Centraal- en Oost-Europa

Centraal- en Oost-Europa

Economische update - januari 2021

Beperkte impact pandemie op arbeidsmarkt

De nieuwe covid-19-golf sloeg hard toe in Centraal- en Oost-Europa (COE) aan het einde van 2020. Dat leidde tot een aanscherping van de lockdownmaatregelen. Deze waren weliswaar niet zo streng als in het voorjaar maar toch brengen ze negatieve gevolgen mee voor de COE-economieën, onder meer omdat veel bedrijven hun financiële reserves reeds aangesproken hebben tijdens de eerste golf. De dienstensector is opnieuw het zwaarst getroffen, terwijl de industrie er veel beter aan toe is dan aan het begin van 2020. Met uitzondering van Bulgarije heeft de industriële productie zich immers overal hersteld tot het niveau van vóór de crisis.

De programma’s van tijdelijke werkloosheid blijven in de hele regio van kracht en de verslechterende epidemiologische situatie in alle COE-landen aan het eind van het jaar had er een impact op. Het verrast niet dat de vraag naar arbeidskrachten in de hele regio afneemt. Dit komt onder meer tot uiting in de ontslag- en vacaturecijfers.

Toch blijft de stijging van de werkloosheidsgraad in alle COE-landen relatief beperkt. Behalve in Bulgarije, ligt hij nog steeds ver onder het niveau van eind 2008 (figuur COE1). Tussen het uitbreken van de pandemie in februari en november is de werkloosheidsgraad het meest gestegen in Bulgarije (met 1,3 procentpunt) en Slowakije (met 1,1 procentpunt), terwijl hij in Polen vrijwel onveranderd is gebleven. In Hongarije steeg het geharmoniseerde werkloosheidscijfer met één procentpunt, in Tsjechië met slechts 0,6 procentpunt.

Daartegenover staat de sterke toename van de werkloosheid bij jongeren onder de 25 jaar. Behalve in Tsjechië stijgt de werkloosheidsgraad voor deze leeftijdsgroep in alle landen boven 10%. Net als tijdens de wereldwijde financiële crisis, worden jongeren dus zwaarder getroffen door de economische terugval. Dit is vooral te wijten aan de tragere werkgelegenheidsgroei en de terughoudendheid van werkgevers om onervaren werknemers in dienst te nemen.

Toch zijn er ook verschillen in de arbeidsmarktontwikkeling van de landen in de regio en daar zijn redenen voor. In de eerste plaats is er het algemene verloop van de economie in het land. Polen werd vorig jaar het minst getroffen door de economische crisis en dat geldt ook voor de Poolse arbeidsmarkt. Volgens de beschikbare gegevens voor de eerste drie kwartalen daalde de Poolse economische activiteit slechts met 2,1% ten opzichte van het vierde kwartaal van 2019. In Bulgarije daarentegen was de economische achteruitgang bijna drie keer zo groot. Hongarije en Tsjechië registreerden een gecumuleerde daling van het bbp van meer dan 5%. Toch lieten beide landen slechts een beperkte stijging van de werkloosheidsgraad optekenen. De reden hiervoor is de gunstigere situatie in de industrie, die in beide economieën een belangrijke rol speelt. Slowakije bevindt zich dan weer in een heel specifieke situatie. De economie in dat land herstelde zich het snelst in het derde kwartaal, maar de situatie op de lokale arbeidsmarkt is nog niet gestabiliseerd. Dit is het gevolg van structurele problemen, met name de regionale verschillen tussen het dynamische westelijke deel van het land en andere regio's.

