Centraal- en Oost-Europa

Centraal- en Oost-Europa

Meest recente Economisch Vooruitzichten voor Centraal- en Oost-Europa

Groei tweede kwartaal: geen verrassingen

Ook in de Centraal-Europese regio verstevigde de economische groei in het tweede kwartaal. Hongarije liet het sterkste groeicijfer optekenen (2,7% tegenover het vorige kwartaal), gevolgd door Polen (2,1%), Slowakije (2,0%), Roemenië (1,8%), Tsjechië (1,0%) en Bulgarije (0,6%).

De particuliere consumptie was de belangrijkste groeimotor in Tsjechië, Slowakije en Bulgarije, terwijl dat in Polen, Hongarije en Roemenië de voorraadvorming was. In Slowakije, Tsjechië, Hongarije en Roemenië kwam de bruto vaste kapitaalvorming op de tweede plaats, in Polen de particuliere consumptie en in Bulgarije de netto-uitvoer van goederen en diensten. 

De bestedingscomponenten met de (boekhoudkundig)belangrijkste negatieve groeibijdrage in het tweede kwartaal verschilden eveneens van land tot land. In Tsjechië, Slowakije en Hongarije was het de netto-uitvoer, in Bulgarije de voorraadafbouw, in Roemenië de particuliere consumptie en in Polen de investeringen. 

Ondanks al deze verschillen speelde de economische activiteit in Centraal- en Oost-Europa zich in het tweede kwartaal af tegen een gemeenschappelijke achtergrond. Bij aanvang van het tweede kwartaal gaven het afzwakken van de pandemie en de geleidelijke versoepeling van de lockdownmaatregelen een boost aan het vertrouwen van consumenten en producenten in alle economische sectoren. De vraag veerde op van de lage niveaus waarop ze was beland. 

Maar al vlug werd duidelijk dat het herstel minder vlot zou verlopen dan de ondernemingen hadden verwacht. Immers, een aantal consumentenvoorkeuren zijn tijdens de pandemie veranderd, de vrees voor besmetting is niet helemaal verdwenen en veel mensen blijven voorzichtig in hun uitgaven omdat ze bevreesd zijn voor de uitgestelde negatieve impact van de pandemie op hun inkomen. 

Langs de aanbodzijde werd de economische groei gehinderd door de verstoring van de aanvoerketens, tekorten aan grondstoffen voor gespecialiseerde componenten en bottlenecks in het internationaal vervoer. 

De ontwikkelingen op de arbeidsmarkt waren een andere belangrijke bepalende factor voor het economisch verloop in het tweede kwartaal. In nagenoeg alle Centraal- en Oost-Europese landen daalde de werkloosheidsgraad. Hongarije was op dat vlak met een stabilisatie een uitzondering. 

De laag blijvende werkloosheidsgraad is goed nieuws voor de gezinnen. Het ondersteunt hun appetijt om te consumeren. Maar voor de bedrijven signaleert die het risico van een ernstig tekort aan beschikbare arbeidskrachten. Door de krappe arbeidsmarkt trekt de loongroei overal in de regio stevig aan. 

Hoe zien de groeivooruitzichten voor het derde kwartaal eruit? Voor Tsjechië laat de relatief zwakke economische activiteit in het tweede kwartaal een lichte versteviging in het derde kwartaal vermoeden. Maar elders in de regio suggereren de beschikbare data een gelijkaardige of lichtjes zwakkere groei dan in het tweede kwartaal. Dat weerspiegelt de verzwakking van de groei-impuls door het opheffen van de anti-pandemiemaatregelen in de lente, de aanslepende onzekerheid door de snelle verspreiding van nieuwe covid-19-varianten en de verstoring van de aanvoerketens. Bijkomend zal ook de groeivertraging in de eurozone voor een lichte vertraging van de groei in de regio zorgen. 

Poolse centrale bank steekt kop in ’t zand voor inflatiepiek

In Polen liep de inflatie in augustus op tot 5,4%. Dat kan de indruk wekken dat een verkrapping van het monetaire beleid door de Poolse centrale bank om de hoek loert. De communicatie van de centrale bank – in hoofdzaak via haar gouverneur Glapinsky – heeft die indruk evenwel de kop ingeduwd. 

Op de recente persconferentie heeft de gouverneur immers de visie bevestigd dat de huidige hoge inflatie wordt veroorzaakt door aanbodfactoren (zoals het milieubeleid van de EU). Daar heeft de centrale bank geen invloed op. De gouverneur voegde eraan toe dat het een vergissing zou zijn om in deze omstandigheden de rente te verhogen – iets wat de Poolse geldmarkt verwachtte. En hij verklaarde verder dat hij geen tekenen van opverende lonen zag – iets wat een verkrapping van het monetaire beleid zou impliceren. 

