Opvallende comeback van de Zweedse kroon
Gisteren hield de Zweedse Riksbank (RB) de rente onveranderd op 1.75%. De werkhypothese blijft dat die voor een langere periode (dit jaar) op dit niveau kan blijven. Opvallend, de Zweedse kroon kreeg in het beleidscommuniqué een, laat het ons “eervolle”, vermelding noemen. Terecht ook; want de Zweedse munt zette eerder deze week het sterkste niveau neer tegen de euro sinds augustus 2022.
De analyse lag in lijn met de vooruitzichten van december. De toon was wel vrij optimistisch. De groei deed het eind 2025 iets beter dan verwacht. CPIF inflatie (met vaste rente) koelde dan weer meer af dan verwacht (2.1%). De arbeidsmarkt verbetert, al blijft de werkloosheidsgraad hoog (9.1%). De centrale bank verwacht dit jaar 2.6%-groei, gesteund door een consumptieherstel en een stimulerend fiscaal beleid, inclusief hogere vraag voor de Zweedse defensiesector. De inflatie koelt dit jaar verder af, mogelijk zelfs tot 1% (of lager), al komt dat vooral op conto van een (tijdelijke) btw-verlaging in april waar de Riksbank geen gevolgen aan geeft. Conclusie: de huidige beleidsrente ondersteunt groei en houdt tegelijk de (onderliggende) inflatie nabij de doelstelling.
Dat brengt ons bij de kroon. In september 2023 tikte de EUR/SEK-combinatie net niet de kaap van 12 aan (historisch dieptepunt voor de kroon). Dat SEK-dieptepunt was het resultaat van een lange, bijna onafgebroken, verzwakking tegen de euro (sinds 2012). Evidente vraag: waarom verzwakt de munt van een land met quasi-perfecte economische adelbrieven structureel tegen de referentiemunt? Kort door de bocht pikken we er één oorzaak uit. Tot voor kort gaf de Riksbank in haar beleid altijd wel iets meer gewicht aan groeiondersteuning dan aan het (minutieus) op koers houden van de inflatie/binnenlandse kosten. Om een kostennadeel in termen van competitiviteit op te vangen, komt het niet slecht uit als de munt wat verzwakt. Eenvoudig gezegd: Zweden speelden een beetje freerider aan de rand van de eurozone. Dat werkt in een lage inflatieomgeving, maar sinds Covid is er wat veranderd. Als inflatie meer prioritair wordt, is een zwakke munt minder comfortabel en moet de centrale bank daar rekening mee houden. Of het “softe” DNA van de Zweedse centrale bank echt is veranderd moet nog blijken. De renteknip tot 1.75% in september (de ECB stopte op 2% in juni) hield alvast het debat open. Recent speelden mogelijk nog andere factoren. De Zweedse economie wordt gezien als goed geplaatst om in te spelen op (nationale & Europese) defensienoden. Last but not least: sinds Liberation Day, en ook de voorbije weken, kregen “kleinere” munten steun uit onverwachte hoek.
In het pre-Trump tijdperk hadden minder liquide munten het zeker in periodes van risicoaversie vaak moeilijk omdat kapitaal vluchtte naar de veilige, uiterst liquide dollar. Dat paradigma staat serieus onder druk nu veel investeerders omwille van het onvoorspelbare Amerikaanse beleid weg diversifiëren van de dollar. Dat brengt zelfs kleinere (zeker fundamenteel sterke) munten op de radar. Denk in dit kader ook maar aan de recente appreciatie van de Noorse kroon, de Zwitserse frank of de Australische dollar. Hoe ver dit paradigma reikt is moeilijk te zeggen. Hoe dan ook hebben munten zoals de SEK de wind voorlopig in de zeilen. De breuk beneden EUR/SEK 10.66 (zie grafiek) was hiervan een technische bevestiging.
EUR/SEK (weekgrafiek): Kroon heeft de wind in de zeilen.