Centraal- en Oost-Europa

Centraal- en Oost-Europa

Economische update - juni 2021

Oplopende inflatie… 

De inflatiedruk is de afgelopen maanden aanzienlijk toegenomen in heel Europa. De inflatie bereikte het hoogste peil in drie jaar in de eurozone en het hoogste peil in meer dan acht jaar in Hongarije en Polen (figuur COE1). In het algemeen zijn er verschillende drijvende krachten in het spel. Die houden grotendeels verband met de heropening van de economieën na de sluitingen in 2020-2021. Het scherpe herstel van de olieprijzen, na de daling tot historische dieptepunten, heeft de energie-inflatie aanzienlijk doen toenemen. Daarnaast heeft ook het ‘heropeningseffect’ in alle economieën voor opwaartse prijsdruk gezorgd. Voorts hebben toenemende knelpunten aan de aanbodzijde, zoals een wereldwijd tekort aan halfgeleiders, de prijzen van auto's en andere producten opgedreven. Ook voor sommige diensten zijn de prijzen sterk gestegen als gevolg van het beperkte aanbod.

Een meer gedetailleerde blik op de Hongaarse inflatie toont dat deze in mei stabiliseerde op 5,1%, terwijl de kerninflatie opliep van 3,1% in april tot 3,4% in mei. De belangrijkste drijvende kracht achter de stijgende kerninflatie waren de marktdiensten, die toenamen als gevolg van de heropening van de Hongaarse economie. Op korte termijn spelen er een aantal factoren die de inflatie nog hoog kunnen houden, zoals de afloop eind mei van het gratis parkeren (wat in juni voor een bijdrage van 0,2 procentpunt tot de inflatie zal zorgen) en de hogere voedselprijzen (van met name seizoensgebonden groenten en fruit als gevolg van de enigszins tegenvallende oogst). Ook de wisselkoersdepreciatie kan de inflatie hoog houden, zoals al blijkt uit de forse stijging van de prijzen voor verhandelbare goederen. Basiseffecten zullen er evenwel voor zorgen dat de jaarstijging van de consumptieprijzen vanaf juni begint te dalen tot ongeveer 4% in juli-augustus.  Daarna verwachten wij een tweede golf van oplopende inflatiecijfers tot 4,5% tegen het einde van het jaar. De jaargemiddelde inflatie zal in 2021 iets boven 4,0% uitkomen.

In Tsjechië is de inflatie vertraagd van 3,1% in april tot 2,9% in mei. Ze is daarmee net onder de bovengrens van de tolerantiezone van de centrale bank (1,0-3,0%) beland. De transportprijzen, en met name de prijzen van brandstoffen en auto's, blijven de belangrijkste drijvende kracht. De stijging van de vervoersprijzen zorgde in mei voor ongeveer een derde van de inflatiedruk, terwijl hogere alcohol- en sigarettenprijzen een vergelijkbare bijdrage leverden. Verwacht wordt dat de inflatie in Tsjechië tijdens de zomer dicht bij 3,0% zal blijven en tegen eind 2021 en in 2022 zal afnemen in de richting van de inflatiedoelstelling van de centrale bank van 2,0%. Dit neemt evenwel niet weg dat er aanzienlijke opwaartse risico's zijn, die grotendeels samenhangen met ‘heropeningseffecten’ die in de contactintensieve sectoren kunnen optreden, wanneer de beperkende maatregelen worden versoepeld.

…bezorgt centrale banken hete zomer

In de eurozone beschouwt de ECB de huidige inflatiepiek als een tijdelijk fenomeen, maar de situatie in de economieën van Centraal- en Oost-Europa (COE) is minder eenduidig. Sommige van de huidige drijvende krachten achter de inflatie zijn weliswaar tijdelijk, zoals het tekort aan halfgeleiders en de hogere energieprijzen, maar de onderliggende economische omstandigheden zijn anders in COE. Het zou bijgevolg kunnen dat de centrale banken van de COE-landen in actie moeten komen om te vermijden dat de inflatiepiek doorsijpelt in de inflatieverwachtingen.

