België

België

Economische Vooruitzichten België 

Veerkrachtig eerste kwartaal

De eerdere flash-raming van de Belgische bbp-groei over het eerste kwartaal van 2022 werd door het Instituut voor de Nationale Rekeningen opwaarts herzien, van 0,3% tot 0,5%. Dat betekent dat de start van het jaar beter was dan aanvankelijk gedacht. De stijging met 0,5% tegenover het vorige kwartaal bleef iets achter bij de eerstekwartaalgroei in de eurozone, die eveneens opwaarts werd herzien van 0,3% tot 0,6% (evenwel vooral als gevolg van de zeer sterke Ierse cijfers). De Belgische groei in het eerste kwartaal werd geschraagd door alle bbp-componenten, uitgezonderd de overheidsconsumptie en -investeringen. De overheidsinvesteringen liepen sterk terug (-13,1%), nadat zij in de vorige twee kwartalen een impuls hadden gekregen door uitzonderlijke militaire aankopen. In tegenstelling tot de eurozone steeg de particuliere consumptie in België nog gematigd (+0,5%), uitsluitend als gevolg van aankopen van niet-duurzame goederen. Aankopen van duurzame goederen krompen door een sterke daling van de autoverkopen. De gezinnen verhoogden ook hun investeringen in woningen (+2,9%) en ook de bedrijfsinvesteringen namen sterk toe (+2,7%). Die laatste werden positief beïnvloed door een aantal specifieke scheepstransacties in het buitenland.

De veerkracht van de finale binnenlandse vraag (d.w.z. exclusief voorraden) over het eerste kwartaal wijst erop dat het effect van de Russische inval in Oekraïne en de daarmee samenhangende geopolitieke onzekerheid nog beperkt is gebleven. De nog goede prestatie is wellicht het gevolg van de opheffing van de aan de pandemie gerelateerde beperkende maatregelen in het laatste kwartaal van 2021. Die hebben een overloopeffect gehad op de groei in het eerste kwartaal van dit jaar. De grote groeibijdrage van de voorraden (+0,5 procentpunt) kan er echter op wijzen dat de consumptievraag in de loop van het kwartaal wel is vertraagd. Bovendien daalden in het eerste kwartaal zowel de uitvoer als de invoer, na zes kwartalen op rij te zijn toegenomen. Daar de invoer sterker daalde dan de uitvoer, leverde de netto-uitvoer toch nog een positieve bijdrage aan de bbp-groei (+0,1 procentpunt).

Verslechterende vooruitzichten

Enquête-indicatoren en enkele harde cijfers wijzen op een verslechtering van het economische klimaat, die vooral verband houdt met de geopolitieke situatie en de oplopende inflatiedruk. Het consumentenvertrouwen herstelde zich in april en mei slechts beperkt van de inzinking in maart en de beoordeling door de bedrijven van de vraag in de detailhandel voor de komende drie maanden daalde in mei aanzienlijk (zie figuur BE1). 

Ook op de arbeidsmarkt zijn verschillende indicatoren beginnen om te slaan. Zo is de jaar-op-jaardaling van het aantal werkzoekenden sinds eind 2021 aan het afzwakken en vertoonde de geharmoniseerde werkloosheidsgraad in april de eerste stijging na meer dan een jaar van daling (zie figuur BE2).

Na de nog solide stijging in het eerste kwartaal zal de economische activiteit in het lopende en volgende kwartaal allicht afnemen of stagneren. De forse toename van de onzekerheid en de tijdelijke daling van de koopkracht door de relatief hoge inflatie en de slechts vertraagde loonindexering zullen de private consumptie in het tweede en derde kwartaal waarschijnlijk treffen. De stijgende inputkosten voor bedrijven en grotere onzekerheid zullen de investeringsgroei afremmen. Al met al verwachten we nu een bbp-krimp in het tweede kwartaal (-0,3%) en een stagnatie in het derde (0,0%). We hebben het kwartaalgroeipad vanaf het laatste kwartaal van 2022 licht neerwaarts bijgesteld, in overeenstemming met het aangepaste scenario voor de eurozone, op grond van het vooruitzicht van een agressievere monetaire verkrapping door de ECB (zie hierboven).

In combinatie met het opwaarts herziene cijfer voor het eerste kwartaal brengt dit onze prognose voor de Belgische reële bbp-groei in het volledige jaar 2022 iets hoger op 2,1%, tegen 2,0% voordien. We blijven benadrukken dat het groeicijfer voor 2022 wordt opgedreven door een groot overloopeffect van 2021. De groeivooruitzichten voor 2023 zijn neerwaarts bijgesteld van 1,1% naar 0,8%. Daarmee zijn we vrij pessimistisch in vergelijking met de recente prognoses van de officiële instellingen (zie figuur BE3). 

Zowel de inflatie volgens de nationale consumptieprijsindex (CPI) als volgens de Europees geharmoniseerde index (HICP) hervatten in mei hun opwaartse trend, tot respectievelijk 9,0% en 9,9%. Die maand had één op de drie goederen en diensten in de nationale index een prijsstijging van 6% of meer, en zeven op de tien een prijsstijging van 3% of meer, wat erop wijst dat de prijsstijgingen zich verder verspreiden over meer goederen en diensten. Als gevolg van zowel de opwaartse verrassing in de jongste inflatiecijfers als een opwaartse herziening van ons olieprijsscenario (zie hierboven), verwachten we nu een gemiddelde inflatie in België van 8,7% in 2022 en 3,4% in 2023, komende van respectievelijk 8,3% en 3,0% in het vorige scenario.

Economische voorspellingen juni 2022

Nationale rekeningen (reële jaarwijziging, in %)

  2021 2022 2023
Particuliere consumptie 6,4 3,6 1,2
Overheidsconsumptie 4,4 1,4 1,5
Investeringen in vaste activa 7,8 0,2 2,9

Bedrijfsinvesteringen

8,0 0,7 3,3

Overheidsinvesteringen

2,6 -11,0 2,5

Investeringen in woongebouwen

10,0 4,4 1,7
Finale binnenlandse vraag (ongerekend voorraadwijzigingen) 6,3 2,2 1,7
Voorraadwijziging (groeibijdrage) -0,5 0,7 0,0
Uitvoer van goederen en diensten 9,6 1,8 2,2
Invoer van goederen en diensten 9,1 2,7 3,3
       
Bruto binnenlands product (bbp) 6,2 2,1 0,8
       
Beschikbaar gezinsinkomen 1,8 0,1 1,5
Bruto-gezinsspaarquote (in % beschikbaar inkomen) 16,4 13,7 14,0

Evenwichtsindicatoren

  2021 2022 2023
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, in %)      

Consumptieprijzen (geharmoniseerde CPI)

3,2 8,7 3,4

Gezondheidsindex (nationale CPI)

2,0 8,2 3,8
       
Arbeidsmarkt      

Werkgelegenheid (jaarwijziging, in 1000, einde jaar)

109,0 50,1 30,0

Werkloosheidsgraad (in % van de beroepsbevolking, einde jaar, Eurostat definitie)

5,7 5,9 6,1
       
Overheidsfinanciën (in % van het bbp bij ongewijzigd beleid)      

Netto-financieringssaldo

-5,5 -4,7 -4,9

Overheidsschuld

108,2 105,6 108,3
       
Saldo lopende rekening (in % van bbp) -0,4 -2,4 -2,4
       
Woningprijzen (gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen, Eurostat definitie) 7,1 4,5 2,5

Andere voorspellingen

Wereld

Ierland

Centraal- en Oost-Europa