Meest recente Economisch Vooruitzichten voor Centraal- en Oost-Europa
Sinds december 2025 heeft de COE-regio enkele belangrijkste verschuivingen meegemaakt, met name de toetreding van Bulgarije tot de eurozone en een verschuiving in het budgettaire beleid van Tsjechië na de aantreding van de regering-Babiš. Terwijl de EU in het algemeen kampt met trage economische groei, maken de COE-economieën een herstel door met twee snelheden, waarbij de veerkrachtige binnenlandse vraag, aangewakkerd door een sterke reële loongroei, vaak een diepe daling van de externe industriële vraag, met name uit Duitsland, compenseert.
Onze economische vooruitzichten voor 2026 gaan ervan uit dat de gemiddelde groei in de COE-regio licht zal versnellen, maar het totaalbeeld verhult de specifieke risico's waarmee individuele landen worden geconfronteerd. Aangezien private investeringen veeleer voorzichtig blijven, is de effectieve absorptie van middelen uit de Faciliteit voor Herstel en Veerkracht (RRF) veranderd van een aanvullende groeimotor in een cruciale begrotingsnoodzaak.
Tsjechië: koerswijziging van de regering en monetaire stabiliteit
De Tsjechische economie startte 2026 in relatieve stabiliteit, hoewel er duidelijke structurele verschuivingen zijn. De reële bbp-groei voor 2026 wordt geraamd op 2,3%, gedreven door een herstel van de particuliere consumptie nu de reële loongroei eindelijk positief is. De industriële prestaties blijven evenwel de zwakke schakel, waarbij de productie in de verwerkende nijverheid moeite heeft om te herstellen van een langdurige terugval als gevolg van de economische stagnatie in Duitsland.
Tijdens haar laatste vergadering van 2025 op 18 december liet de Tsjechische Nationale Bank (CNB) haar tweewekelijkse repotarieven ongewijzigd op 3,50%. Het besluit was unaniem en weerspiegelde een voorzichtige houding ten opzichte van de aanhoudende inflatie in de dienstensector, die eind 2025 4,6% bedroeg. Gouverneur Aleš Michl benadrukte dat, hoewel de algemene inflatie dicht bij de 2%-doelstelling blijft, de krappe arbeidsmarkt en de stijgende lonen in de dienstensector een aangehouden risico op een prijs-loonspiraal vormen. De consensus inzake de rentebeslissing suggereert dat de rente gedurende een groot deel van 2026 op een restrictief niveau van 3,5% kan blijven, temeer nu de nieuwe regering plannen aankondigt voor hogere overheidsuitgaven.
Een belangrijk beleidsgegeven in de afgelopen maanden was de verwerping van de ontwerpbegroting voor 2026 die door de vertrekkende regering was opgesteld. De nieuwe regering-Babiš voerde aan dat het voorgestelde tekort van 286 miljard CZK onvoldoende was om de noodzakelijke infrastructuur- en sociale uitgaven te dekken, waaronder hypotheeksubsidies en loonsverhogingen in de publieke sector. Deze budgettaire expansie kan het tekort dicht bij de 3%-drempel van de EU brengen en jaren van geleidelijke consolidatie teniet kan doen.
Het beleidsprogramma van de regering-Babiš, dat in januari 2026 werd gepresenteerd, omvat verschillende maatregelen om de nationale soevereiniteit te versterken. Het meest opvallend is het voorstel om de Tsjechische kroon in de grondwet te verankeren als nationale munteenheid en het recht op contante betaling te garanderen. Deze maatregel is bedoeld om toekomstige euro-invoering voor onbepaalde tijd te blokkeren, waardoor Tsjechië zich aansluit bij het nationalistische economische beleid van Hongarije en Slowakije.
Hongarije: de strijd om liquiditeit en stimuleringsmaatregelen vóór de verkiezingen
De economische situatie in Hongarije begin 2026 wordt gekenmerkt door een economie met twee snelheden. Terwijl de particuliere consumptie zich herstelt, krimpt de industriële productie sterk, wat een moeilijke situatie creëert voor de Hongaarse centrale bank (MNB). De regering onder leiding van Viktor Orbán wil de economie stimuleren via budgettaire steunmaatregelen in de aanloop naar de verkiezingen van april 2026, aangezien EU-middelen grotendeels ontoegankelijk blijven vanwege geschillen over de rechtsstaat.
