België

Er liep iets mis. De pagina is tijdelijk onbeschikbaar.

België

Economische vooruitzichten voor België

Het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) bevestigde de eerdere flashraming voor de Belgische bbp-groei in het derde kwartaal van 2025 op 0,3% (kwartaal-op-kwartaal). In de industrie bedroeg de groei van de toegevoegde waarde iets meer dan eerder geraamd (0,3% in plaats van 0,2%), terwijl dat in de diensten en vooral in de bouw lager was (0,3% in plaats van 0,4% respectievelijk 0,9% in plaats van 1,3%). Inzake bbp-componenten waren er een aantal opvallende ontwikkelingen (zie figuur BE1). De groei van de private consumptie vertraagde behoorlijk tot nog slechts 0,1%. De investeringen in woongebouwen bleven stevig krimpen, ditmaal met 2,4%. De bedrijfsinvesteringen stegen daarentegen met een sterke 2,8%. De overheidsconsumptie en -investeringen namen met respectievelijk 0,7% en 0,6% toe. De uitvoer en invoer daalden beide met 0,7%, wat resulteerde in een licht positieve groeibijdrage van de netto-uitvoer (+0,1 procentpunt). Tot slot werd de Q3-groei afgeremd door een grote negatieve bijdrage van de voorraadwijziging (-0,4 procentpunt). 

Tegenstrijdige cijfers

De geringere toename van de private consumptie in Q3 is in tegenspraak met de sterke opleving van het consumentenvertrouwen. De opmerkelijke verbetering in de NBB-consumentenenquête sinds het voorjaar is in sterke mate het gevolg van optimistischere werkloosheidsverwachtingen van de consumenten, die op hun beurt te maken hebben met de inperking van de duur van de werkloosheidsuitkeringen. De enquêtevraag inzake de werkloosheidsverwachting maakt geen deel uit van de EC-vertrouwensindicator die, als gevolg daarvan, minder opveerde dan die van de NBB (zie figuur BE2).

Ook staat de verdere correctie van de investeringen in woongebouwen in Q3 haaks op het geleidelijke, zij het wisselvallige herstel van het ondernemersvertrouwen in de deelsector van de residentiële bouw (zie figuur BE3). Ook de sterke stijging van de bedrijfsinvesteringen verrast, aangezien de meeste geïnterviewde bedrijven voor de recente Business Echo van de NBB meldden dat ze hun investeringsuitgaven hadden gematigd. Een verklaring voor het opmerkelijk sterk Q3-investeringscijfer is dat het werd vertekend door enkele uitzonderlijk grote transacties. 

Meer in het algemeen veerde het vertrouwen van de Belgische ondernemers in november op, na een bescheiden daling in de voorgaande maand. De onderliggende trend van het vertrouwen bleef dus stijgen, ondanks de aanhoudende onzekerheid rond het internationale economische en geopolitieke klimaat. Een positief element is dat, althans tot nu toe, de gevolgen van de Amerikaanse invoertarieven op de Belgische uitvoer beperkt lijken te zijn gebleven. Hoewel enige impact nog altijd mogelijk blijft, geeft de verdere opleving van de beoordeling van de uitvoerbestellingen hoop dat het uiteindelijke effect van de Amerikaanse tarieven op de Belgische economie niet zo sterk zal zijn als eerder werd gevreesd.

Veerkrachtige arbeidsmarkt

Samen met de bbp-cijfers rapporteerde het INR ook Q3-cijfers inzake de netto-banencreatie. De werkgelegenheid steeg in het derde kwartaal iets sneller (+0,2%) dan in de eraan voorafgaande kwartalen. Er kwamen netto meer dan 11.000 banen bij, vergeleken met gemiddeld minder dan 5.000 in de voorgaande vier kwartalen. De wat sterkere groei was grotendeels voor rekening van de publieke sector. Bijna de helft van de netto-banencreatie in het derde kwartaal vond plaats in de deelsector van de ‘gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening’. De geharmoniseerde werkloosheidsgraad steeg in oktober tot 6,4% en bereikte daarmee voor het eerst sinds 2008 het cijfer van de eurozone. Op het eerste gezicht lijkt de verslechtering erop te wijzen dat de arbeidsmarkt verzwakt. De (beperkte) toename van de werkloosheidsgraad sinds het najaar van 2023 werd evenwel gevoed door de hogere participatiegraad (beroepsbevolking in % bevolking op arbeidsleeftijd), die iets sterker steeg dan de werkzaamheidsgraad (werkenden in % bevolking op arbeidsleeftijd).

