Centraal- en Oost-Europa

Er liep iets mis. De pagina is tijdelijk onbeschikbaar.

Centraal- en Oost-Europa

Meest recente Economisch Vooruitzichten voor Centraal- en Oost-Europa

De Hongaarse politieke transformatie en economische liberalisering

De parlementsverkiezingen van april brachten een ingrijpende politieke ommekeer teweeg in Hongarije. De Tisza-partij, onder leiding van Péter Magyar, behaalde een beslissende tweederdemeerderheid en maakte daarmee een einde aan het tijdperk van Viktor Orbán. De politieke aardverschuiving werd mogelijk gemaakt door een recordopkomst bij de verkiezingen, wat duidt op een brede afwijzing van de vorige regering ten gunste van een centristisch pro-Europees alternatief.

De nieuwe regering zal zich allicht richten op het herstel van de rechtsstaat en de modernisering van het ondernemingsklimaat. Een centrale pijler van deze strategie is de onmiddellijke vrijgave van zowat 18-19 miljard euro (11% van het bbp) aan bevroren EU-middelen. De Tisza-partij is van plan dit te bereiken door toe te treden tot het Europees Openbaar Ministerie (het EOM) en een grondige controle uit te voeren op het gebied van overheidsopdrachten.

Het door de Magyar-regering geschetste begrotingsbeleid betekent een verschuiving naar progressiviteit en ondersteuning van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's). Voorgestelde maatregelen omvatten een verlaging van het tarief van de personenbelasting voor minimumloonverdieners en een vermogensbelasting van 1% voor vermogende particulieren. Deze herverdelende aanpak is bedoeld om het beschikbare inkomen van huishoudens en de binnenlandse vraag te verhogen, die de afgelopen jaren stagneerden of krompen. Wij voorspellen een reële bbp-groei in Hongarije van 1,5% in 2026 en 2,5% in 2027. Die cijfers impliceren een aanzienlijke versnelling tegenover 2025, dit ondanks de negatieve effecten van het aanhoudende conflict tussen de VS en Iran.

De financiële markten reageerden met groot optimisme op de verkiezingsuitslag. De Hongaarse forint (HUF) steeg sterk in waarde en bereikte een niveau van bijna 360 ten opzichte van de euro na het nieuws over de overwinning van de oppositie (zie figuur COE1). De muntversteviging vond plaats ondanks de bredere risicoaversie op de wereldmarkten als gevolg van het conflict in het Midden-Oosten, wat erop wijst dat de Hongarije-specifieke risicopremie aanzienlijk is afgenomen. We voorspellen nu dat de HUF ook in de toekomst sterker zal staan, met een koers van 368 HUF per EUR tegen het einde van dit jaar, om zich vervolgens te stabiliseren op 365 tegen het einde van 2027 en daarna. 

De Magyar Nemzeti Bank (MNB) blijft evenwel voorzichtig. Tijdens haar laatste vergadering in maart handhaafde de centrale bank de basisrente op 6,25%. De reden voor deze "hawkish hold" was het onmiddellijke risico dat de stijging van de wereldwijde energieprijzen met zich brengt. Terwijl de Hongaarse inflatie in maart nog op een verrassend lage 1,8% uitkwam, verwacht de bank een aanzienlijk doorwerkingseffect van stijgende olie- en gaskosten vanaf het tweede kwartaal van 2026. Wij verwachten nu ook dat de volgende verlaging van de basisrente door de MNB pas in het vierde kwartaal van dit jaar zal plaatsvinden.

Tsjechië: monetaire rigiditeit en aanhoudende kerninflatie

De Tsjechische Nationale Bank (CNB) koos in maart voor strategisch geduld en handhaafde de tweeweekse repo-rente op 3,5%. Alle zeven bestuursleden stemden voor het behoud van de rente, wat een weerspiegeling is van een consensus dat, hoewel de algemene inflatie de 2%-doelstelling heeft benaderd, de onderliggende inflatiedruk stevig blijft.

Een belangrijke zorg voor de CNB is de aanhoudende krapte op de Tsjechische arbeidsmarkt. De lonen stegen in Q4 2025 met 7,4% op jaarbasis, wat in combinatie met de lage werkloosheid (3,2% in februari) de inflatie in de dienstensector blijft aanwakkeren. De inflatie in de dienstensector bedroeg in maart 4,7% (zie figuur COE2). Dat wijst erop dat die kernprijsgroei structureel ontkoppeld is van de tijdelijke desinflatie die eerder dit jaar bij goederen en energie werd waargenomen.

