Centraal- en Oost-Europa

Centraal- en Oost-Europa

Meest recente Economisch Vooruitzichten voor Centraal- en Oost-Europa

Inflatie zet centrale banken in actie

De inflatie is in de Centraal-Europese landen opgelopen tot in de buurt van 6%. Dat is een niveau dat de centrale banken niet tolereren. Ook de kerninflatie trok fors aan (figuur COE1). 

Daarom zagen we de afgelopen weken agressieve verhogingen van de beleidstarieven in de hele regio (figuur COE2). 

Aangezien de inflatie blijft versnellen, is het waarschijnlijk dat de agressieve verkrapping van het monetaire beleid ook in december en misschien zelfs begin volgend jaar zal worden voortgezet.

De recente reeks agressieve renteverhogingen werd ingezet door de Poolse centrale bank (NBP). Zij heeft de referentierente onverwacht met 75 basispunten verhoogd. De NBP had nochtans lange tijd geweigerd te reageren op de versnellende inflatie. Ze beweerde zelfs, onder leiding van gouverneur Glapinski, dat de hoge inflatie te wijten was aan exogene factoren die de centrale bank met haar beleid niet kan beïnvloeden.

Volgens de nieuwe inflatieprognoses van de NBP zou de inflatie begin volgend jaar echter meer dan 7% bedragen en voor het hele jaar op gemiddeld 5,8% uitkomen. Dergelijke cijfers zijn extreem hoog, zelfs voor het beleidscomité dat doorgaans nogal tolerant is voor hoge inflatie. Het comité besloot dan ook onmiddellijk in te grijpen.

Gouverneur Glapinski beweerde slechts enkele dagen na de NBP-vergadering dat een nieuwe renteverhoging wellicht uitblijft. Het is evenwel mogelijk dat de inflatie in Polen reeds in december en januari naar 8% zal stijgen. Indien dit gebeurt, is het onwaarschijnlijk dat de NBP haar basisrente op het huidige niveau van 1,25% zal houden.

De Tsjechische centrale bank (CNB) staat al veel verder in de monetaire verkrappingscyclus dan de NBP. Met haar laatste radicale renteverhoging van 125 basispunten heeft ze duidelijk gemaakt dat zij niet bereid is een hoge inflatie te accepteren en dit vooral uit vrees voor een mogelijke stijging van de inflatieverwachtingen. In haar nieuwe vooruitzichten, die meestal gevolgd worden door het CNB-bestuur, suggereert de centrale bank dat ze de reporente begin volgend jaar verder zal verhogen naar een niveau tussen 3,25% en 3,50%. Aangezien de inflatie in oktober is gestegen tot 5,8% jaar-op-jaar, een cijfer dat 0,3 procentpunt hoger ligt dan verwacht in de vooruitzichten, heeft het bestuur van de centrale bank bovendien een sterk argument in handen gekregen om de rente verder te verhogen vlak voor Kerstmis. Hierdoor zou de reporente van de CNB op of zelfs iets boven het langetermijnevenwichtsniveau van 3% kunnen komen te liggen.

De meest recente ingreep was die van de Hongaarse Centrale Bank (NBH). Zij verhoogde haar basisrente van 1,8% naar 2,1%. Een nieuw NBH-inflatierapport wordt pas in december gepubliceerd, maar de NBH heeft reeds benadrukt dat de consumptieprijsinflatie ver boven het niveau kan liggen dat de bank in haar rapport van september voorspelde. Er zijn bovendien opwaartse risico's, zoals de hoge energieprijzen, de gestegen transportkosten en de krappe arbeidsmarkt. De NBH benadrukte ook dat "de Monetaire Raad in het aanhoudend veranderde inflatieklimaat de verwachtingen op passende wijze zal sturen door de cyclus van basisrenteverhogingen voort te zetten".

Het is dus denkbaar dat de NBH haar geleidelijke verkrappingscyclus zal voortzetten in de komende maanden, allicht tot in maart, met stappen van 30 basispunten. Dat zou betekenen dat de Hongaarse beleidsrente in februari op 3% zou uitkomen.

De NBH wil daarnaast ook flexibeler kunnen omgaan met risico’s op korte termijn op de financiële en grondstoffenmarkten. Ze zou dit kunnen doen door de depositorente op één week, die ze elke donderdag in de wekelijkse tenders vastlegt, hoger te zetten dan de basisrente. Deze werkwijze biedt haar ook de mogelijkheid sneller te reageren op gebeurlijke verdere monetaire verkrapping door andere centrale banken en/of als de koers van de forint op de wisselmarkt onder druk zou komen. Er werd niet aangegeven hoe groot de afwijking tussen de eenweekse depositorente en de basisrente kan zijn, maar wij verwachten een verschil van ongeveer 30 basispunten in het begin. Dit kan echter sterk afhangen van de marktomstandigheden. 

Economische voorspellingen november 2021

Tsjechië

  2020 2021 2022
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %) -5,8 2,6 4,2
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %) 3,3 3,2 4,4
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar) 3,2 3,0 2,6
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp) -5,6 -7,2 -5,1
Bruto overheidsschuld (in % van bbp) 37,7 42,7 44,3
Saldo lopende rekening (in % van bbp) 3,6 0,5 -0,4
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen 8,4 12,8 5,2
    16/11/2021

Slowakije

  2020 2021 2022
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %) -4,4 3,7 4,8
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %) 2,0 3,0 4,5
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar) 7,1 7,5 7,5
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp) -5,5 -7,0 -4,5
Bruto overheidsschuld (in % van bbp) 59,7 67,0 65,0
Saldo lopende rekening (in % van bbp) 0,0 -2,0 -2,5
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen 9,6 5,0 3,5
    16/11/2021

Hongarije

  2020 2021 2022
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %) -4,8 7,3 5,2
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %) 3,4 5,0 4,4
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar) 4,2 3,8 3,5
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp) -8,0 -7,5 -4,8
Bruto overheidsschuld (in % van bbp) 80,1 79,3 76,7
Saldo lopende rekening (in % van bbp) -1,6 -0,7 -0,5
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen 4,4 10,0 4,5
    16/11/2021

Bulgarije

  2020 2021 2022
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %) -4,3 3,0 4,0
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %) 1,2 2,8 2,5
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar) 5,6 5,0 4,8
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp) -4,0 -3,9 -2,0
Bruto overheidsschuld (in % van bbp) 24,7 26,9 28,0
Saldo lopende rekening (in % van bbp) 0,0 2,0 3,0
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen 4,6 8,0 6,5
    16/11/2021

Andere voorspellingen en updates

Wereld

België

Ierland

KBC gebruikt cookies om je surfervaring aangenamer te maken. Zo kan KBC ook beter inspelen op je behoeften en voorkeuren. Door verder te surfen ga je akkoord met het gebruik van deze cookies. Meer info? Of wil je geen cookies? Klik hier.