Het Brent op de energiemarkt
Aan de vooravond van de ECB-beleidsvergadering flirt de prijs van ruwe Brentolie met de psychologisch belangrijke kaap van $100 per vat. De laatste keer dat die drie cijfers in de tabellen verschenen was in de tweede helft van juli. Iran-gezinde Houthi-rebellen kondigden toen de blokkade van de Bab-el-Mandab Straat af – een tweede cruciale energieader die parallel loopt met de Straat van Hormuz. Om die blokkade af te dwingen, openden ze onder andere het vuur op Saoedische tankers.
Militaire escalatie, het zal u niet verbazen, is ook nu de aanleiding voor de hernieuwde olieprijsstijging. De VS hebben het nu gemunt op de Iraanse olietankers om de economische wurggreep aan te spannen. Iran slaat systematisch terug op Amerikaanse doelwitten. Duurdere olie impliceert hogere prijzen voor alle geraffineerde afgeleiden. Die markt krijgt ons inziens onvoldoende de aandacht, al komt daar de laatste dagen wel verandering in. De meest gekende herwerkte olieproducten zijn allicht benzine, kerosine en vooral: diesel. Beschouw diesel gerust als de levensader van de industriële, agrarische en transportsector. Het is veel meer dan pure olie een cruciale variabele in de bedrijfskostenstructuur – en uiteindelijk dus voor inflatie. Het verwerken van ruwe olie in diesel is uiteraard niet gratis. De marge (crackspread) die producenten in normale omstandigheden hanteren bedraagt ruwweg $20 bovenop de prijs van Brent. Vandaag is dat het nooit eerder gezien vijfvoudige. Om consistent te zijn met de huidige dieselprijs, rekening houdende met een normale crackspread, dan zou Brentolie vandaag niet aan $100 maar aan $160-$170 dollar per vat moeten noteren. De voornaamste verklaring voor die dure diesel is capaciteit. De infrastructuur zowel in het Midden-Oosten als in Rusland (waar naar schatting 40% van de capaciteit offline is) is zwaar aangetast.
De Europese gasprijs (Nederlandse TTF) is dankzij de meest recente escalatie op weg naar nieuwe meerjarige toppen. Waar de olietoevoer deels herleid wordt via pijpleidingen, zijn voor aardgas veel minder alternatieve exportroutes beschikbaar. Bestaande gaspijplijnen zijn beperkt in schaal en bedoeld voor lokale consumptie – niet voor de wereldmarkt. De vloeibare variant wordt normaal gezien via grote tankers door de nu gesloten Hormuzstraat verscheept. Daar komt bij dat ‘s werelds grootste exporteur, Qatar, de productie noodgedwongen drastisch verminderde. De momenteel uitzonderlijk lage Europese gasvoorraden in de aanloop naar het verwarmingsseizoen werken de perfecte storm af.
Dat is de context waarin ECB-beleidsmakers vandaan en morgen mee aan de slag gaan. De energie-assumpties ten tijde van de juni-prognoses zijn hopeloos achterhaald. De realiteit leidt zo goed als zeker tot opwaarts bijgestelde inflatievoorspellingen. De ECB zal counteren met een tweede renteverhoging tot 2.5% maar sommige beleidsmakers gaven al aan dat dat niet zal volstaan. De aanhoudende energieprijshausse forceerde al een belangrijke technische breuk op het korte eind van de Europese swaprentecurve boven 3%. De Duitse referentiecurve volgt vandaag. Het is de vertaling van het derde, ernstige ECB-scenario - waarin een langdurige inflatieschok een krachtige monetaire respons vereist - naar de markt.
Genormaliseerd: olie, geraffineerde producten en aardgas: vandaag vs. assumpties voor junivoorspellingen (roze stippellijn)