De industriële sector in Hongarije kende eind 2025 een ernstige neergang. Uit voorlopige cijfers die in januari 2026 werden gepubliceerd, bleek dat de industriële productie in november met 5,4% op jaarbasis was gedaald, een versnelling ten opzichte van de daling van 2,7% in oktober. De daling was vooral uitgesproken in de sub-sectoren voertuigen en elektrische apparatuur, die traditioneel de ruggengraat vormen van de Hongaarse uitvoer. Het volume van de detailhandelsverkopen bleef daarentegen stijgen, wat erop wijst dat de huishoudens profiteren van de hoge nominale loongroei, zelfs nu de industrie het laat afweten.
De gemiddelde HICP-inflatie voor 2025 bedroeg 4,4%. Hoewel de algemene inflatie in december is gedaald tot 3,3%, blijft de onderliggende druk gemengd. De dienstenprijzen stegen fors aan het eind van het jaar, wat de bezorgdheid doet toenemen over de persistentie van de kerninflatie. De MNB handhaafde tijdens de vergadering van 16 december haar basisrente op 6,50% en bevestigde daarmee opnieuw haar "op stabiliteit gerichte aanpak" om de forint te beschermen. Gouverneur Mihály Varga merkte op dat de inflatie begin 2026 weliswaar onder de 3% kan dalen, maar naar verwachting tegen het einde van het jaar weer zal oplopen naarmate de door de overheid opgelegde prijsbeperkingen worden teruggedraaid. Desondanks blijven we bij onze prognose dat de basisrente van de MNB aan het einde van 2026 op 6% zal liggen.
Intussen is de Hongaarse regering gestart met een aanzienlijke uitgavenronde in de aanloop naar de verkiezingen om de steun te versterken. De uitgavenmaatregelen impliceren een hogere tekortdoelstelling, die voor zowel 2025 als 2026 is verhoogd tot 5% van het bbp. Wij verwachten dat het begrotingstekort in 2026 nog wat hoger zal uitvallen, namelijk op 5,3%. Voorname kredietbeoordelaars, waaronder Fitch en S&P, hebben al gewaarschuwd dat dit begrotingsbeleid, in combinatie met de hoge schuldgraad (dicht bij 75% van het bbp), kan leiden tot een verlaging van de kredietwaardigheid van Hongarije mochten de externe financieringsproblemen niet worden opgelost.
Slowakije: agressieve begrotingshervorming en industriële veerkracht
Slowakije gaat 2026 in met een voorspelde bbp-groei van slechts 0,9%. Dat is de laagste groei in de COE-regio en houdt verband met de stevige begrotingsconsolidatie die de economie moet absorberen. Het derde consolidatiepakket van de regering, dat op 1 januari 2026 van kracht werd, impliceert een fundamentele beleidsverschuiving die bedoeld is om het overheidstekort terug te brengen van 5,5% van het bbp in 2024 naar 2% in 2028. Wij verwachten evenwel dat het overheidstekort niet zo snel zal dalen.
De Slowaakse economie vertraagde sterk in 2025 en naar raming zal de reële bbp-groei vorig jaar slechts 0,7% hebben bedragen. De economische malaise zal allicht in 2026 aanhouden, aangezien de consolidatiemaatregelen de binnenlandse vraag temperen. Paradoxaal genoeg zal de gemiddelde HICP-inflatie in 2026, ondanks de aanhoudende trage bbp-groei, oplopen (zij het beperkt en tijdelijk) tot een verwachte 4,2%. De verklaring hiervoor zijn een verhoging van de btw met 4 procentpunten op heel wat voedingsproducten en de geleidelijke afschaffing van de maximumprijzen voor energie voor huishoudens.
Een opvallend positieve indicator was het herstel van de industrie op het einde van 2025. Na 17 opeenvolgende maanden van daling vertoonde de industriële productie in november en december tekenen van opleving, voornamelijk onder aanvoering van de automobielsector.
