België

België

Economische Vooruitzichten België 

Een moeilijke winter

2021 eindigde zwak voor de Belgische economie. Meer bepaald is de dynamiek van de particuliere consumptie in het vierde kwartaal allicht fors vertraagd, na een eerdere sterke opleving in het tweede en derde kwartaal.

De opflakkering van de pandemie en de ermee gepaard gaande herinvoering van beperkingen, alsook de stijgende energieprijzen speelden parten. Burgers hebben hun mobiliteitsgedrag aangepast in reactie op de stijgende infectiecijfers, zij het in mindere mate dan in de buurlanden (zie figuur BE1). In het verlengde daarvan is het consumentenvertrouwen in de laatste maanden van het jaar driemaal op rij teruggevallen. Andere tegenwind voor de economie kwam van de aanhoudende knelpunten aan de aanbodzijde, die vooral op de industrie en bouw wogen. Ook de NBB-conjunctuurbarometer is teruggevallen ten opzichte van zijn hoogtepunt in de zomer, maar vervolgens redelijk stabiel gebleven op een nog hoog niveau in de laatste drie maanden. 

Op de arbeidsmarkt vormt het tekort aan arbeidskrachten een specifieke uitdaging. De afwezigheid van werknemers als gevolg van covid-besmetting en -isolatie komt bovenop een steeds krapper wordende arbeidsmarkt en vormt een extra (tijdelijke) hindernis voor bedrijven om hun activiteit te handhaven of zelfs uit te breiden.

De grote vraag naar arbeid staat in contrast met de werkloosheidscijfers. Zo is het gebruik van het stelsel van tijdelijke werkloosheid sinds midden november weer gestegen, volgend op de nieuwe covid-golf (zie figuur BE2). 

Hoewel op een dalend pad, blijft de effectieve werkloosheid, gemeten door de geharmoniseerde werkloosheidsgraad (5,9% in november 2021), nog een stuk boven zijn precrisis-niveau (4,9% in maart 2020). Deze vaststellingen wijzen erop dat het arbeidsaanbod en de arbeidsvraag niet goed op elkaar zijn afgestemd.

Na onzekerheid beterschap verwacht

Door omikron begon 2022 met veel onzekerheid. Waarschijnlijk zullen de aanhoudende beperkingen en het verslechterende sentiment als gevolg van de nieuwe virusvariant nog enkele maanden op de economische activiteit blijven wegen. Na de trage groei in het vierde kwartaal van 2021 (geraamd op 0,1%), verwachten we dat de kwartaalgroei van het reële bbp ook in het eerste kwartaal van 2022 gematigd zal blijven (op 0,2%).

In ons scenario gaan we ervan uit dat omikron beheersbaar blijft voor de gezondheidszorg en dat er dus geen langdurige volledige lockdowns nodig zullen zijn die een ernstiger economische impact hebben. Over een wat langere periode bekeken, hebben we onze positievere groeivooruitzichten voor de periode vanaf het voorjaar niet gewijzigd. Die impliceren dat de kwartaalgroei dan terug zou aantrekken tot respectievelijk 0,4%, 0,7% en 0,7% in het tweede, derde en vierde kwartaal. Voor het volledige jaar 2022 houden we vast aan onze groeiprognose van 2,5%, een cijfer dicht in de buurt van de EC- en NBB-vooruitzichten voor 2022 (beide 2,6%). Onze groeiprognose voor 2023 (1,8%) ligt eveneens dicht bij die van de EC (1,9%), maar duidelijk onder die van de NBB (2,4%).

Inflatiedaling verwacht in loop van 2022

De Belgische inflatie bedroeg in december volgens de Europese geharmoniseerde consumptieprijsindex (HICP) 6,5%. Dat is een daling tegenover de piek van 7,1% in november.

