Centraal- en Oost-Europa

Er liep iets mis. De pagina is tijdelijk onbeschikbaar.

Centraal- en Oost-Europa

Meest recente Economisch Vooruitzichten voor Centraal- en Oost-Europa

De cijfers die sinds begin november 2025 werden gepubliceerd tonen een toenemende divergentie in de COE-regio. De Bulgaarse en Tsjechische economie tonen beide veerkracht, zij het onder invloed van verschillende factoren (sterke binnenlandse consumptie respectievelijk een breed gedragen herstel). In Hongarije en Slowakije kampt de economie daarentegen met een stilstand. De divergentie is grotendeels structureel: economieën die sterk afhankelijk zijn van de Duitse industriële toeleveringsketen (Hongarije, Slowakije en in mindere mate Tsjechië) hebben te lijden onder de aanhoudende industriële vertraging in Duitsland, terwijl economieën met een sterkere binnenlandse vraag (Bulgarije) daartegen zijn beschermd.

Het budgettair beleid staat in de hele COE-regio centraal. Tsjechië streeft naar een geleidelijke begrotingsconsolidatie, hoewel die met de nieuwe regering na de recente verkiezingen aan kracht zou kunnen inboeten. Toch voorspellen we voor 2025 een begrotingstekort van slechts 1,7% van het bbp en voor 2026 een tekort net onder 3%. Hongarije staat voor een dilemma: het land zou de begroting moeten saneren, maar kiest voor stimuleringsmaatregelen om de economische groei te doen opleven, waardoor het risico op een zogenoemd ’twin deficit’ (begrotingstekort en tekort op de lopende rekening) ontstaat. Onlangs heeft de regering in Boedapest nieuwe maatregelen aangekondigd die gericht zijn op gezinnen en kmo's. Die moeten de binnenlandse vraag stimuleren, maar versterken de vrees voor een groter begrotingstekort in 2026 in aanloop naar de verkiezingen. Wij gaan ervan uit dat het Hongaarse begrotingstekort in 2025 5,0% en in 2026 5,3% zal bedragen.

In schril contrast met Hongarije keurde Slowakije in november een nieuw robuust pakket begrotingsconsolidatiemaatregelen goed. De belangrijkste zijn de verhoging van het btw-tarief op ongezonde voeding tot 23% (met ingang van januari 2026), de invoering van een nieuwe belasting op financiële transacties voor bedrijven en een verhoging van de vennootschapsbelasting. Bovendien werd een ’belastingamnestie’ ingevoerd om de betaling van achterstallige belastingen zonder boetes aan te moedigen, met als doel de inkomsten op korte termijn te verhogen. Dankzij de goedgekeurde besparingen verwachten we dat het Slowaakse begrotingstekort zal dalen van 5,5% in 2024 tot 5% in 2026.

De toetreding van Bulgarije tot de eurozone is een mijlpaal voor de regio. Het betekent een verdere integratie van de Balkan in de kern van de EU. Voor de bredere regio onderstreept het de voordelen van een geloofwaardig monetair anker. Omgekeerd hebben de vlottende valuta's (CZK, HUF, PLN) een onafhankelijk monetair beleid mogelijk gemaakt, maar de respectieve economieën ook blootgesteld aan grotere inflatievolatiliteit en ingevoerde prijsdruk. Een bijzonder kenmerk van de overgang van Bulgarije naar de euro is het feit dat die de afgelopen jaren (en ook nu) in een turbulente politieke omgeving heeft plaatsgevonden, wat onder meer tot uiting kwam in veelvuldige regeringswisselingen. We kunnen alleen maar hopen dat als er (na het aftreden van de huidige regering) in het voorjaar van 2026 vervroegde verkiezingen worden gehouden, de winnaar daarvan meer succes heeft dan zijn voorgangers bij het herstellen van de politieke stabiliteit in het land.

Hoewel de inflatie daalt, blijft de hardnekkigheid van de diensteninflatie een risico vormen. In Tsjechië is de inflatiedruk aanzienlijk blijven afnemen. De algemene inflatie daalde er in november tot 2,1%, het laagste niveau sinds april, dankzij dalende voedings- en energieprijzen. Dat cijfer sluit nauw aan bij de 2%-doelstelling van de Tsjechische Nationale Bank, wat de eerdere monetaire verkrapping rechtvaardigt. We verwachten dat de HICP-inflatie in Tsjechië over de voorspellingshorizon binnen een smalle bandbreedte rond 2,3% zal schommelen. De Slowaakse HICP-inflatie werd in november geraamd op 3,8%. We verwachten dat de jaargemiddelde inflatie in Slowakije zal blijven steken op 4,2% in 2025 en 2026.

