Centraal- en Oost-Europa

Centraal- en Oost-Europa

Meest recente Economisch Vooruitzichten voor Centraal- en Oost-Europa

Invoering van de euro: de lange weg voorwaarts

Hoewel de Centraal- en Oost-Europese economieën (COE) lid zijn van de Europese Unie, is de invoering van de eenheidsmunt - waartoe ze zich hebben verbonden bij hun toetreding tot de EU - tot nu toe alleen voltooid in Slowakije en Kroatië. Andere COE-landen voeren nog interne debatten hierover, met uitzondering van Bulgarije, dat zich in de laatste fase van de toetreding tot de EMU bevindt.

Hernieuwde discussie over de euro in Tsjechië

Begin 2024 barstte, na enkele jaren van stilte, de verhitte discussie over de euro los in Tsjechië, toen president Petr Pavel zich luidkeels uitsprak voor EMU-toetreding. Over het algemeen blijven de belangrijkste argumenten voor en tegen de euro ongewijzigd. Aan de ene kant zijn er onbetwiste voordelen van de eenheidsmunt voor de sterk uitvoergerichte Tsjechische economie (de uitvoer naar de eurozone is goed voor 65% van de totale uitvoer) in termen van lagere transactiekosten. Anderzijds zijn er potentiële kosten en risico's, zoals het niet langer kunnen voeren van een onafhankelijk monetair beleid in tijden van asymmetrische schokken en het verlies van de kroon als effectieve schokdemper.

Alle argumenten in aanmerking genomen, brengt de invoering van de euro een groot aantal vaak tegenstrijdige gevolgen met zich mee, die met een grote mate van onzekerheid zijn omgeven. Belangrijk is dat de euro vanuit economisch oogpunt op geaggregeerd niveau geen duidelijk positief of negatief effect heeft. Verder moet worden benadrukt dat noch de voordelen noch de kosten zo groot zijn dat de invoering van de euro een beslissing van het allergrootste belang is voor de economie als geheel.

Uiteindelijk is de invoering van de euro een politieke beslissing. Premier Petr Fiala verklaarde onlangs dat zijn regering geen stappen zal ondernemen om toe te treden tot de eurozone, daarbij wijzend op verschillende prioriteiten. Er zijn niettemin tegengestelde meningen binnen de coalitie, namelijk van de Burgemeesters- en de Piratenpartij, die beweren dat Tsjechië op zijn minst zou moeten toetreden tot het wisselkoersmechanisme ERM-II, de zogenaamde ‘wachtkamer’ voor de euro. Dit zou geen groot technisch probleem voor Tsjechië mogen vormen.

Er zijn evenwel meerdere onbekende factoren die verband houden met de toetreding tot ERM-II. De ervaring van Kroatië en Bulgarije impliceert een gelijktijdige toetreding tot de Bankenunie, wat als suboptimaal wordt beschouwd gezien de kracht van de Tsjechische banksector en de strenge regelgeving met een solide staat van dienst. Tegelijkertijd wordt toetreding tot de ’wachtkamer’ van de euro zonder specifieke streefdatum meestal ook als onnodig risicovol beschouwd.

Wij zijn van mening dat de huidige regering allicht geen grote stappen zal zetten richting toetreding tot de EMU, deels vanwege de aanhoudend lage steun voor de euro onder de Tsjechen (zie figuren COE1 en COE2). De volgende parlementsverkiezingen worden eind 2025 gehouden, wat betekent dat de invoering van de euro, mocht de volgende regering daar prioriteit aan geven, technisch gezien op zijn vroegst in 2029 mogelijk zou zijn, al is 2030 dan realistischer. 

Bulgarije op weg naar invoering euro

Het proces van invoering van de euro bevindt zich in Bulgarije wel in een gevorderd stadium. De lev is sinds de invoering van de eenheidsmunt in 1999 aan de euro gekoppeld. Onder het ‘currency board’-regime heeft de economie een aanzienlijke ‘euroisering’ doorgemaakt. Bulgarije boekte aanzienlijk succes toen het lid werd van de Bankenunie en toetrad tot het ERM II-mechanisme in 2020, waarmee het land aangaf vastbesloten te zijn om de euro in te voeren. Op dit moment voldoet het land aan de meeste toelatingscriteria, meer bepaald betreffende begrotingstekort, overheidsschuld, wisselkoersstabiliteit, langetermijnrente en verenigbaarheid inzake wetgeving. Anderzijds blijft de inflatie op dit ogenblik het grootste obstakel om aan de criteria van Maastricht te voldoen.