Wij gaan er nu van uit dat omikron tot iets langduriger verstoringen van de aanbodzijde kan leiden dan eerder voorzien, met een grotere opwaartse druk op de prijzen als gevolg. Bovendien lijken de prijsstijgingen te zullen leiden tot een sterkere toename van de arbeidskosten in 2022, die op hun beurt in de kerninflatie terechtkomen. Dit alles heeft ons ertoe aangezet om onze prognose voor de gemiddelde HICP-inflatie voor 2022 verder op te trekken, van 2,7% naar 3,7%. We blijven er echter van uitgaan dat de maandelijkse inflatiecijfers in de loop van het jaar zullen dalen, tot onder de 2% tegen eind 2022 wanneer basiseffecten hun intrede doen. Onze prognose van 3,7% voor de Belgische inflatie is één procentpunt hoger dan die voor de inflatie in het eurogebied, maar nog altijd een stuk lager dan de prognoses van de NBB (4,9%, HICP) en het Federaal Planbureau (5,0%, CPI).

Talrijke risico's

Er zijn heel wat risico's verbonden aan ons basisscenario. Indien de hoge besmettelijkheid van omikron (of andere nieuwe virusvarianten) brede en strenge lockdown-maatregelen zou vereisen, dan zou dat opnieuw een zware impact hebben op de economische activiteit. Indien de energieprijzen onder opwaartse druk zouden blijven en/of de loon-prijsspiraal langer zou aanhouden, dan zou de inflatie langer hoger blijven dan thans wordt aangenomen.

Ten slotte zijn er risico's die indirect verband houden met covid-19. Vooreerst zal de overheid vroeg of laat de onhoudbare situatie van de publieke financiën veroorzaakt door de pandemie moeten aanpakken. Dat vereist maatregelen die de economische groei kunnen impacteren. Verder is de prijsdynamiek op de Belgische woningmarkt tijdens de pandemie fors aangetrokken. Mocht die op korte termijn niet vertragen (bijv. als gevolg van een aanhoudende vastgoedinteresse vanwege investeerders), dan zal de al bestaande overwaardering van de woningmarkt verder oplopen, wat finaal tot een prijscorrectie kan leiden.

Economische voorspellingen januari 2022

Nationale rekeningen (reële jaarwijziging, in %)

  2021 2022 2023
Particuliere consumptie 6,2 5,2 2,4
Overheidsconsumptie 4,1 3,7 1,5
Investeringen in vaste activa 9,7 1,7 3,3

Bedrijfsinvesteringen

8,9 0,4 3,9

Overheidsinvesteringen

12,8 7,2 2,5

Investeringen in woongebouwen

10,4 2,7 1,7
Finale binnenlandse vraag (ongerekend voorraadwijzigingen) 6,5 3,9 2,4
Voorraadwijziging (groeibijdrage) -0,8 -0,2 0,1
Uitvoer van goederen en diensten 8,8 3,5 4,6
Invoer van goederen en diensten 8,4 4,9 5,4
       
Bruto binnenlands product (bbp) 6,0 2,5 1,8
       
Beschikbaar gezinsinkomen 0,7 1,9 2,1
Bruto-gezinsspaarquote (in % beschikbaar inkomen) 16,0 13,4 13,1

Evenwichtsindicatoren

  2021 2022 2023
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, in %)      

Consumptieprijzen (geharmoniseerde CPI)

3,2 3,7 2,0

Gezondheidsindex (nationale CPI)

2,0 3,7 2,0
       
Arbeidsmarkt      

Werkgelegenheid (jaarwijziging, in 1000, einde jaar)

101,2 25,0 60,0

Werkloosheidsgraad (in % van de beroepsbevolking, einde jaar, Eurostat definitie)

5,9 5,7 5,6
       
Overheidsfinanciën (in % van het bbp bij ongewijzigd beleid)      

Netto-financieringssaldo

-6,4 -4,7 -4,9

Overheidsschuld

109,1 108,1 110,5
       
Saldo lopende rekening (in % van bbp) 0,4 -1,0 -0,5
       
Woningprijzen (gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen, Eurostat definitie) 6,0 3,0 2,0

Andere voorspellingen

Wereld

Ierland

Centraal- en Oost-Europa