De CNB verklaart vastbesloten te zijn een monetair beleid te voeren dat in vergelijking met historische normen "relatief strak“ is, teneinde de prijsstabiliteit op lange termijn te waarborgen. De bank heeft aangegeven dat toekomstige rentebeslissingen zullen afhangen van de ontwikkeling van de kroon en de budgettaire gevolgen van overheidsmaatregelen, zoals de recente inspanningen om de elektriciteitsrekening voor huishoudens te verlagen.

Slowakije: industriële uitdagingen en strategische energiegeschillen

Het macro-economische landschap van Slowakije wordt begin 2026 gekenmerkt door een paradox: een terugkerend handelsoverschot te midden van een toenemende industriële krimp. De industriële productie daalde in februari 2026 met 2,9% op jaarbasis, voornamelijk als gevolg van de productie van transportmiddelen, die een daling van 7,3% kende. Aangezien de autosector 33% van de totale Slowaakse industriële productie vertegenwoordigt, heeft deze neergang aanzienlijke gevolgen voor het algemene groeitraject van het land. We ramen die groei op een bescheiden 1,3% voor het hele jaar.

De Slowaakse handelsbalans vertoonde in februari 2026 een overschot van 321,6 miljoen euro, na twee maanden van tekorten. Deze verbetering werd vooral veroorzaakt door een daling van de invoer (-2,5%) en niet zozeer door sterke uitvoer (-1,3%). De daling van de invoer was het meest uitgesproken in de categorie minerale brandstoffen, wat zowel de lagere binnenlandse vraag als de aanhoudende moeilijkheden bij de diversificatie weg van Russische energiebronnen weerspiegelt.

Tegen die achtergrond heeft premier Robert Fico het plan van Slowakije herhaald om het Russische gasverbod van de EU aan te vechten voor het Europees Hof van Justitie. De regering stelt dat de goedkeuring van de verordening met gekwalificeerde meerderheid afbreuk doet aan de in het Verdrag vastgelegde vereisten voor unanimiteit bij gevoelige beslissingen op het gebied van energie en buitenlands beleid, en risico's met zich brengt voor de voorzieningszekerheid.

Tegelijk heeft Bratislava tijdelijke gedifferentieerde dieselprijzen ingevoerd voor in het buitenland geregistreerde voertuigen om binnenlandse consumenten te beschermen tegen sterke stijgingen van de brandstofprijzen als gevolg van bevoorradingsproblemen. De Europese Commissie heeft aangegeven dat deze maatregel mogelijk in strijd is met de regels van de interne markt en tot een inbreukprocedure zou kunnen leiden. Dat doet de spanningen in de betrekkingen tussen Slowakije en de EU-instellingen nog verder oplopen.

Bulgarije: EMU-lidmaatschap en een verschuivend beleidskompas

Na zijn historische toetreding tot de eurozone op 1 januari 2026 is Bulgarije de nadruk blijven leggen op prijsstabiliteit en veerkracht van de arbeidsmarkt. De Bulgaarse werkloosheidsgraad stond in februari op een recordlaagte van 3,2%, waardoor het land samen met Polen en Tsjechië op dat vlak tot de best presterende landen in de EU behoort. De overgang naar de euro ging evenwel gepaard met aanhoudende inflatoire druk die boven het gemiddelde van de eurozone blijft.

De Bulgaarse inflatie, gemeten aan de hand van de nationale CPI, bereikte in maart 2026 4,1%, een stijging ten opzichte van 3,3% in februari. De versnelling werd veroorzaakt door een stijging van 7,2% in de transportkosten en prijsstijgingen in de informatie- en communicatiediensten. Wij hebben onze prognose voor de HICP-inflatie in Bulgarije verhoogd naar 4,1% dit jaar en 3,2% volgend jaar.

De industriële productie in Bulgarije staat nog altijd onder aanzienlijke druk en daalde in februari 2026 met 8,1% op jaarbasis. Dat was grotendeels te wijten aan een duizelingwekkende productiedaling van 36,1% in de sector elektriciteit, gas, stoom en airconditioning. De verwerkende nijverheid vertoonde daarentegen tekenen van herstel, met een productiegroei van 0,4% op jaarbasis en 3,8% op maandbasis, aangevoerd door basismetalen en farmaceutische producten.

Ook het Bulgaarse politieke landschap is deze maand ingrijpend veranderd. Sinds 2021 kampte Bulgarije met aanhoudende politieke instabiliteit, met zeven premiers en acht parlementsverkiezingen in een korte tijdsspanne. Hieraan kwam een einde bij de vervroegde verkiezingen van 19 april, toen de beweging Progressief Bulgarije, onder leiding van voormalig president Rumen Radev, een absolute meerderheid in het parlement behaalde (zie figuur COE3).

