Europese economie begint 2026 op sterke voet
Onze Europese economie begint het nieuwe jaar onder een goed gesternte. De eerste PMI-bedrijfsvertrouwensindicatoren van 2026 suggereren dat de motor op een meer dan degelijk toerental draait. Op algemeen niveau stabiliseerde de Europese PMI op 51.5. 50 is de grens die groei van contractie onderscheidt. De dienstensector groeide aan een iets matiger tempo dan eind vorige jaar (51.9 van 52.4). De activiteit in de maakindustrie knoopt na een krimp in december opnieuw aan met groei (50.2).
De verwachtingen waren iets hoger gespannen. Analisten hoopten op een groeiversnelling tot 51.9, onder impuls van de dienstensector (52.6). Staar u daar vooral niet blind op: het is de schuld van de Fransen. Daar woog een stevige terugval van de diensten-PMI – de grootste in bijna één jaar – tot 47.9 op de Europese lezing. S&P Global, eigenaar van de bevraging, wijst dat toe aan de politieke onzekerheid in het land maar ziet dat er hoop is op een korte termijn oplossing. Dat vertaalt zich in een stijging in het optimisme voor het komende jaar tot het hoogste in 1.5 jaar tijd. Die hoop blijkt terecht nu premier Lecornu zijn begroting met groen licht van de Socialisten er via de noodprocedure (buiten het parlement om) tegen midden februari kan en zal doorduwen. Het staartrisico op nieuwe verkiezingen is van de baan.
In de Europese Unie ex. Frankrijk dendert de trein gewoon verder. Duitsland nam zelfs zijn rol van weleer op: die van locomotief. Alleen is dat deze keer een dienstenverhaal i.p.v. industrieel. De Duitse sector-PMI verbeterde van 52.7 tot 53.3, het op één na hoogste in anderhalf jaar. “Ongewoon grootschalige fiscale stimulering”, dixit S&P Global, zorgt dit jaar nog voor een bijkomende economische boost.
Nieuwe orders blijven de cruciale pijler voor de economie. De groei in de Europese orderboekjes viel terug tot het traagste tempo sinds september 2025, maar ook hier is de hand van Frankrijk duidelijk merkbaar. Wat betreft de arbeidsmarkt slaat S&P een sombere toon aan, die we niet helemaal onderschrijven. Het personeelsbestand kromp licht maar dat kwam uitsluitend op conto van Duitsland, waar een zogenaamde efficiëntieoefening gaande is. Maar is die nog een lang leven beschoren nu de regering-Merz ondertussen het geld laat rollen? De activiteit teert voorlopig ook nog in belangrijke mate op achterstallig werk en bedrijven bouwen hun voorraden af. Het leidt tot verminderde aankopen van grondstoffen en afgewerkte producten. Het tempo van die bijschaving was wel het traagst in zes maanden. We naderen dus het kantelpunt. Dat merken we bijvoorbeeld ook in het toenemend optimisme (hoogste in 20 maand) voor het komende jaar.
Europese bedrijven rapporteerden voor een derde maand op rij prijsstijgingen aan de inputkant. In januari was die zelfs het meeste in bijna een jaar. De industrie nam daarbij het voortouw. De eindgebruiker betaalde vooral flink meer in de dienstensector. Die aangerekende prijzen (ofte de consumenteninflatie) versnelden over alle sectoren heen bij de start van het jaar tot het meeste sinds april 2024.
De markt deelt onze positieve lezing van de cijfers. Europese rentes trekken marginaal hoger aan het korte eind van de curve. Begin deze week sloop in de geldmarkt opnieuw wat lichte twijfel rond het lange status quo van de ECB omwille van de Groenlandcrisis. Na de 180°-bocht van Trump en met deze PMI’s is daar geen enkele reden toe. De tweejaarswaprente maakt zich op voor de hoogste sluiting van deze maand. De wisselmarkt haalt de schouders op. EUR/USD handelt in de buurt van 1.173.
Europese 2j.-swaprente test de (zeer) voorlopige jaartoppen