Bulgarije: toetreding tot de eurozone en toezicht op de prijsstabiliteit
Op 1 januari 2026 werd Bulgarije officieel het 21ste lid van de eurozone, wat een historische mijlpaal was voor de economische integratie van het land in de Europese kern. Deze overgang, die plaatsvond tegen een vaste koers van 1,95583 lev per euro, zal naar verwachting de economische stabiliteit vergroten, de transactiekosten voor de uitvoergerichte kmo's van het land verlagen en het resterende muntrisico elimineren.
De overgang volgde op enkele jaren van intensieve voorbereiding, waaronder de voorraadopbouw van eurobankbiljetten en -munten bij commerciële banken eind 2025. Op 1 januari begon 96% van de geldautomaten in Bulgarije eurobiljetten te verdelen, de rest volgde binnen twee weken. Tijdens één maand van dubbele circulatie kan de lev tot eind januari 2026 naast de euro worden gebruikt. Daarbij wordt al het wisselgeld teruggegeven in euro teneinde de lev-munteenheid zo snel mogelijk uit omloop te halen.
Sinds de toetreding volgen de rentetarieven in Bulgarije rechtstreeks de besluiten van de Raad van Bestuur van de ECB. De gouverneur van de Bulgaarse Nationale Bank (BNB) neemt nu als volwaardig lid deel aan het vaststellen van het monetaire beleid voor de hele eurozone. Analisten verwachten dat het EMU-lidmaatschap zal leiden tot een verlaging van de risicopremies op Bulgaars overheidspapier en een verdere verdieping van de kapitaalmarkten van het land.
Bulgarije treedt toe tot de eurozone met één van de hoogste bbp-groeipercentages in de EU. Voor 2026 ramen we die op ongeveer 2,7%. Die groei wordt aangedreven door aanhoudende particuliere consumptie en overheidsinvesteringen in het kader van het herstel- en veerkrachtplan (RRP). De arbeidsmarkt is erg krap in historisch perspectief, met een verwachte daling van de werkloosheidsgraad tot 3,7% in 2026. Een en ander heeft de druk op de nominale lonen, die eind 2025 sterk zijn gestegen, in stand gehouden.
Een voornaam aandachtspunt voor het overheidsbeleid zijn mogelijke "oneerlijke prijsstijgingen" tijdens de overgang van de lev naar de euro. Om die tegen te gaan, houdt de Commissie voor Consumentenbescherming dagelijks toezicht op de prijzen van ruim 100 veelgekochte producten en publiceert zij de resultaten op een specifieke website. Uit voorlopige rapporten van begin januari 2026 blijkt dat de prijsstabiliteit grotendeels gehandhaafd is gebleven. Wij gaan ervan uit dat de HICP-inflatie in 2026 zal stabiliseren op 3,4% en in 2027 zal dalen tot 2,6%.
Kader 1 – Centraal- en Oost-Europa gaat naar de stembus
2026 wordt in Centraal- en Oost-Europa een cruciaal verkiezingsjaar met belangrijke economische gevolgen. Na de verkiezingen in Tsjechië in het najaar van vorig jaar vormen de parlementsverkiezingen in Hongarije in april 2026 een test voor de lange periode van dominantie van Fidesz, met mogelijke gevolgen voor het begrotingsbeleid en het beleggerssentiment. Bulgarije stevent af op nieuwe vervroegde verkiezingen temidden het proces van euro-adoptie, wat vragen oproept over de stabiliteit en het tempo van de hervormingen. Slowakije houdt later dit jaar lokale en regionale verkiezingen, die een indicatie zullen geven van de steun voor consolidatiemaatregelen. De uitslagen van al deze verkiezingen zullen bepalend zijn voor de begrotingsdiscipline, de EU-integratie en de groeivooruitzichten van de regio.
Hongarije: parlementsverkiezingen, 12 april 2026
Voor het eerst sinds jaren staat Fidesz niet meer bovenaan in alle opiniepeilingen. De Tisza-partij, opgericht in 2020 en in 2024 bekend geworden onder leiding van voormalig Fidesz-politicus Péter Magyar, is op de voorgrond getreden als belangrijkste uitdager. Een overwinning van Fidesz blijft mogelijk dankzij brede steun buiten de steden. Uit peilingen blijkt dat hooguit drie partijen de kiesdrempel van 5% zullen halen. Naast Fidesz en Tisza is de derde partij waarschijnlijk de extreemrechtse MH-partij. De sociaaldemocratische DK-partij is onlangs in de peilingen onder de 5% gezakt. Ratingbureaus zullen na de verkiezingen het begrotingsbeleid in de gaten houden en mogelijk in mei en juni hun ratings bijstellen. Het programma van Tisza blijft relatief vaag en vermijdt duidelijke standpunten over gevoelige kwesties teneinde een zo breed mogelijk publiek aan te spreken. De komende maanden zullen wellicht meer beleidsdetails bekend worden gemaakt.