We denken dat de huidige retoriek van de Poolse centrale bank erop gericht is om de neerwaartse druk op de zloty te vergroten. De retoriek houdt de reële rente immers op erg negatieve niveaus. Dat kan in een context van een verslechterend sentiment op de internationale financiële markten (onder meer als gevolg van de communicatie van de Fed) voor een sterke uitstroom van kortlopend kapitaal zorgen. Ondanks het feit dat de hoge inflatie in Polen al een politieke issue is geworden, suggereert de recente retoriek van de nationale bank dat de meerderheid van haar bestuursraad het nog te vroeg vindt om al dit jaar de rente te verhogen. 

Hongaarse centrale bank op weg naar verdere verkrapping

Van de Hongaarse centrale bank verwachten we in de komende maanden wel verdere stappen op het pad van monetaire verkrapping. De recente indicatoren met hoge frequentie – in het bijzonder de hoge inflatie in augustus (4,9%) – schragen die visie. 

De vice-gouverneur van de centrale bank noemde het Inflatierapport van de centrale bank van 24 september in dat verband een mijlpaal voor de bepaling van het monetaire beleid voor de rest van dit jaar. Mogelijk worden het vooruitzicht voor de reële bbp-groei en de inflatie fors opgetrokken in vergelijking met het Rapport van juni. Toen startte de centrale bank de cyclus van monetaire verkrapping. 

De hamvraag is hoe de centrale bank de reeds doorgevoerde verkrapping zal evalueren en hoe hardnekkig ze de huidige inflatiedruk inschat. Ze heeft al benadrukt dat ze een terugkeer van de inflatie naar de doelzone verwacht tegen midden 2022. 

Wij delen die visie, omdat vanaf begin 2022 basiseffecten de inflatie weer naar beneden zullen duwen. Maar de krappe arbeidsmarkt en de sterke binnenlandse vraag zullen de inflatie aan de bovenkant van de streefzone van de centrale bank voor de inflatie (2%-4%) houden. Dat impliceert een opwaarts risico op onze verwachting van 2,1% voor de basisrente aan het einde dit jaar. Als de kerninflatie in de komende maanden verder versnelt, kan de basisrente tot 2,5% oplopen. We verwachten ook dat de aankopen van overheidsobligaties door de centrale bank kunnen worden teruggeschroefd van de huidige 50 miljard HUF per week tot 40 miljard HUF. 

Inflatiestijging verhoogt kans op rentestijging in Tsjechië

De centrale bank van Tsjechië heeft geen andere optie dan haar beleidsrente verder te verhogen en haar beleid op alle resterende beleidsvergaderingen van dit jaar verder te verstrakken. De augustusvooruitzichten van haar staf voor de reële economie werden grotendeels bevestigd door de harde economische cijfers. Maar zowel in juli als in augustus liep de inflatie behoorlijk hoger op dan verwacht. Met 4,1% stond ze in augustus op het hoogste peil in 13 jaar. De versnelling werd veroorzaakt door de uitzonderlijk hoge kerninflatie. 

De daarop volgende commentaar van de centrale bank gaf te kennen dat het risico op hun officiële renteprognose nu duidelijk opwaarts is gericht. Hoewel dat niet ons basisscenario is, verschijnt een renteverhoging van 50 basispunten op de radar voor de bestuursvergadering van september. 

Economische voorspellingen september 2021

Tsjechië

  2020 2021 2022
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %) -5,8 3,5 4,5
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %) 3,3 2,7 2,5
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar) 3,2 3,0 2,6
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp) -6,2 -8,0 -5,4
Bruto overheidsschuld (in % van bbp) 38,1 43,3 45,9
Saldo lopende rekening (in % van bbp) 3,6 2,5 1,6
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen 8,4 9,8 3,7
    10/9/2021

Slowakije

  2020 2021 2022
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %) -4,8 4,2 4,6
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %) 2,0 1,7 2,2
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar) 6,9 8,0 7,5
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp) -6,2 -7,0 -4,5
Bruto overheidsschuld (in % van bbp) 60,6 67,0 65,0
Saldo lopende rekening (in % van bbp) -0,5 -2,0 -2,5
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen 9,6 6,0 3,0
    10/9/2021

Hongarije

  2020 2021 2022
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %) -5,1 7,3 5,4
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %) 3,4 4,7 3,5
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar) 4,1 3,8 3,5
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp) -8,1 -7,5 -4,8
Bruto overheidsschuld (in % van bbp) 80,4 77,9 75,5
Saldo lopende rekening (in % van bbp) -0,1 1,5 1,0
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen 4,4 5,5 4,0
    10/9/2021

Bulgarije

  2020 2021 2022
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %) -3,8 4,3 4,0
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %) 1,2 2,1 2,3
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar) 5,5 5,0 4,8
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp) -3,4 -3,9 -2,0
Bruto overheidsschuld (in % van bbp) 25,0 26,9 28,0
Saldo lopende rekening (in % van bbp) -0,4 2,0 3,0
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen 4,6 5,0 4,8
    10/9/2021

Andere voorspellingen en updates

Wereld

België

Ierland

KBC gebruikt cookies om je surfervaring aangenamer te maken. Zo kan KBC ook beter inspelen op je behoeften en voorkeuren. Door verder te surfen ga je akkoord met het gebruik van deze cookies. Meer info? Of wil je geen cookies? Klik hier.