In Hongarije blijft de inflatie hardnekkiger dan in andere Visegrad-landen, vooral gedreven door de diensteninflatie. Het percentage schommelt er sinds december 2024 rond de 4% en we denken niet dat het jaargemiddelde percentage volgend jaar onder de 3,5% zal zakken. In Bulgarije, waar de inflatie in oktober 5,3% bedroeg, gaat de sterke prijsstijging van goederen en diensten gepaard met een recordstijging van de vastgoedprijzen. De Bulgaarse centrale bank heeft maatregelen genomen om de oververhitte hypotheekmarkt af te koelen en de financiële stabiliteit te waarborgen in aanloop naar de euro-invoering. Wij gaan ervan uit dat de HICP-inflatie in 2026 zal beginnen afnemen en het jaargemiddeld inflatiecijfer tegen 2026 zal zijn afgenomen tot 2,7%.

De Tsjechische economie toonde in het derde kwartaal van 2025 een solide veerkracht, met een bbp-groei van 0,8% tegenover het vorige kwartaal en 2,8 % tegenover hetzelfde kwartaal een jaar eerder. De groei werd voornamelijk aangedreven door een herstel van de private consumptie, ondersteund door stijgende reële lonen en een daling van de spaarquote, alsook door sterke bruto-investeringen in vaste activa. De Tsjechische arbeidsmarkt blijft krap met een werkloosheidsgraad van 3,1% in oktober, één van de laagste in de EU, hoewel een lichte stijging wordt verwacht naarmate de economie afkoelt. In Hongarije blijven de economische prestaties zwak. Het bbp groeide er in het derde kwartaal van 2025 met slechts 0,6% tegenover een jaar eerder en stagneerde op kwartaalbasis. Terwijl de bouw- en dienstensector nog enige kracht toonden, vormde de activiteit in de industrie en de landbouw een aanzienlijke rem op de economie. In lijn met de verwachtingen haalde ook Slowakije in het derde kwartaal van 2025 slechts een bescheiden groei van 0,3% tegenover het vorige kwartaal en 0,8% tegenover hetzelfde kwartaal een jaar eerder. De groei werd ondersteund door de netto-uitvoer en een herstel van de investeringen, terwijl de private consumptie gematigd bleef als gevolg van de begrotingsconsolidatie. Bulgarije presteerde in het derde kwartaal van 2025 beter dan zijn regionale tegenhangers met een sterke groei van 0,7% op kwartaalbasis en 3,2% op jaarbasis. De binnenlandse consumptie blijft de belangrijkste motor van de Bulgaarse groei, aangewakkerd door reële loonstijgingen, die op hun beurt wel de inflatie opdrijven.

De vooruitzichten voor Centraal- en Oost-Europa worden nog altijd overschaduwd door externe bedreigingen, met name de negatieve gevolgen van de Amerikaanse invoerheffingen en de aanhoudende zwakte van de Duitse autosector. Dit vormt een groot risico voor de economieën van de Visegrád-landen (Tsjechië, Hongarije en Slowakije), die sterk in de mondiale toeleveringsketens voor de autosector zijn geïntegreerd. Voor de periode 2025-2026 voorspellen we dat de snelste gemiddelde jaarlijkse reële bbp-groei zal plaatsvinden in Bulgarije (2,7%), gevolgd door Tsjechië (2%). In tegenstelling tot die beide koplopers zal de groei in Hongarije en Slowakije gemiddeld zwakker zijn, maar wel versnellen: van 0,4% tot 2,3% in de eerste economie en van 0,7% tot 1,9% in de tweede.

Kader 1 – Sommige COE-arbeidsmarkten koelen licht af, maar loondruk blijft hoog

De arbeidsmarkten in veel COE-landen blijven krap, wat leidt tot aanhoudende arbeidstekorten in bepaalde sectoren en mogelijke loondruk. In enkele landen, waaronder Hongarije en Tsjechië, koelt de situatie enigszins af en stijgt de werkloosheid langzaam. Dat is deels te wijten aan de vertraging in de Duitse industrie en aan aanbodschokken als gevolg van de geopolitieke situatie. Niettemin wijzen de prognoses voor deze landen op aangehouden hoge loondruk. De werkloosheidsgraad ligt nog altijd (ruim) onder de ramingen voor de NAIRU (Non-Accelerating Inflation Rate of Unemployment) en zelfs kleine negatieve economische schokken zullen daar allicht geen verandering in brengen.

