Reculer pour mieux sauter
De eerste schatting van de EMU inflatie voor december bracht gisteren geen grote verrassing. De CPI-inflatie nestelde zich exact op de 2% ECB-doelstelling. Ook de kerninflatie zet zijn geleidelijke terugtocht voort (2.3% van 2.4%). Op zich niet spectaculair. Toch krijg je het gevoel dat inflatie, minstens tijdelijk, iets minder zwaar weegt in het marktdebat, in de EMU en daarbuiten. Na de cijfers volgde voorzichtige ontspanning op de rentemarkten. De markt ziet het (inflatie)glas weer even iets meer halfleeg dan halfvol. Een goede reden om de positionering even bij te sturen/in evenwicht te brengen? Reculer pour mieux sauter.
Even terug naar vorige maand. De EMU 2j-swaprente steeg even boven 2.3% na commentaren van ECB-raadslid Schnabel over de waarschijnlijke volgende ECB-stap (renteverhoging). Op de ECB-beleidsvergadering (18 dec) hield Lagarde die boot alvast af. Optionaliteit bleef het codewoord. Inflatie handhaaft zich volgens de ECB-vooruitzichten de komende twee jaar in een enge band rond 2% (zowel algemene als kerninflatie). De markt vond het te vroeg om al stevig in te zetten op het Schnabel-scenario en het korte eind van de Europese rentecurve stabiliseerde. Lange rentes trokken nog iets langer noordwaarts. De markt beseft dat vooral het fiscale beleid, dat in de meeste landen al tegen een stevig tekort aankijkt, de kar moet trekken wat betreft broodnodige structurele hervormingen en militaire uitgaven. Fiscale risicopremies zijn een blijver. De Europese 10j swaprente trok richting de psychologische kaap van 3%, maar een breuk hoger is voorlopig een brug te ver. De markt verteert de obligatie-uitgiftegolf aan het begin van het jaar relatief vlot en kan leven met de ‘bijgestuurde’ risicopremies.
Zeker aan het korte eind van de curve kan het correctiemomentum lager nog even aanhouden. Een gunstige vergelijkingsbasis voor energieprijzen en mogelijk ook afnemende voedselprijsinflatie kunnen de algemene inflatie in de eerste maanden van 2026 beneden 2% duwen. Centrale banken laten zich vooral leiden door onderliggende trends eerder dan door dit soort technische capriolen. In dat verband toont diensteninflatie (nog steeds 3.4%) dat alertheid nodig blijft. Tegelijk kan die lage algemene inflatie, ook al is ze ingegeven door lagere energieprijzen, de inflatieperceptie/verwachtingen temperen. In zo’n context is het niet uitgesloten dat monetaire duiven binnen de ECB toch terug een ballonnetje oplaten over een renteknip. In een ‘momentumtrade’ kan de korte rente dan nog wel iets lager. Aan het lange eind van de curve spelen hogere risicopremies zwaarder door. Het 3%-weerstandsniveau voor de 10j swaprente wordt mogelijk tijdelijk beschermd door het mildere inflatieverhaal. Onverwacht zwakke groei- of inflatiecijfers zijn nodig om die rente terug richting het handelskanaal van vorige zomer (2.6/2.7%-zone) te duwen. Daar gaan we niet vanuit.
EMU 2-j swap: inflatie-afkoeling zorgt voor (beperkte) ontspanning