België

België

Economische update - oktober 2020

Traag herstel wordt bevestigd

Sentiments- en frequent beschikbare indicatoren tonen aan dat het herstel van de Belgische economie traag verloopt en onderhevig is aan grote onzekerheid, wat deels verband houdt met de opnieuw sterke toename van het aantal coronavirusinfecties. Uit de laatste enquête van de Economic Risk Management Group blijkt dat het sinds mei trage en onvolledige herstel van de omzet van de Belgische bedrijven tot stilstand is gekomen. Eind september lag hun omzet nog altijd 14% onder het normale niveau, wat iets meer is dan het percentage uit de vorige enquête. Het ondernemersvertrouwen nam in september verder toe, maar het tempo van de verbetering lijkt te vertragen. Hetzelfde geldt voor de beoordeling van de uitvoerbestellingen, wat erop wijst dat ook het uitvoerherstel traag verloopt. Het consumentenvertrouwen bleef ondanks een sterke verbetering in september op een uiterst laag niveau. Dat maakt dat het voorzorgssparen nog een zekere tijd op de consumptiegroei zal blijven wegen.

De herleving van de economische activiteit in de eurozone in het derde kwartaal lijkt iets sterker te zijn geweest dan eerder verwacht (zie hierboven). Dit doet ons geloven dat ook in België de kwartaalgroei van het reële bbp-groei in het derde kwartaal iets hoger zal uitkomen op zo’n 5%. Dat is nog altijd minder dan de nowcast-prognose van de NBB (+8%), wat verklaard wordt door onze iets minder optimistische visie over de opleving van de binnenlandse vraag. Aangezien de tweede covid-19-golf zich snel verspreidt, gaan we er anderzijds nu van uit dat de groei in het vierde kwartaal wat zwakker zal zijn dan eerder verwacht. Het nieuwe pad van de kwartaalgroei van het bbp impliceert dat onze prognose voor de jaargroei naar boven is bijgesteld tot -8,5% in 2020 en naar beneden tot +4,7% in 2021. Deze cijfers liggen nog altijd aan de onderkant van de range van prognoses gemaakt door andere instellingen. Het Federaal Planbureau bijvoorbeeld ziet de Belgische economische groei in haar recent gepubliceerde update op -7,4% respectievelijk +6,5% in 2020 en 2021.

Het viel op dat de cijferreeks van de geharmoniseerde werkloosheidsgraad voor België recent sterk naar beneden is bijgesteld. De geactualiseerde reeks vertoont nu een min of meer stabiel verloop sinds het jaarbegin op 5,0-5,1%. Bij de vorige publicatie door Eurostat bleek het percentage nog te zijn gestegen van 5,0% in februari tot 5,5% in juli (zie figuur BE1). In het verleden was de reeks, die gebaseerd is op een driemaandelijkse enquête, al vaker onderhevig aan grote herzieningen. Dat betekent dat we voorzichtig moeten zijn met het interpreteren van de gegevens. Tot nu toe werd de impact van de coronacrisis op de arbeidsmarkt gemilderd doordat bedrijven ruim beroep deden op het stelsel van tijdelijke werkloosheid. Geleidelijk aan zal de crisis zich evenwel vertalen in hogere effectieve werkloosheid. Dat is al zichtbaar in de administratieve werkloosheidsgegevens die door de regionale arbeidsbureaus worden gepubliceerd. Wij gaan er nog altijd van uit dat de werkloosheidsgraad de komende kwartalen zal pieken, mede onder invloed van een golf van faillissementen.

Intussen streeft de nieuwe federale regering naar een werkgelegenheidsgraad van 80% tegen 2030, komende van 70,5% in 2019. Die ambitie is weinig realistisch, mede door het gebrek aan nieuwe arbeidsmarkthervormingen in het regeerakkoord. Bovendien zullen dit en volgend jaar naar verwachting netto zo’n 140.000 banen verloren gaan, waardoor het onmogelijk is om de werkgelegenheidsgraad op korte termijn te verhogen. Uitgaande van het door het Planbureau verwachte aantal personen tussen 20 en 64 jaar, zouden er vanaf 2022 jaarlijks 73.000 extra Belgen aan de slag moeten (+1,5%) om de 80%-doelstelling te halen. In 2000-2019 bedroeg die jaarlijkse stijging gemiddeld slechts 40.000 (+1,0%) (zie figuur BE2).

Kader 1 – De Belgische woningmarkt in coronatijd

De Belgische woningmarkt verraste tijdens de voorbije periode van coronacrisis. Volgens de geharmoniseerde woningprijsindex van Eurostat stegen de prijzen van bestaande en nieuwe woningen in het tweede kwartaal met 4,5% tegenover een jaar eerder. Het sterke cijfer volgde op de vertraging van de prijsdynamiek in het eerste kwartaal (+3,5%), veroorzaakt door het schrappen van de woningbonus begin dit jaar (zie figuur KBE1). Voor het derde kwartaal zijn er nog geen officiële prijsgegevens beschikbaar. Cijfers gepubliceerd door de Belgische federatie van notarissen geven wel al aan dat de dynamiek sterk bleef, met een jaar-op-jaarprijsstijging van 4,7% voor woningen en zelfs 6,7% voor appartementen. 