Slowakije: lokale en regionale verkiezingen, najaar 2026
De parlementsverkiezingen in Slowakije vinden pas in 2027 plaats. Na aanzienlijke overheidstekorten heeft de regering-Fico de belastingen verhoogd en de uitgaven verlaagd, wat tot protesten heeft geleid. Een deel van het tekort blijft bestaan en zou zonder verdere overheidsmaatregelen kunnen toenemen gezien de zwakke bbp-groei. De partij van Fico ligt in de peilingen momenteel achter op de oppositiepartij Progressief Slowakije. De aanloop naar en de uitslag van de regionale verkiezingen zouden kunnen leiden tot een meer expansief begrotingsbeleid in 2026 en vooral in 2027, wat een opwaarts risico voor de onderliggende inflatie met zich mee zou brengen.
Bulgarije: verkiezingen verwacht in het voorjaar van 2026
Op 11 december 2025 trad de in januari 2025 verkozen regering van Zhelyazkov (GERB) af na protesten in het hele land. De begroting voor 2026 werd ingetrokken en er werd een tijdelijke budgettaire oplossing van ‘voorlopige twaalfden’ goedgekeurd, waarbij de maandelijkse uitgaven werden beperkt tot een twaalfde van die in het voorgaande jaar. Vervroegde verkiezingen worden verwacht plaats te vinden in het voorjaar van 2026. Parlementaire herschikkingen zijn waarschijnlijk en de vorming van een stabiele regering kan opnieuw moeilijk blijken.
In het najaar van 2026 worden reguliere presidentsverkiezingen gehouden, waarbij een nieuwe president rechtstreeks wordt gekozen. Daarbij kan de zittende president zich niet opnieuw verkiesbaar stellen. Op 19 januari kondigde president Rumen Radev aan dat hij zou aftreden, wat algemeen wordt geïnterpreteerd als een zet om zijn deelname, mogelijk via een nieuw opgerichte partij, aan de komende parlementsverkiezingen mogelijk te maken. Als zijn aftreden wordt goedgekeurd door het Grondwettelijk Hof, zal vicepresident Iliana Iotova tijdelijk de presidentiële taken op zich nemen tot de geplande verkiezingen later in het jaar.
Tsjechië: lokale en senaatsverkiezingen, oktober 2026
Een nieuwe regering onder leiding van Andrej Babiš, bestaande uit ANO, SPD en de Motoristen, volgde het bezuinigingskabinet van Petr Fiala op. Wij ramen het overheidstekort voor 2025 op 1,7% van het bbp, een daling ten opzichte van 5% in 2021. De overheidsschuld zal in 2025 allicht uitkomen op 43,6% van het bbp, wat laag is tegenover de Europese 60%-norm. Ondanks de verbetering blijft er een structureel overheidstekort van zo’n 2% bestaan. We gaan ervan uit dat het begrotingstekort nu waarschijnlijk meer dan CZK 300 miljard zal bedragen, omdat de nieuwe uitgaven sterker stijgen dan de inkomsten. De macro-economische omstandigheden zijn gunstig, met een bbp-groei boven de potentiële, een inflatie die dicht bij de doelstelling ligt en een werkloosheid die tot de laagste in de EU behoort. Maar de programmaverplichtingen overschrijden duidelijk wat kan worden gedekt door de grijze economie aan te pakken of door snellere economische groei. In oktober 2026 wordt een derde van de senaat en de gemeenteraadsleden verkozen, maar deze verkiezingen zullen naar verwachting op ons basisscenario geen invloed hebben. Wij verwachten dat de door de Budget Responsibility Act vereiste consolidatie zal worden opgeschort en dat het begrotingsbeleid opnieuw zal worden versoepeld. De daarmee gepaard gaande budgettaire expansie vormt een opwaarts risico voor de inflatie op middellange termijn.