Radev richtte zijn campagne op het ontmantelen van wat hij afschildert als een diepgewortelde "mafiastaat". De ontevredenheid van het publiek over het bestuur blijft groot, wat tot uiting komt in de 84e plaats van Bulgarije op de meest recente Corruption Perceptions Index van Transparency International, waarmee het land tot de zwakste in de EU behoort.

De overwinning van Radev heeft ook belangrijke gevolgen voor het buitenlands beleid. Hij heeft zich consequent sceptisch opgesteld ten aanzien van militaire steun aan Oekraïne, vraagtekens geplaatst bij de doeltreffendheid van EU-sancties en gepleit voor een meer pragmatische relatie met Moskou. Zijn benadering van het energiebeleid, waaronder zijn openheid voor voortgezette invoer van Russische olie, maakt Bulgarije tot een van de meer Rusland-tolerante hoofdsteden binnen de EU, dit op een moment dat de Unie streeft naar een verdere strategische ontkoppeling.

Polen: door RRF aangestuurde groei temidden van inflatie en begrotingsbeperkingen

Het economische traject van Polen keerde met een inflatie die in maart weer opveerde tot een hoogste niveau in acht maanden van 3,0%, aangedreven door de energieschok als gevolg van het conflict in Iran. Als reactie hierop handhaafde de Poolse centrale bank (NBP) de referentierente in april op 3,75% en nam zij een voorzichtige afwachtende houding aan. Terwijl de industriële productie in februari (+1,5%) een veerkrachtige activiteit bevestigde, duidde het onlangs onthulde "Buy Polish"-kader op een streven naar economische soevereiniteit bij overheidsopdrachten.

Polen is inzake groeiprognose voor 2026 leider in de regio (wij gaan uit van een bbp-groei van 3,4%), tegen de achtergrond van een maximale benutting van de middelen uit de ‘Recovery and Resilience Facility’ (RRF). Tegelijk wordt het land evenwel geconfronteerd met bredere inflatoire druk. Onze voorspelling voor de HICP-inflatie bedraagt 3,0% voor 2026 en 2,7% voor 2027. Bovendien behoort de Poolse economie tot de landen met de grootste begrotingstekorten in de EU (7,2% van het bbp in 2025). In het kader van de buitensporigtekortprocedure sinds 2024 moet de regering het overheidstekort tegen 2028 corrigeren. De ontwerpbegroting voor 2026 voorziet evenwel slechts in een lichte correctie tot 6,5% van het bbp, aangezien de recorduitgaven voor defensie (4,8% van het bbp) en structurele sociale transferten aanhouden. Wij verwachten dat de Poolse overheidsschuld tegen eind 2027 met 10 procentpunten zal toenemen ten opzichte van de 60% die voor eind 2025 wordt geraamd.

Kader CEE - Centraal- en Oost-Europa: woningprijzen stijgen snel terwijl aanbod achterblijft

Begin april publiceerde Eurostat de woningprijscijfers voor het vierde kwartaal van 2025. In Centraal- en Oost-Europa bleef de prijsdynamiek stevig in Hongarije (+4,2% tegenover het vorige kwartaal) en Slowakije (+3,1%), terwijl het effect van de invoering van de euro op de woningprijzen in Bulgarije (+0,3%) nu lijkt af te nemen. Over het hele jaar bekeken, noteerden veel Centraal- en Oost-Europese landen in 2025 prijsstijgingen van meer dan 10%. Volgens Eurostat-cijfers stegen de woningprijzen vorig jaar het sterkst in Hongarije (+18,3%), gevolgd door Bulgarije (+14,6%), Slowakije (+12,4%) en Tsjechië (+10,4%).

De geschatte overwaardering op de woningmarkten van de genoemde landen is volgens de verschillende waarderingsmethoden van de ECB toegenomen (zie figuur COE4). Deze becijfering is beschikbaar tot en met het derde kwartaal van 2025. Onze eigen modellen wijzen op een verdere toename van de overwaardering in het laatste kwartaal van 2025, voornamelijk in Hongarije en Slowakije. De meer gematigde prijsstijging die in Q4 in Bulgarije werd geregistreerd, zal de in de ECB-becijfering aangegeven overwaardering in dat land waarschijnlijk enigszins hebben getemperd. Gezien de aanbodproblemen op de woningmarkten van de betrokken landen (die niet of onvoldoende in de waarderingsmethodes in rekening worden gebracht) mogen hogere overwaarderingscijfers evenwel niet automatisch worden geïnterpreteerd als signalen van het ontstaan van een zeepbel.