Het grote verschil tussen de COE-regio en de eurozone is dat de arbeidsmarkten veel krapper zijn in COE. De werkloosheid is er relatief stabiel gebleven tijdens de pandemie (figuur COE2). Momenteel ligt de werkloosheidsgraad tussen 3,1% (in Polen) en 7,3% (in Slowakije). Dit contrasteert met het aanzienlijk hogere werkloosheidscijfer van 8,0% in de eurozone. Bovendien blijkt uit enquêtes dat het gebrek aan geschoolde arbeidskrachten een zorg blijft voor veel bedrijven. Vooral in Tsjechië is dit een belangrijke productiebeperkende factor, namelijk voor meer dan een derde van de bouwbedrijven en een kwart van alle industriële bedrijven.

Tegelijkertijd verwachten wij een snellere opleving van de binnenlandse vraag in de hele COE-regio, juist omdat de lage werkloosheidscijfers de particuliere consumptie aanwakkeren. Wij zien ook hogere investeringen vanuit industriële bedrijven in automatisering, digitalisering en de groene overgang, met name in de automobielsector. Bovendien zullen de economieën in deze regio naar verwachting aanzienlijk profiteren van de NGEU-fondsen, bovenop de 'traditionele' EU-structuurfondsen. Tot slot wordt verwacht dat het begrotingsbeleid er in 2021 en 2022 iets soepeler zal zijn dan in de eurozone, en vooral in vergelijking met Duitsland.

Zowel de krappe arbeidsmarkten als de sterke binnenlandse vraag zijn belangrijke inflatoire factoren. Daarom menen wij dat er in deze regio een groter risico dan in de grote economieën van de eurozone bestaat dat de inflatie doorsijpelt in de loononderhandelingen, ondanks het feit dat de vakbonden er over het algemeen zwakker zijn. We verwachten dat de onderliggende inflatoire druk in de COE-economieën in de komende kwartalen iets sterker zal blijven.

Als gevolg daarvan zullen de centrale banken in de COE-landen naar verwachting veel vroeger tot actie overgaan dan de ECB. In Hongarije verwachten wij al in juni een eerste renteverhoging. De Poolse centrale bank zal waarschijnlijk iets terughoudender zijn, maar wij verwachten wel dat haar beleidsrichtsnoeren geleidelijk aan minder accommoderend zullen worden. De Tsjechische centrale bank (CNB) zal haar eerste renteverhoging van 25 basispunten naar verwachting ook nog in juni doorvoeren. Vooruitkijkend denken wij dat de traditioneel conservatievere CNB een snellere monetaire verkrapping zal nastreven dan haar regionale buren. Dat is ook een van de redenen waarom wij denken dat de Tsjechische kroon het de komende jaren beter zal doen dan de zloty en de forint.

Kader CEE1 - Tsjechische inflatievooruitzichten

De nominale inflatie in Tsjechië is vertraagd van 3,1% jaar-op-jaar in april naar 2,9% jaar-op-jaar in mei en is daarmee net onder de bovengrens gekomen van de tolerantiemarge van de CNB (1,0-3,0%). De transportprijzen, en met name de prijzen van brandstoffen en auto's, blijven de belangrijkste drijvende kracht achter de nominale inflatie. Een stijging van de vervoersprijzen alleen al is goed voor ongeveer een derde van de inflatiedruk in mei, terwijl hogere alcohol- en sigarettenprijzen een vergelijkbare bijdrage leveren. Verwacht wordt dat de nominale inflatie in Tsjechië tijdens de zomer dicht bij de 3,0% zal blijven en tegen eind 2021 en in 2022 zal afnemen in de richting van de CNB-inflatiedoelstelling van 2,0%. Dit neemt evenwel niet weg dat er sprake is van aanzienlijke opwaartse risico's, die grotendeels samenhangen met het "heropeningseffect" van de contact-intensieve sectoren na de versoepeling van de beheersingsmaatregelen.

