Centraal- en Oost-Europa

Centraal- en Oost-Europa

Economische update - april 2021

In veel landen kent de ontwikkeling van de covid-19-pandemie een verloop in golven. Periodes van dalende besmettingspercentages worden gevolgd door heropflakkeringen van de pandemie, gewoonlijk nadat politici de beperkende maatregelen versoepelen, onder druk van een vermoeide bevolking en uit vrees voor buitensporige economische schade. Dit is in algemeen ook het beeld in de Centraal- en Oost-Europese (COE) regio. Sinds februari is het aantal besmette personen in de COE-regio sterk toegenomen, vooral in Polen, Hongarije en Bulgarije. In de Tsjechische Republiek en Slowakije, waar de laatste golf van de pandemie vroeger opdook, is momenteel een verbetering van de situatie merkbaar, maar het aantal nieuw gemelde gevallen blijft op een zeer hoog (en volatiel) niveau (figuur COE1).

Hoewel de huidige pandemische situatie (ook buiten de COE-regio) niet rooskleurig is, blijven onze economische vooruitzichten voor de regio optimistisch. De komst van het voorjaar en later het zomerseizoen, de toenemende immuniteit, de voortdurende vaccinatie-inspanningen en de ontwikkeling van betere behandelingen doen de hoop rijzen dat de westerse economieën de virusuitbraken binnen enkele maanden geleidelijk onder controle zullen krijgen. De vaccinatiegraad in de meeste landen van de COE-regio verschilt momenteel niet veel van het EU-gemiddelde, behalve in Hongarije, waar hij aanzienlijk hoger ligt, en in Bulgarije, waar hij iets lager ligt. Samen met de verwachte toenemende beschikbaarheid van vaccins in Europa in de komende maanden verwachten wij dat de bestaande vaccinatiekloof tussen landen als Israël, de VS of het VK (met een hoge vaccinatiegraad) enerzijds, en de EU (met een relatief lage vaccinatiegraad) anderzijds (met inbegrip van COE) snel zal beginnen te verkleinen.  

De komst van de laatste pandemiegolven heeft het economisch herstel, waarvan wij oorspronkelijk verwachtten dat het in het eerste kwartaal van dit jaar aan kracht zou winnen, evenwel bemoeilijkt en vertraagd. In het begin van het jaar was het nog vooral het gebrek aan bepaalde technische onderdelen (chips) in de exportgerichte automobielindustrie die de groei in Centraal-Europa verstoorde, maar in maart lieten de negatieve gevolgen van de pandemie zich opnieuw voelen. Deze dwongen de regeringen in Tsjechië en Slowakije ertoe de bestaande lockdownmaatregelen te verlengen voor een aanzienlijk langere periode dan oorspronkelijk verwacht. In Hongarije, Bulgarije en Polen waren de regeringen uiteindelijk genoodzaakt opnieuw restrictieve gezondheidsmaatregelen in te voeren. Het spreekt voor zich dat de strenge maatregelen die de mobiliteit van de burgers beperken, net als vorig jaar, een zware impact zullen hebben op de activiteit in de dienstensector, met name in de kleinhandel en de toeristische sector. 

Doordat er in maart nieuwe en strengere maatregelen ingevoerd werden in bijna alle landen van de COE-regio (die nog steeds van kracht zijn), is een neerwaartse bijstelling van de groeiraming voor het eerste kwartaal van het jaar gerechtvaardigd. Meer bepaald hebben wij de bbp-groeiprognoses voor alle Centraal-Europese landen neerwaarts bijgesteld van de verwachte licht positieve kwartaal-op-kwartaalgroei naar een vlakke of licht negatieve groei. Dit strookt met onze neerwaartse bijstelling van de groeiraming voor het eerste kwartaal voor de eurozone (tot 0% kwartaal-op-kwartaal). Aangezien de Centraal-Europese economieën kleine open economieën zijn, wordt hun groeipad in grote mate bepaald door de groeidynamiek van de eurozone en de Europese importvraag naar Centraal-Europese goederen en diensten. Aangezien economieën als de Tsjechische en de Slowaakse, gespecialiseerd zijn in industriële sectoren zoals de auto-industrie, maken zij bovendien deel uit van internationale productieketens in deze sectoren. Dit draagt bij tot de verwevenheid van de conjunctuurcyclus van de regio met de bredere Europese groeidynamiek.

De aanzienlijke sectorale specialisatie van de regio in industriële sectoren heeft de regio kwetsbaar gemaakt voor verstoringen van de productieketens, zoals wordt geïllustreerd door het aanhoudende tekort aan halfgeleiders. Hoewel wij verwachten dat dit een tijdelijk verschijnsel is, vormt het op korte termijn wel een neerwaarts risico voor de regionale groeivooruitzichten.

Onze voorzichtigere groeiraming voor het eerste kwartaal wordt tot op zekere hoogte gecompenseerd door onze verwachting dat er vanaf het tweede kwartaal een positief compenserend effect kan optreden. Daardoor hebben wij onze jaarlijkse groeiprognose voor 2021 per saldo ongewijzigd gelaten voor Tsjechië (3,5%), Hongarije (4,5%) en Bulgarije (3%). Alleen onze jaarlijkse groeivooruitzichten voor Slowakije werden naar beneden bijgesteld tot 3,7%, omdat we een forse krimp verwachten in het eerste kwartaal, die in de resterende kwartalen van 2021 waarschijnlijk niet zal worden gecompenseerd. De uitzonderlijk sterke krimp die voor het eerste kwartaal wordt verwacht, is deels toe te schrijven aan de zeer sterke sectorale specialisatie van de Slowaakse economie, waardoor deze bijzonder kwetsbaar is voor sectorspecifieke schokken zoals het tekort aan halfgeleiders.  