Evenmin als de werkloosheid, is de situatie aan de vraagzijde van de arbeidsmarkt tot nu toe niet zo dramatisch verslechterd. Hoewel de vacaturegraad in alle landen in de regio het afgelopen jaar is gedaald, blijft hij in de meeste landen dicht bij 1%. In Hongarije bedroeg hij aan het eind van het derde kwartaal van 2020 nog 2% en in Tsjechië zelfs 5,5% (figuur COE2). In Tsjechië bleef de vacaturegraad zelfs hoger dan 5% in de sectoren die het zwaarst werden getroffen door lockdowns (handel, accommodatie en catering). Dit bevestigt dat Tsjechië het EU-land met de krapste arbeidsmarkt is en blijft. Het feit dat de vacatures niet volledig verdwijnen, kan ook worden toegeschreven aan het feit dat de crisis kansen biedt voor sommige sectoren en industrieën. Dit is duidelijk te zien in IT, telecommunicatie en e-commerce en aanverwante sectoren, met inbegrip van vervoer- en postdiensten.

Hoewel de pandemie een grotere invloed heeft gehad op de economische prestaties op de korte termijn dan de financiële crisis van 2008, zijn de gevolgen voor de arbeidsmarkt eerder beperkt vanuit een historisch perspectief. Toch moeten we voorzichtig zijn met de cijfers omdat er, naast de bovengenoemde structurele factoren, ook rekening gehouden moet worden met de vertraagde reactie van de arbeidsmarkt op de economische situatie. Wij denken dat pas rond de volgende jaarwisseling volledig duidelijk zal worden hoezeer de bedrijven onder druk stonden om tot ontslagen over te gaan. Uit de enquête van Europese Commissie bleek in december evenwel dat de werkloosheid, zelfs in de meest getroffen dienstensectoren, ditmaal misschien niet dramatisch zal toenemen.

De start van de vaccinatiecampagnes in de regio is een extra reden tot optimisme. In combinatie met de aanhoudende overheidssteun en de gunstigere voorwaarden op de financiële markten, onder meer vanuit de banksector (hoge liquiditeit, lage rentevoeten, kredietmoratoria, afwezigheid van kredietschaarste), verwachten we dat de COE-economieën in 2021 zullen opveren. Dit zou moeten helpen om de situatie op de arbeidsmarkt te stabiliseren en om de werkloosheidsgraad geleidelijk te doen terugkeren naar het niveau van vóór de crisis.

Is Polen nieuwe muntmanipulator?

De Poolse centrale bank (NBP) is onlangs onder de aandacht gekomen omdat zij is begonnen met muntinterventies tegen haar eigen munt. Volgens de statistieken van december heeft de NBP ongeveer 4 miljard euro aan haar deviezenreserves toegevoegd. Daardoor is de Poolse zloty met 2% verzwakt.

Officieel is de NBP niet tevreden met de huidige zlotykoers, omdat die het economisch herstel in covid-19-tijden zou kunnen hinderen. Daarom hebben de Poolse centrale bankiers, net als hun Tsjechische tegenhangers in 2013-2016, ervoor gekozen om kunstmatig en stapsgewijs de eigen munt te verzwakken. Als motivering wordt er gewezen naar het risico dat er zeer lage inflatie zou komen, die niet kan worden afgewend door verdere renteverlagingen omdat de officiële tarieven in feite de nul-grens hebben bereikt. De belangrijkste NBP-beleidsrente ligt op 0,1% sinds het voorjaar van 2020. Bijgevolg heeft de centrale bank weinig of geen ruimte om de rente verder te verlagen als zij niet onder nul wil gaan (zoals zij altijd heeft beweerd).