Er zijn aanwijzingen dat investeerders een toenemend deel van de activiteit op de Belgische woningmarkt voor hun rekening nemen en dus een belangrijke motor zijn voor de aanhoudend sterke prijsstijgingen. Het voorbije anderhalve decennium nam de interesse van de Belgen om extra vastgoed te kopen behoorlijk toe. De belangrijkste reden is ongetwijfeld de lage rentestand, maar waarschijnlijk spelen ook de opeenvolgende economische crisissen een rol. Volgens cijfers van STATBEL bezit bijna één op de vijf Belgische huishoudens bijkomend onroerend goed naast de woning waarin ze wonen. Dit cijfer omvat woningen die worden verhuurd, tweede verblijven, bouwpercelen, garageboxen, enz. Concreet heeft de huidige covid-19-crisis bij de Belgen ook de belangstelling sterk doen toenemen om een tweede verblijf te kopen aan de kust (zie ook KBC Economische Opinies van 21 september).

De vastgoedinteresse vanwege investeerders versterkt de dualiteit tussen degenen die nog altijd in staat en bereid zijn om vastgoed te kopen, vaak als een investering, omdat ze er de middelen voor hebben, en degenen die het zich niet meer kunnen veroorloven om een eigen woning te kopen. De eerste groep, waaronder ook jonge gezinnen die financiële steun krijgen van hun (groot)ouders, drijft de prijzen verder op, terwijl de tweede groep steeds meer aangewezen is op de huurmarkt. We vermoeden nog altijd dat de covid-19-crisis de Belgische woningmarkt de komende kwartalen zal treffen, omdat de stijgende werkloosheid de betaalbaarheid van vastgoed verder zal aantasten. Wat ook speelt is dat het aantal wooneenheden per 1.000 huishoudens in België de afgelopen jaren is opgelopen, wat wijst op het risico van een overaanbod op de markt. In ons scenario blijven we er daarom van uitgaan dat de prijzen in 2021 met zo’n 3% zullen corrigeren, na dit jaar met naar verwachting 3% te zullen zijn gestegen. 

De toenemende dualiteit op de woningmarkt bemoeilijkt het voorspellen van de prijsontwikkeling en brengt risico's met zich voor de stabiliteit van de markt. De situatie wordt immers verstoord wanneer de belangstelling van investeerders zou afnemen, bijvoorbeeld mocht de rente plots meer dan verwacht stijgen. Dit kan dan leiden tot een sterker dan verwachte prijscorrectie, met mogelijk negatieve gevolgen voor de hele economie. Omgekeerd, wanneer de woningprijzen de komende periode (veel) sneller zouden blijven stijgen dan wij verwachten, gedreven door een verder toenemende appetijt vanwege investeerders, dan zou dat de overwaardering van de markt (geschat op zo'n 5-8% aan het begin van het jaar) opdrijven. In dergelijk scenario dreigen de prijzen op een later tijdstip te zullen corrigeren.

Economische voorspellingen

Nationale rekeningen (reële jaarwijziging, in %)

  2019 2020 2021
Particuliere consumptie 1,1 -7,1 9,0
Overheidsconsumptie 1,8 -5,9 4,1
Investeringen in vaste activa 3,2 -17,9 -2,4

Bedrijfsinvesteringen

3,2 -18,8 0,1

Overheidsinvesteringen

-0,4 -13,6 0,2

Investeringen in woongebouwen

4,9 -17,1 -1,7
Finale binnenlandse vraag (ongerekend voorraadwijzigingen) 1,8 -9,5 5,2
Voorraadwijziging (groeibijdrage) -0,4 -0,5 0,0
Uitvoer van goederen en diensten 1,1 -8,7 3,7
Invoer van goederen en diensten 1,0 -10,4 4,9
       
Bruto binnenlands product (bbp) 1,4 -8,5 4,7
       
Beschikbaar gezinsinkomen 2,5 -1,0 1,7
Bruto-gezinsspaarquote (in % beschikbaar inkomen) 13,1 18,4 12,6

Evenwichtsindicatoren

  2019 2020 2021
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, in %)      

Consumptieprijzen (geharmoniseerde CPI)

1,2 0,6 1,5

Gezondheidsindex (nationale CPI)

1,5 1,1 1,4
       
Arbeidsmarkt      

Werkgelegenheid (jaarwijziging, in 1000, einde jaar)

79,3 -110,0 -30,0

Werkloosheidsgraad (in % van de beroepsbevolking, einde jaar, Eurostat definitie)

5,2 6,4 7,2
       
Overheidsfinanciën (in % van het bbp bij ongewijzigd beleid)      

Netto-financieringssaldo

-1,9 -12,1 -7,3

Overheidsschuld

98,7 119,8 118,7
       
Saldo lopende rekening (in % van bbp) 0,4 -0,5 -2,0
       
Woningprijzen (gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen, Eurostat definitie) 4,0 3,0 -3,0

Andere voorspellingen

Wereld

Ierland

Centraal- en Oost-Europa

KBC gebruikt cookies om je surfervaring aangenamer te maken. Zo kan KBC ook beter inspelen op je behoeften en voorkeuren. Door verder te surfen ga je akkoord met het gebruik van deze cookies. Meer info? Of wil je geen cookies? Klik hier.