PMI’s brachten (onverwacht) goed nieuws
In de onzekere context waar het referentiekader voor de toevoer van energie en andere grondstoffen uit het Midden-Oosten continu wijzigt, zijn data dikwijls al deels achterhaald op het moment van publicatie. Toch willen we u de goede PMI indicatoren van juli niet onthouden. De Amerikaanse, maar ook de Europese economie, zijn het derde kwartaal blijkbaar niet slecht begonnen. De enquête werd afgenomen tussen 9 en 22 juli, de periode dus waarin de spanning tussen de VS en Iran en de onzekerheid over de (al-of-niet) heropening van de Straat van Hormuz terug opliep. In welke mate bedrijven die nieuwe tegenwind al incorporeren moet natuurlijk nog blijken. Of mogen we hopen dat het ‘nieuwe’ staak-het-vuren energieprijzen alsnog terugbrengt naar gunstigere niveaus? Voor markten blijft het hoe dan ook een oefening aftoetsen van ‘framework guidance’, zoals ECB voorzitster Lagarde vorige week nog aangaf.
De algemene EMU indicator verbeterde van 50.0 tot 51.9. Toegegeven, dat wijst op bescheiden groei, maar het was wel voor het eerst in vier maanden dat de index boven 50 klom, de grens tussen groei en contractie. Volgens survey-eigenaar S&P wijst dit op een groeitempo van de orde van grootte 0.3% op kwartaalbasis. Zowel de verwerkende nijverheid (52.0) als de dienstensector (51.6) groeiden. Er was een voorzichtig herstel van de orders en, voor het eerst dit jaar, een bescheiden groei van de tewerkstelling. Er blijft prijsdruk zowel aan de inputzijde als bij verkoopprijzen, maar het tempo van de stijging lag lager dan voorheen. Een eventueel herstel blijft schatplichtig aan een oplossing voor de aanbodverstoring uit het Midden-Oosten. Het is nog vroeg om al conclusies te trekken, maar het ’nieuwe’ staakt-het-vuren sinds dit weekend, doet hopen dat de positieve boodschap van de PMI’s mogelijk toch nog deels overeind blijft. Olie noteert terug nabij $87 p/vat. Dat is natuurlijk nog even verwijderd van de $ 70 p/vat begin deze maand. De euro 2-j swaprente reageert voorlopig alvast nog even met de rem op. Een terugkeer beneden 3% verloopt moeizaam. Ook hier kunnen we naar ECB-voorzitster Lagarde verwijzen. Zij gaf ook aan dat na de hernemen van het conflict ondanks het bestaande raamakkoord, de markt wel eens terughoudender kon zijn om goed nieuws te omarmen. (once burned, twice shy).
Ook de Amerikaanse PMI wees op een groeiversnelling aan het begin van Q3 (53.6 van 51.9, beste in 8 ma). Die verbetering kwam enkel op conto van de dienstensector (53.6 van 51.2). De verwerkende nijverheid schakelde een tandje terug (output 53.6 van een hoge 56.2). In de VS zag de S&P survey geen afnemende prijsdruk. In tegenstelling tot de milde officiële CPI data voor juni. In tegendeel. Een indicator voor de levergingstermijnen zette het hoogste niveau sinds augustus 2022. De kostendruk voor bedrijven liep op tot het hoogste niveau sinds mei vorig jaar en bedrijven rekenen die kosten ook door. Ook de indicator voor de verkoopprijzen toont de scherpste stijging in bijna vier jaar.
Morgen beslist de Amerikaanse Federal Reserve over haar beleid. Na die milde inflatiecijfers van juni, schroefde de geldmarkt de verwachting i.v.m. een renteverhoging deze maand lichtjes terug. Toch is nog 35% kans op een stap van 25 bpn verdisconteerd. September is nog volledig ingeprijsd. In het ‘post-forward guidance’ tijdperk zoals dat door Fed-voorzitter Warsh is afgekondigd, werd de markt voorzichtiger om iets a priori uit te sluiten. Toegegeven in de VS krijgt de ISM indicator (die pas volgende week bekend wordt gemaakt) meer gewicht dan de PMI’s. Toch blijft die laatste een waarschuwing dat de gunstige (VS) inflatiecijfers van juni niet per definitie als verworven mogen worden beschouwd. Uitkijken wat de ‘Warsh-Fed’ morgen concludeert.
VS 2-j rente: (zeer) beperkte correctie ondanks lagere olieprijs..