Kader CEE2 - Hongaarse inflatievooruitzichten

De nominale inflatie in Hongarije bleef in mei steken op 5,1% jaar-op-jaar, terwijl de kerninflatie opliep van 3,1% jaar-op-jaar in april tot 3,4% jaar-op-jaar in mei. De belangrijkste drijvende kracht achter de stijgende kerninflatie waren de marktdiensten, die toenamen als gevolg van de heropening van de Hongaarse economie. We verwachten dat de inflatie verder opgedreven zal worden door de beëindiging van het gratis parkeren eind mei (waardoor de inflatie in juni met ongeveer 0,2 procentpunt oploopt) en de hogere voedselprijzen (met name seizoensgebonden groenten en fruit als gevolg van de enigszins tegenvallende oogst). Bovendien zal ook het wisselkoerseffect de inflatie opdrijven. Dit blijkt uit de forse stijging van de prijsindex voor verhandelbare goederen als gevolg van de sterkere doorwerking van de eerdere depreciatie van de forint. Wij gaan ervan uit dat de algemene inflatie in mei een hoogtepunt heeft bereikt en al in juni zal beginnen af te zwakken tot 4,9% jaar-op-jaar, om vervolgens in juli en augustus een tijdelijk dieptepunt van ongeveer 4,0% jaar-op-jaar te bereiken. Daarna verwachten wij een tweede golf van opwaartse prijsdruk, waardoor de nominale inflatie tegen het einde van het jaar zal oplopen tot 4,5% jaar-op-jaar. Al met al verwachten wij dat de Hongaarse inflatie iets boven de 4,0% op jaarbasis zal blijven in 2021.

Economische vooruitzichten

Tsjechië

  2020 2021 2022
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %) -5,6 3,5 4,5
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %) 3,3 2,5 2,2
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar) 3,0 3,4 2,7
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp) -6,2 -8,0 -5,5
Bruto overheidsschuld (in % van bbp) 38,1 43,9 46,5
Saldo lopende rekening (in % van bbp) 3,6 2,6 1,7
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen 8,4 6,2 2,5
    11/6/2021

Slowakije

  2020 2021 2022
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %) -4,8 4,0 4,5
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %) 2,0 1,5 2,0
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar) 6,9 8,5 8,0
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp) -6,2 -7,0 -4,5
Bruto overheidsschuld (in % van bbp) 60,6 67,0 65,0
Saldo lopende rekening (in % van bbp) -0,5 -2,0 -2,5
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen 9,6 4,0 2,5
    11/6/2021

Hongarije

  2020 2021 2022
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %) -5,1 6,7 5,1
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %) 3,4 4,2 3,4
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar) 4,2 3,8 3,5
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp) -8,1 -7,5 -5,9
Bruto overheidsschuld (in % van bbp) 80,4 79,3 78,0
Saldo lopende rekening (in % van bbp) 0,0 0,5 0,2
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen 4,4 3,5 3,0
    11/6/2021

Bulgarije

  2020 2021 2022
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %) -3,8 4,0 4,0
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %) 1,2 2,1 2,3
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar) 5,4 5,0 4,8
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp) -3,4 -3,9 -2,0
Bruto overheidsschuld (in % van bbp) 25,0 26,9 28,0
Saldo lopende rekening (in % van bbp) -0,4 2,0 3,0
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen 4,6 4,0 3,8
    11/6/2021

Andere voorspellingen en updates

Wereld

België

Ierland

KBC gebruikt cookies om je surfervaring aangenamer te maken. Zo kan KBC ook beter inspelen op je behoeften en voorkeuren. Door verder te surfen ga je akkoord met het gebruik van deze cookies. Meer info? Of wil je geen cookies? Klik hier.