Over de Hongaarse groeidynamiek in 2021 zijn we positiever, omdat deze waarschijnlijk zal worden ondersteund door een soepeler begrotingsbeleid in de aanloop naar de parlementsverkiezingen in 2022.  Omwille van de verwachte versoepeling van het budgettaire beleid hebben wij onze voorspelling van het begrotingstekort van de overheid in 2021 opwaarts bijgesteld tot 7,5% van het bbp. 

Wat de Balkanlanden - Bulgarije en Roemenië - betreft, blijven wij voorlopig bij onze eerdere groeivooruitzichten, aangezien onze oorspronkelijke voorspellingen voor deze landen al vrij conservatief waren en er in Roemenië bovendien geen drastische beperkende maatregelen zijn ingevoerd in het eerste kwartaal. Wat de economische vooruitzichten voor de regio na het eerste kwartaal betreft, is er weinig veranderd. We blijven echter wel voorzichtig. In ons basisscenario gaan wij ervan uit dat de meeste landen in de regio hun lockdownmaatregelen in de komende kwartalen geleidelijk zullen beginnen te versoepelen en dat de sterk getroffen dienstensector daarvan zal kunnen profiteren.

Kader COE1 – Politieke onrust in Slowakije

Minder dan 12 maanden na de laatste verkiezingen in Slowakije is de populariteit van OLaNO, de leidende regeringspartij, aanzienlijk gedaald. De Covid-19-crisis en een dominante bestuursstijl zijn belangrijke factoren die de achteruitgang in de perceptie van de bevolking verklaren. Volgens recente opiniepeilingen zou de partij slechts 10,4% van de stemmen halen - een opmerkelijke daling ten opzichte van de 25,02% die zij bij de verkiezingen behaalde (FOCUS Polling Agency). Ook de persoonlijke populariteit van oud-premier Matovic (de voormalige leider van OLaNO) daalde geleidelijk tot 25%.

De toenemende spanningen tussen de regeringspartijen leidden begin maart 2021 uiteindelijk tot een coalitiecrisis, die rechtstreeks werd uitgelokt door de invoer van Spoetnik-V-vaccins uit Rusland zonder instemming van de coalitiepartners en zonder een voorafgaande positieve aanbeveling van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA). De crisis escaleerde en de kleinere partijen verzochten premier Matovic zijn functie neer te leggen.

Het risico op versplintering van de regering nam toe toen sommige parlementsleden hun partij verlieten om onafhankelijk parlementslid te worden. In een poging om de druk op Matovic op te voeren, hebben verschillende ministers van kleinere coalitiepartijen hun functie neergelegd. Uiteindelijk werd de politieke crisis echter begin april opgelost met de installatie van een nieuwe regering. De belangrijkste verandering was de functieruil tussen Matovic en de toenmalige minister van Financiën, Eduard Heger (beiden OLaNO-leden). De kleinere coalitiepartijen verwachten nu een rustiger, constructiever klimaat en een minder conflictgerichte bestuursstijl.

De economische standpunten van Matovic zijn niet erg bekend, omdat hij zich vooral richtte op de thema's corruptie en de pandemiecrisis. De pas benoemde premier Heger is echter zijn nauwe bondgenoot, en het ministerie van Financiën voert een stabiel beleid. De grootste uitdaging voor de nieuwe minister van Financiën zal de voltooiing van het herstelplan zijn en, wat belangrijk is, de stabilisering van de overheidsfinanciën na de pandemie. We verwachten geen grote veranderingen in het economisch beleid.

Economische vooruitzichten

Tsjechië

  2020 2021 2022
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %) -5,6 3,5 4,5
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %) 3,3 1,8 2,0
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar) 3,1 3,7 3,0
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp) -6,7 -7,3 -5,5
Bruto overheidsschuld (in % van bbp) 37,5 43,0 45,7
Saldo lopende rekening (in % van bbp) 3,2 2,1 1,3
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen 8,4 3,7 2,4
    1/4/2021

Slowakije

  2020 2021 2022
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %) -5,2 3,7 4,5
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %) 2,0 0,7 1,5
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar) 7,0 9,5 8,0
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp) -8,0 -7,4 -4,5
Bruto overheidsschuld (in % van bbp) 64,0 67,0 65,0
Saldo lopende rekening (in % van bbp) -3,0 -3,5 -3,5
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen 9,6 2,0 2,5
    1/4/2021

Hongarije

  2020 2021 2022
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %) -5,1 4,5 5,3
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %) 3,4 3,8 3,3
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar) 4,1 4,1 3,8
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp) -8,1 -7,5 -5,2
Bruto overheidsschuld (in % van bbp) 80,4 79,3 77,4
Saldo lopende rekening (in % van bbp) 0,1 0,5 0,2
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen 4,4 2,0 3,0
    1/4/2021

Bulgarije

  2020 2021 2022
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %) -3,8 3,0 4,0
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %) 1,2 1,9 2,2
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar) 5,3 5,0 4,8
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp) -3,0 -3,9 -2,0
Bruto overheidsschuld (in % van bbp) 24,3 26,9 28,0
Saldo lopende rekening (in % van bbp) 0,4 2,0 3,0
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen 4,6 4,0 3,8
    1/4/2021

Andere voorspellingen en updates

Wereld

België

Ierland

KBC gebruikt cookies om je surfervaring aangenamer te maken. Zo kan KBC ook beter inspelen op je behoeften en voorkeuren. Door verder te surfen ga je akkoord met het gebruik van deze cookies. Meer info? Of wil je geen cookies? Klik hier.