Het goede nieuws is dat de inflatie in Bulgarije afneemt. Toch blijft het onwaarschijnlijk dat de Maastricht-limiet midden 2024 wordt gehaald. Daarom geeft de regering er de voorkeur aan dat er een convergentieverslag wordt opgesteld op basis van de inflatie van het najaar, wanneer het cijfer naar verwachting het vereiste jaargemiddelde zal naderen. Als dit het geval is, kan de Europese Commissie een aanbeveling doen voor een specifieke toelatingsdatum, die meestal ongeveer zes maanden na het rapport ligt. Hoe dan ook, aangezien er nog te veel politieke onbekenden en grote onzekerheid zijn, blijft het moeilijk om de datum van de toetreding van Bulgarije precies te voorspellen. Gezien de vastberadenheid van de regering om haar belofte na te komen, wordt de vroegst mogelijke toetredingsgelegenheid kort na 1 januari 2025 gezien.

Hongarije en Polen: voorlopig geen ambitie om toe te treden

Intussen blijft het in Hongarije stil rond de invoering van de euro. Het is vermeldenswaard dat de invoering al sinds de toetreding van het land tot de EU in 2004 onderwerp van gesprek is, maar de regering dit doel niet actief heeft nagestreefd. Er is geen streefdatum en de forint maakt geen deel uit van het ERM-II. Volgens de minister van Financiën, Mihály Varga, zou Hongarije de euro pas moeten invoeren wanneer de economie goed is voorbereid, d.w.z. als Hongarije qua economische ontwikkeling zo’n 90% van het gemiddelde EU-niveau heeft bereikt (momenteel is dat 77%).

De gouverneur van de centrale bank, Gyorgy Matolcsy, herhaalde dat Hongarije niet moet overwegen om de euro in te voeren vóór 2030, omdat toetreding tot de EMU voordat de Hongaarse economie er klaar voor is averechtse effecten zou hebben. Dit staat in schril contrast met de overweldigende steun voor de euro onder de Hongaarse bevolking. Volgens de laatste Eurobarometer-enquête is 66% van de Hongaren voorstander van invoering van de euro, vergeleken met minder dan 50% tien jaar geleden.

Tot slot heeft Polen weliswaar ook toegezegd om tot de euro toe te treden als onderdeel van zijn EU-toetreding, maar is de vooruitgang het afgelopen decennium gestagneerd. Nadat de vorige rechtse regering jarenlang politieke wrijvingen met Brussel had over belangrijke rechtsstatelijke kwesties, voerde de nieuwe premier Tusk campagne over de noodzaak voor Polen om dichter bij Europa te komen. Toetreding tot de EMU maakte echter geen deel uit van zijn programma. Belangrijk is dat niet alle partijen van zijn coalitie het eens zijn over deze cruciale kwestie. Bovendien zou de huidige regering de grondwet moeten veranderen, waarvoor een tweederde meerderheid in het parlement nodig is, die de huidige coalitie niet heeft. En last but not least is een aanzienlijke meerderheid van de Polen nog altijd tegen het opgeven van de zloty gekant. Toetreding tot de EMU lijkt voor Polen dus in het beste geval het langetermijndoel.

Economische voorspellingen februari 2024

Tsjechië

  2023 2024 2025
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %) -0,4 1,4 3,1
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %) 12,1 2,3 2,5
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar) 2,8 3,3 3,2
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp) -3,8 -2,5 -1,7
Bruto overheidsschuld (in % van bbp) 43,9 44,3 43,5
Saldo lopende rekening (in % van bbp) -0,3 -0,3 1,0
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen -1,7 1,9 3,5
    15/2/2024

Slowakije

  2023 2024 2025
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %) 1,2 2,2 3,3
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %) 11,0 3,5 4,5
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar) 5,8 6,1 6,1
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp) -6,1 -6,5 -6,0
Bruto overheidsschuld (in % van bbp) 57,5 58,5 60,0
Saldo lopende rekening (in % van bbp) -4,5 -3,5 -3,0
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen -2,0 0,2 3,5
    15/2/2024

Hongarije

  2023 2024 2025
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %) -0,6 2,8 3,6
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %) 17,0 4,8 4,0
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar) 4,4 3,9 3,6
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp) -6,0 -4,5 -3,0
Bruto overheidsschuld (in % van bbp) 72,5 72,0 70,1
Saldo lopende rekening (in % van bbp) 0,3 0,3 0,6
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen 3,5 3,5 4,0
    15/2/2024

Bulgarije

  2023 2024 2025
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %) 1,9 2,3 3,0
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %) 8,6 4,2 3,0
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar) 4,3 4,2 4,0
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp) -3,0 -3,0 -3,0
Bruto overheidsschuld (in % van bbp) 22,0 23,4 25,1
Saldo lopende rekening (in % van bbp) -1,5 -1,0 -0,5
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen 9,7 0,7 3,0
    15/2/2024

Andere voorspellingen en updates

Wereld

België

Ierland