Britse cijfers in de schaduw van geopolitiek
We zijn drie weken ver in het nieuwe jaar en al drie weken loopt de Trump-administratie met zowat alle aandacht weg. Voor haar plekje in de zon betaalde Japan gisteren een onwaarschijnlijke prijs. Maar één dag later verlegt de focus zich alweer naar The Donald. Rond 14u30 spreekt hij in Davos wereld(bedrijfs)leiders toe in een wellicht vlammende speech. Of zoals zijn minister van handel Lutnick het in de Financial Times verwoordde: “We’re not going to Davos to uphold the status quo. We’re going to confront it head-on.”
Het Verenigd Koninkrijk werkt zich met een reeks economische cijfers deze week in de belangstelling. Of probeert dat tenminste. Het arbeidsmarktrapport gisteren bevatte gemengde signalen. De tewerkstellingsgroei in de drie maanden tot november was een stuk meer dan verwacht maar tuimelde in een voorlopige schatting voor december met het meest sinds 2020. De werkloosheidsgraad stabiliseerde op 5.1%, wat uitgezonderd de stijging kort na de pandemie het hoogste in tien jaar is. Lonen in de private sector stegen het traagst in ongeveer vijf jaar. Met een 3.6% jaar-op-jaartoename spreken we weer in pre-pandemische termen.
Het is een kleine opsteker voor de Bank of England (BoE). De 2%-inflatiedoestelling van de Britse centrale bank blijft voorlopig een fata morgana. In de vers gepubliceerde update deze morgen zwengelde de algemene prijsstijging (december)opnieuw aan van 3.2% tot 3.4%. Deel van het probleem is de hardnekkige inflatie in de arbeidsintensieve en dus loongevoelige dienstensector. Die bedroeg vorige maand 4.6%, een versnelling van de 4.4% in november en beduidend meer dan de 2%-3% vork in de jaren die Covid voorafgingen. Sommige beleidsmakers binnen de BoE beschouwen die koppige (diensten)inflatie als een structurele breuk met het verleden. En hoewel actuele loongroei wel temperde, zijn ze bezorgder over de resultaten van de BoE’s eigen Decision Maker Panel enquête waarin ze bedrijven onder andere polst naar loonstijgingen in het komende jaar. Het andere kamp ziet vooral een zwalpende economie met bijkomende risico’s voor een al verzwakkende arbeidsmarkt. Zij vrezen dat de werkloosheid(sgraad) plots en snel kan oplopen als de centrale bank niet tijdig ingrijpt.
Op de vorige beleidsvergaderingen zorgde gouverneur Bailey telkens voor de beslissende stem in het negenkoppige comité. In december deed Bailey de balans kantelen in het voordeel van de slechts zesde renteverlaging sinds de normalisatiecyclus in augustus 2024 aanvatte. De beleidsrente bedraagt vandaag 3.75% en komt daardoor stilaan in de buurt van wat als een evenwichtsrente wordt beschouwd (3-3.5%). De ruimte voor verdere renteverminderingen raakt uitgeput, toch zeker in het licht van een niet ontsporende arbeidsmarkt en te hoge inflatie. De BoE gaf vorige maand zelf aan dat toekomstige verlagingen een dubbeltje op zijn kant worden. Voor wat het waard is, uiteraard, want inmiddels zetten potentiële bijkomende Amerikaanse invoerheffingen een en ander op de helling. We houden voorlopig rekening met nog één knip in het tweede kwartaal van dit jaar waarbij de BoE inpikt op de prijstemperende maatregelen die minister van Financiën Reeves vorige herfst aankondigde. Voor het Britse pond speelt het monetair beleid dan weer een secundaire rol. Geopolitieke spanningen, de ermee gepaard gaande risicoaversie én de opflakkering van GBP’s notoire kwelgeest - kredietrisicopremies - brachten EUR/GBP gisteren tot een eerste weerstand in de buurt van 0.87. Een zwakker pond blijft ons uitgangspunt. Een breuk van EUR/GBP uit het neerwaarts kanaal impliceert een terugkeer naar de 2025-jaartop van 0.886.
EUR/GBP: pond onderhevig aan geopolitieke spanningen