Lagarde verzet zich niet tegen inflatie- en marktdruk
De verrassing in de ECB-beleidsverklaring zat niet in de renteverhoging tot 2.50%, maar wel in de erkenning dat inflatie voor een langere periode stevig boven de 2%-inflatiedoelstelling. De (energie)prijsdruk vanuit het Midden-Oosten is de logische schuldige. Werp vandaag bijvoorbeeld maar een snelle blik op de olie- of gasprijs. De prijs voor een vat Brent ruwe olie stijgt boven $105/vat (hoogste niveau sinds mei) nadat Saudi-Arabië het OPEC-kartel inlichtte over de laagste productieniveaus sinds 1990. Het is van eind 2022 geleden dat Europese gasprijsprijzen (€82/MWh) nog hoger waren. En dan laten we de geraffineerde afgeleiden deze keer makkelijkheidshalve achterwege.
Het aanhoudende conflict was aanleiding voor een nieuwe opwaartse herziening van inflatievooruitzichten. Voor algemene inflatie gaat de ECB nu uit van gemiddeld 3%-2.5%-2.1% voor de periode 2026-2028 (van 3%-2.3%-2%). Voor onderliggende kerninflatie staat gemiddeld 2.5%-2.6%-2.3% in de boeken. Zowel voor 2027 als 2028 is dat 0.1% meer dan in juni ook al houdt de centrale bank in nieuwe voorspellingen rekening met een strakker monetair beleid dan in juni (afgeleid van marktverwachtingen). De 2.3% aan het einde van de beleidshorizon is een stevige misser ten opzichte van de 2%-inflatiedoelstelling en een impliciete hint dat er nog werk op de plank ligt. Temeer omdat opwaartse risico’s domineren. De groei houdt voorlopig beter stand dan verwacht. Nieuwe prognoses zetten in op een 0.9%-1.4%-1.6% groeiritme (0.8%-1.2%-1.5% in juni). Omwille van de referentiedatum van de cijfers is de 0.9% voor dit jaar zelfs nog een onderschatting.
Hoewel het perscommuniqué herhaalt dat de ECB zich comfortabel voelt om economische en prijsrisico’s op te vangen, schuift de centrale bank met haar openingsparagraaf en nieuwe vooruitzichten toch op in de richting van de markt. Die gaat sinds eind augustus uit van een ernstigere energie-schok die meer daadkracht van de ECB vereist dan de huidige, graduele, verstrakking. Dat kan zowel bestaan uit het versnellen van het huidige kwartaaltempo als het optrekken van een al dan niet beoogd eindpunt. Europese geldmarkten schatten de kans op een volgende renteverhoging in oktober (ipv december) in op bijna 80% en gaan nu uit van een verstrakkingscyclus die minstens draagt tot 3.25%. Op de persconferentie achteraf wou ECB-voorzitster Lagarde zich niet vastpinnen. In tegenstelling tot in juni en juli weigerde ze om woordelijk te herhalen dat markten het ECB-raamwerk duidelijk begrijpen. Ze hield het op: “markets do what they have to do and so do we”. En die markten geven voorlopig niet af, wel integendeel. Lagarde herhaalde de boodschap misschien niet, maar ze ontkende ze ook niet. Ze bood geen weerstand. Tegelijk herhaalde de Française meer dan gewoonlijk de vastberadenheid van de ECB om inflatie richting doelstelling te leiden en dat de situatie op de volgende vergadering opnieuw volledig tegen het licht wordt gehouden na de no-brainer van vandaag. De onverwachte combinatie van een langer-aanhoudende prijsschok en grotere economische weerbaarheid wijzen onmiskenbaar is de richting van meer monetaire verstrakking.
Hogere energieprijzen en de ECB-vergadering duwen het korte eind van de Europese rentecurve vandaag opnieuw tot 8 basispunten hoger. De Europese 2j-swaprente zet een nieuwe cyclische top op 3.36% en nadert de 2024-top (3.44%). De Europese 10j-swaprente gaat 5 bpn hoger en zet zijn zinnen op de 2023-top (3.52% vs 3.58%).
Europese 2j-swaprente stoomt door: meer en snellere ECB-renteverhogingen op komst!