De woningprijzen stijgen, terwijl het aanbod dat niet doet. Voor heel wat aanbodindicatoren (het aantal bouwvergunningen, de bruto-investeringen in woongebouwen, bouwvolumes,…) waren de cijfers in 2025 zwak of dalend. Als de woningprijzen worden uitgesplitst in vraag- en aanbodcomponenten1, wordt duidelijk dat aanbodbeperkingen in 2025 verantwoordelijk waren voor het grootste deel van de prijsstijging. Dit wordt voor Slowakije geïllustreerd in figuur COE5. Eenzelfde vaststelling geldt voor Hongarije en Tsjechië. In Tsjechië is de recente prijsstijging grotendeels het gevolg van eerdere aanbodschokken die nog steeds doorwerken, aangezien er in de afgelopen kwartalen geen nieuwe aanbodschokken zijn geregistreerd. In Bulgarije wordt de prijsdynamiek voornamelijk gedreven door een sterkere vraag naar woningen.

Het aanbodprobleem, waarbij het beschikbare aanbod de vraag naar woningen onvoldoende volgt, wordt nog eens extra benadrukt door de snellere prijsstijging van bestaande woningen, met name in Slowakije en Hongarije. Mogelijke verklaringen hiervoor zijn onder meer de moeilijkheden bij het verkrijgen van bouwvergunningen en het aanhoudende tekort aan arbeidskrachten in de bouw, iets waar bouwondernemingen ruimer in heel Centraal- en Oost-Europa al jaren over klagen. Het tekort aan bouwmaterialen nam in 2025 wel af, maar de Iran-crisis zou de druk op het aanbod weer op de agenda kunnen zetten.

Wat betekenen aanbodschokken voor de cijfers inzake overwaardering? De meeste waarderingsmethoden richten zich vooral of uitsluitend op de vraagzijde van de markt, bijvoorbeeld op de betaalbaarheid van woningen rekening houdend met het beschikbaar gezinsinkomen. Hogere overwaarderingscijfers weerspiegelen eerder een betaalbaarheidsprobleem dan een overdrijving die door een buitensporige vraag wordt gedreven. In ons scenario verwachten we een meer gematigde toename van de woningprijzen eerder dan een prijsdaling. Voor 2026 gaan we uit van een prijsstijging van 7,7% in Tsjechië, 7,5% in Slowakije en 9,0% in zowel Bulgarije als Hongarije. Dat blijven stevige cijfers die niettemin beduidend lager liggen dan die gerealiseerd in 2025. In het geval van Hongarije worden positieve vraagschokken op de prijsontwikkeling verwacht in verband met overheidssubsidies voor starters op de woningmarkt, met name het ‘Home Start‘-hypotheekprogramma dat in het najaar van 2025 werd ingevoerd.

Footnote

1/ We doen dit aan de hand van de identificatiestrategie die wordt beschreven in kader 3 in Battistini, Niccolò & Le Roux, Julien & Roma, Moreno & Vourdas, John (2018), "The state of the housing market in the euro area," Economisch Bulletin, Europese Centrale Bank (ECB), volume 7.

Economische voorspellingen april 2026

Tsjechië

 202520262027
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %)2,62,12,1
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %)2,31,92,9
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar)3,13,23,0
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp)-2,1-2,7-2,9
Bruto overheidsschuld (in % van bbp)44,345,547,2
Saldo lopende rekening (in % van bbp)0,70,0-0,1
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen10,47,74,5
  21/4/2026

Slowakije

 202520262027
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %)0,80,61,2
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %)4,24,33,5
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar)5,65,95,9
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp)-4,9-5,0-5,2
Bruto overheidsschuld (in % van bbp)61,563,563,8
Saldo lopende rekening (in % van bbp)-3,7-4,0-3,3
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen12,47,55,0
  21/4/2026

Hongarije

 202520262027
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %)0,41,52,5
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %)4,43,33,7
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar)4,54,54,1
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp)-4,7-5,5-4,5
Bruto overheidsschuld (in % van bbp)74,675,074,8
Saldo lopende rekening (in % van bbp)1,80,31,0
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen18,39,05,0
  21/4/2026

Bulgarije

 202520262027
Reëel bbp (gemiddelde jaarwijziging, in %)3,22,62,8
Inflatie (gemiddelde jaarwijziging, geharmoniseerde CPI, in %)3,54,13,2
Werkloosheidsgraad (Eurostat definitie, in % van beroepsbevolking, einde jaar)3,23,33,2
Begrotingsaldo overheid (in % van bbp)-3,0-3,0-3,0
Bruto overheidsschuld (in % van bbp)27,231,334,2
Saldo lopende rekening (in % van bbp)-5,4-5,5-4,5
Woningprijzen (Eurostat definitie, gemiddelde jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen14,69,06,5
  21/4/2026

Andere voorspellingen en updates

Wereld

België