De huidige situatie van de NBP is anders dan die van de Tsjechische centrale bank in het najaar van 2013. De reden hiervoor is niet alleen de aanhoudende pandemie. Er spelen ook andere factoren mee. Ten eerste wordt de Poolse economie geconfronteerd met een deflatoir klimaat. Dit maakt maatregelen om de eigen munt te depreciëren en zo een concurrentievoordeel tegenover de handelspartners te realiseren verdedigbaar. Ten tweede was het onwaarschijnlijk dat de Poolse zloty vóór de valuta-interventies te sterk was. Dat kan worden afgeleid uit het feit dat het overschot op de lopende rekening van Polen in 2020 een recordhoogte heeft bereikt. Ten derde voert de NBP sinds het voorjaar van 2020 een agressief expansief beleid door Poolse staatsobligaties te kopen, ter ondersteuning van de regering bij de financiering van het aanzienlijk begrotingstekort dat door de pandemie wordt veroorzaakt. Daarbij komt dat deze vorm van kwantitatieve monetaire versoepeling op z’n Pools voor soepele financieringsvoorwaarden zorgt door de marktrente te doen dalen. Dat lokt indirect een zwakkere zloty uit.

De depreciatie van de zloty door de wisselmarktinterventies in december is inmiddels nagenoeg volledig uitgewist. Wat valt er dan nu te verwachten van de Poolse centrale bank?

Gouverneur Glapinsky liet al verstaan dat een verdere verlaging van de rente er slechts kan komen als de centrale bank haar inflatievooruitzichten neerwaarts moet aanpassen. De tweede coronagolf zou daartoe een aanleiding kunnen zijn, maar het is weinig waarschijnlijk dat die de context zal creëren voor een onmiddellijke verlaging van de belangrijkste beleidsrente tot nul. De vergadering van het rentecomité in januari bevestigde dat. De tweede coronagolf heeft zich in Polen nog niet echt doorgezet. Bovendien staat het volgende inflatierapport van de centrale bank pas voor begin maart op de agenda.

Maar als de zloty verder verstevigt, zal de centrale bank allicht wel opnieuw interveniëren op de wisselmarkt, daarbij hopend dat de marktpartijen de persistentie ervan niet zullen willen testen. Als dat niet het geval is, kan de deviezenvoorraad van de NBP hoog oplopen en kan de centrale bank tot het nemen van andere onconventionele maatregelen worden gedwongen. 

Economische voorspellingen

Tsjechië

  2020 2021 2022
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %) -6,3 2,7 5,1
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %) 3,3 1,3 2,0
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar) 3,3 4,2 3,7
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp) -7,2 -7,7 -5,6
Bruto overheidsschuld (in % van bbp) 38,4 44,5 47,0
Saldo lopende rekening (in % van bbp) 2,4 0,8 0,6
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen 6,7 1,5 2,0
    8/1/2021

Slowakije

  2020 2021 2022
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %) -6,4 4,2 4,2
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %) 1,8 0,7 1,5
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar) 8,0 9,5 8,0
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp) -10,0 -6,0 -4,5
Bruto overheidsschuld (in % van bbp) 64,0 67,0 65,0
Saldo lopende rekening (in % van bbp) -4,5 -4,5 -3,5
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen 9,0 1,2 2,0
    8/1/2021

Hongarije

  2020 2021 2022
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %) -6,0 4,0 5,0
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %) 3,3 3,3 3,4
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar) 4,6 4,6 4,3
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp) -9,0 -6,4 -2,9
Bruto overheidsschuld (in % van bbp) 79,5 77,6 74,0
Saldo lopende rekening (in % van bbp) -0,5 -0,3 -0,1
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen -1,0 -1,0 2,0
    8/1/2021

Bulgarije

  2020 2021 2022
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %) -5,0 3,0 4,0
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %) 0,5 2,1 2,2
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar) 8,0 10,0 7,0
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp) -4,4 -3,9 -2,0
Bruto overheidsschuld (in % van bbp) 25,0 26,9 28,0
Saldo lopende rekening (in % van bbp) 1,0 3,0 0,6
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen 1,0 0,0 3,0
    8/1/2021

Andere voorspellingen en updates

Wereld

België

Ierland

KBC gebruikt cookies om je surfervaring aangenamer te maken. Zo kan KBC ook beter inspelen op je behoeften en voorkeuren. Door verder te surfen ga je akkoord met het gebruik van deze cookies. Meer info? Of wil je geen cookies? Klik hier.