We hebben onze raming voor de bbp-groei in het laatste kwartaal van 2025 licht opwaarts bijgesteld naar 0,3%, toe te schrijven aan de aanhoudende positieve trend in het industrieel vertrouwen. De groeiraming voor heel 2025 blijft op 1,0%. Het pad van de kwartaalgroei in 2026 werd ongewijzigd gelaten, wat resulteert in een jaargroei van 1,1% in 2026. De Belgische HICP-inflatie kwam in november uit op 2,6%, iets hoger dan de 2,5% in oktober. De kerninflatie (exclusief energie en voeding) steeg sterker, van 2,5% naar 2,8%, en ligt nu 0,7 procentpunt boven het dieptepunt van 2,1% dat in augustus werd bereikt. De stijging werd vooral veroorzaakt door de hogere diensteninflatie (zie figuur BE4). Het risico van een aanhoudend hogere diensteninflatie in de komende maanden wordt gecompenseerd door een lagere verwachte energie-inflatie, doordat termijncontracten momenteel wijzen op een lager pad voor de olie- en gasprijzen dan een maand geleden. Daarom handhaven we onze prognose voor de gemiddelde Belgische HICP-inflatie in 2026 op 1,6%, komende van 3,0% in 2025. 

Begrotingsakkoord

De federale regering bereikte eind november een akkoord over een pakket aan begrotingsmaatregelen. Daarin werd een nieuw meerjarentraject uitgestippeld om tegen 2029 aan de EU-uitgavennorm te voldoen. Het akkoord omvat een mix van besparingen en nieuwe inkomstenstromen en levert een begrotingsinspanning op van in totaal 9,2 miljard euro. Ondanks het politiek akkoord zijn de begrotingszorgen nog niet van tafel. Zonder extra maatregelen zien we het begrotingstekort van België tegen het einde van de legislatuur in 2029 nog altijd boven 4% van het bbp uitkomen. Het tekort zal dan boven de 3%-doelstelling liggen die in het oorspronkelijke meerjarenplan werd vooropgesteld en nodig is om de buitensporigtekortprocedure tegen België in 2029 te beëindigen. In plaats van in 2027-2028 te stabiliseren, zoals in het oorspronkelijke meerjarenplan was voorzien, zal de Belgische schuldgraad nog altijd een stijgende lijn vertonen en tegen 2029 naar verwachting ruim boven de 110% uitkomen.

Economische voorspellingen december 2025

Nationale rekeningen (reële jaarwijziging, in %)

           
  2024 2025 2026
Particuliere consumptie 2,0 1,7 1,1
Overheidsconsumptie 1,8 1,1 1,2
Investeringen in vaste activa 2,0 -0,5 3,2
Bedrijfsinvesteringen 3,1 2,8 4,2
Overheidsinvesteringen 11,6 -5,6 2,8
Investeringen in woongebouwen -6,9 -8,8 -0,4
Finale binnenlandse vraag (ongerekend voorraadwijzigingen) 2,0 1,0 1,6
Voorraadwijziging (groeibijdrage) -0,5 0,3 0,0
Uitvoer van goederen en diensten -1,7 -1,0 -1,3
Invoer van goederen en diensten -1,3 -0,6 -0,7
       
Bruto binnenlands product (bbp), gebaseerd op kwartaalcijfers 1,1 1,0 1,1
       
Beschikbaar gezinsinkomen 0,8 1,0 1,1
Bruto-gezinsspaarquote (in % beschikbaar inkomen) 12,9 12,3 12,2
                16/12/2025

Evenwichtsindicatoren

  2024 2025 2026
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, in %)      
Consumptieprijzen (geharmoniseerde CPI) 4,3 3,0 1,6
Gezondheidsindex (nationale CPI) 3,3 2,6 1,7
       
Arbeidsmarkt      
Werkgelegenheid (jaarwijziging, in 1000, einde jaar) 13,4 28,7 30,0
Werkloosheidsgraad (in % van de beroepsbevolking, einde jaar, Eurostat definitie) 6,0 6,4 6,2
       
Overheidsfinanciën (in % van het bbp bij ongewijzigd beleid)      
Netto-financieringssaldo -4,4 -5,3 -5,5
Overheidsschuld 103,9 106,9 109,0
       
Saldo lopende rekening (in % van bbp) -0,4 -1,1 -1,3
       
Woningprijzen (gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen, Eurostat definitie) 3,2 2,6 3,1
                16/12/2025

Andere voorspellingen en updates

Wereld

Centraal- en Oost-Europa