 7,1
Invoer van goederen en diensten -4,3 6,4 8,3
       
Bruto binnenlands product (bbp) -6,3 5,6 3,6
       
Beschikbaar gezinsinkomen 1,4 1,0 1,5
Bruto-gezinsspaarquote (in % beschikbaar inkomen) 21,7 18,7 14,5

Evenwichtsindicatoren

  2020 2021 2022
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, in %)      

Consumptieprijzen (geharmoniseerde CPI)

0,4 2,1 1,8

Gezondheidsindex (nationale CPI)

1,0 1,6 1,8
       
Arbeidsmarkt      

Werkgelegenheid (jaarwijziging, in 1000, einde jaar)

-13,0 72,2 75,0

Werkloosheidsgraad (in % van de beroepsbevolking, einde jaar, Eurostat definitie)

6,0 6,3 5,8
       
Overheidsfinanciën (in % van het bbp bij ongewijzigd beleid)      

Netto-financieringssaldo

-9,4 -7,3 -5,5

Overheidsschuld

114,1 113,9 114,2
       
Saldo lopende rekening (in % van bbp) -0,2 0,4 -1,0
       
Woningprijzen (gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen, Eurostat definitie) 4,2 4,0 2,5

Andere voorspellingen

Wereld

Ierland

Centraal- en Oost-Europa

KBC gebruikt cookies om je surfervaring aangenamer te maken. Zo kan KBC ook beter inspelen op je behoeften en voorkeuren. Door verder te surfen ga je akkoord met het gebruik van deze cookies. Meer info? Of wil je geen cookies? Klik hier.