Tekort aan arbeidskrachten

Al jaren melden bedrijven in Centraal- en Oost-Europa dat een tekort aan arbeidskrachten een belangrijke factor is die de productie belemmert (zie figuur COE1). Deze trend lijkt zich niet te keren en heeft verschillende oorzaken. Door de vergrijzing en de aanhoudend lage geboortecijfers is de beroepsbevolking gekrompen, terwijl veel geschoolde werknemers naar West-Europa zijn geëmigreerd op zoek naar een hogere verloning. De snelle economische groei en de integratie in de toeleveringsketens van de EU hebben de vraag naar arbeidskrachten vergroot, maar de trage loonconvergentie blijft emigratie in de hand werken. Onderwijs- en opleidingsstelsels lopen achter op de veranderende behoeften van de industrie, waardoor er een tekort aan vaardigheden ontstaat in sectoren zoals de gezondheidszorg, de bouw en de IT-sectoren. Immigratie uit Oekraïne en de Westelijke Balkan heeft geholpen, maar de beperkte instroom uit niet-EU-landen en de lage arbeidsparticipatie van vrouwen en 50-plussers verergeren het probleem, waardoor het tekort aan arbeidskrachten een voortdurende uitdaging vormt voor het concurrentievermogen en bijgevolg de bbp-groei.

’Non-Accelerating Inflation Rate of Unemployment'

De NAIRU is de werkloosheidsgraad waarbij de loondruk in evenwicht is en de inflatie bijgevolg stabiel blijft. Als de effectieve werkloosheidsgraad onder de NAIRU daalt, concurreren bedrijven om schaarse arbeidskrachten, waardoor de lonen stijgen en de inflatie wordt aangewakkerd. Omgekeerd, wanneer de werkloosheid boven de NAIRU ligt, vertraagt de loongroei en neemt de inflatiedruk af. De NAIRU-ramingen vertonen al vele jaren een dalende trend in de regio (zie figuur CEE2), ondanks demografische tegenwind die deels door migratie uit Oekraïne en een terugkeer van migranten wordt gecompenseerd. Deze daling wordt veroorzaakt door structurele factoren, zoals verankerde inflatieverwachtingen die de loongevoeligheid voor werkloosheid hebben verminderd, de integratie in mondiale toeleveringsketens die het vermogen van bedrijven beperken om hogere arbeidskosten door te berekenen in de prijzen, en productiviteitsverbeteringen waardoor bedrijven loonsverhogingen kunnen opvangen zonder inflatie te veroorzaken. Deze veranderingen hebben de traditionele koppeling tussen lage werkloosheid en versnellende inflatie verzwakt, waardoor de NAIRU laag kan blijven, zelfs in een omgeving met een beperkt aanbod van arbeidskrachten.

Niettemin blijven de werkloosheidscijfers onder het geschatte NAIRU-niveau, wat resulteert in aanhoudende opwaartse loondruk. Voor Hongarije verwachten we een loongroei van 9,5% in 2026, na een verwachte 9,1% in 2025. Na een jaar van dubbelcijferige groei met een verwachte 10% in 2025, wordt in Bulgarije een loongroei van ongeveer 8,7% voorspeld voor 2026. In Tsjechië, waar de werkloosheid het sterkst is gestegen van de genoemde landen, wordt voor 2026 nog altijd een loongroei van 5,5% verwacht, na 7% in 2025.

Economische voorspellingen december 2025

Tsjechië

  2024 2025 2026
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %) 1,1 2,5 2,0
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %) 2,7 2,4 2,2
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar) 2,8 3,2 3,2
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp) -2,0 -1,7 -2,9
Bruto overheidsschuld (in % van bbp) 43,3 43,9 45,4
Saldo lopende rekening (in % van bbp) 1,7 1,0 0,7
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen 5,0 10,0 6,4
    16/12/2025

Slowakije

  2024 2025 2026
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %) 1,9 0,7 0,9
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %) 3,2 4,2 4,2
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar) 5,2 5,4 5,7
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp) -5,5 -5,2 -5,0
Bruto overheidsschuld (in % van bbp) 59,7 61,5 63,5
Saldo lopende rekening (in % van bbp) -4,6 -4,0 -4,0
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen 3,8 10,4 5,0
    16/12/2025

Hongarije

  2024 2025 2026
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %) 0,6 0,4 2,3
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %) 3,7 4,4 3,5
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar) 4,4 4,4 4,0
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp) -5,0 -5,0 -5,3
Bruto overheidsschuld (in % van bbp) 73,5 73,5 73,6
Saldo lopende rekening (in % van bbp) 1,7 1,3 1,0
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen 13,7 13,0 7,5
    16/12/2025

Bulgarije

  2024 2025 2026
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %) 3,2 3,1 2,7
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %) 2,6 3,5 3,4
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar) 3,8 3,8 3,7
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp) -3,0 -3,0 -3,0
Bruto overheidsschuld (in % van bbp) 23,8 27,8 31,3
Saldo lopende rekening (in % van bbp) -1,5 -3,3 -3,1
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen 16,5 14,7 8,5
    16/12/2025

Andere voorspellingen en updates

Wereld

België