BoE heeft tijd, sterling (voorlopig) stoïcijns
Recent hadden we het meermaals over de opwaartse druk op rentes aan het lange eind van de curve. De Britse obligatiemarkt lag hier dikwijls in de frontlinie. Die trend is minstens deels ingegeven door structurele ontwikkelingen op langere termijn. Deze week kregen we in het VK echter ook de traditionele maandelijkse update met cyclische economische en prijsdata die in principe de basis vormt voor het rentebeleid van de Bank of England (BoE). Arbeidsmarktdata, inflatie, consumentenvertrouwen, kleinhandelsverkopen, PMI’s en zelf de maandelijkse begrotingsdata; het passeerde allemaal de revue.
De conclusie van de cijferlawine was weinig verrassend. Het VK wordt gevat in een stagflatie-dynamiek, onder meer geïllustreerd door de PMI-indicator gisteren. De enquêtebeheerder S&P concludeerde dat de duik in de algemene index (48.5 van 52.6) wijst op een groeicontractie van de orde van grootte van 0.2% dit kwartaal. Naast de impact van het conflict in het Midden-Oosten, is politieke onzekerheid een bron van terughoudendheid zowel bij consumenten als producenten. Zo toonde een zwak rapport over de kleinhandel vanmorgen dat de verkopen niet gestegen zijn vergeleken met een jaar geleden. Niet onbelangrijk voor de Bank of England, de werkloosheidsgraad liep op tot 5% en een nieuwe daling van de tewerkstelling in april wijst op een verdere verzwakking van de arbeidsmarkt. De inflatiecijfers (april) waren op het eerste gezicht dan wel weer een meevaller. De algemene inflatie koelde meer dan verwacht af van 3.3% tot 2.8% en die trend was ook zichtbaar in de kerninflatie (2.5% van 3.1%) en zelfs de diensteninflatie (3.2% van 4.5%). Het is zeker niet de bedoeling om het goede nieuws weg te interpreteren. Toch is er hier spijtig genoeg een grote ‘maar’. Het meevallende cijfer kwam in belangrijke mate op conto van gunstige basiseffecten en een ietwat ‘achteroplopend’ mechanisme in de prijsaanpassing voor nutsvoorzieningen, o.a. de elektriciteitsprijzen. Bij de volgende aanpassing wordt de technische/timing-meevaller waarschijnlijk ongedaan gemaakt. Ondertussen lopen zowel de producentenprijzen alsook goederenprijzen binnen de consumentenkorf wel al verder op.
Naast de data kregen we deze week duiding van de Bank of England (BoE) in een hoorzitting van voorzitter Bailey en andere raadsleden voor het parlement. Hun boodschap was opvallend soft. Samengevat: aan 3.75% is de beleidsrente al eerder restrictief. Door de rente niet te verlagen zoals vóór Iran gedacht en door de hogere marktrentes verstrakten de monetaire condities bijkomend. Met een verzwakkende arbeidsmarkt en matigende loonstijgingen is de BoE niet gehaast om de rente snel te verhogen. De markt heeft het alvast begrepen. Geldmarkten duwden de verwachting voor een renteverhoging naar september en gaat nu nog slechts uit van cumulatief 50 bpn tegen de jaarwisseling. Begin deze week was meer dan 75 bpn verdisconteerd. Zoals veel andere muntcombinaties, haalt ook het pond de schouders op. De volatiliteit is laag en er is geen uitgesproken trend. Nabij EUR/GBP 0.8650 vond sterling een rustpunt nu de politiek & begrotings-turbulentie weer even bekoelde. Maar een toch weer groter dan verwacht begrotingstekort in april (vanmorgen gepubliceerd) toont dat het thema niet is uitgespeeld, zeker niet bij een eventueel nieuwe aanval op de positie van PM Starmer. Samen met de ‘relaxte’ BoE-houding zien we weinig redenen voor een pond beneden 0.86.
EUR/GBP: Pond weer even in de luwte. 0.86 belangrijke weerstand