EMU PMI: het ergste achter de rug?
De Europese PMI-indicatoren voor juni door S&P Global konden een tipje van de sluier oplichten over hoe bedrijven de activiteit en prijzen inschatten nu het conflict in het Midden-Oosten (mogelijks) in een nieuwe fase aanbelandt. De meest antwoorden dateren wel van juist voor de formele ondertekening van het raamakkoord tussen de VS en Iran. Er was voorzichtige hoop, maar die werd zeker niet uniform ingevuld, met een verdeeld beeld over verschillende landen.
De algemene PMI van 49.5 suggereert dat de activiteit in de Eurozone nog nauwelijks kromp aan de start van de zomer. S&P zegt dat dit stagnatie van de groei in het tweede kwartaal suggereert. Geen slecht nieuws is (een beetje) goed nieuws. De verbetering komt vooral op conto van een minder negatief beeld in de dienstensector. De index over de dienstenactiviteit verbeterde van 47.7 tot 48.7, maar blijft wel beneden 50, de scheiding tussen groei en contractie. De activiteit in de verwerkende nijverheid blijft licht groeien (51.2 van 51.3). Bedrijven uit die sector werken nog steeds aan de uitvoering van voorzorgorders die werden geplaatst bij de start van het Iran-conflict. Een spectaculair herstel komt er waarschijnlijk niet onmiddellijk aan. Orders daalden voor de vierde maand op rij, zij het aan een trager tempo dan voorheen. Gelijkaardig relatief goed nieuws/minder slecht nieuws kwam vanuit de arbeidsmarkt. De tewerkstelling loopt nog marginaal terug, maar aan het traagste tempo sinds februari. Ondertussen is er wel al zes maanden geen groei van de tewerkstelling in de private sector. Bedrijven geven aan dat de toeleveringstijden blijven oplopen.
Ook inzake prijzen bracht het PMI-rapport een gelijkaardige relatieve gunstige boodschap. Inputprijzen blijven stevig stijgen, maar aan het traagste tempo sinds februari. Vooral in de verwerkende nijverheid blijft de kostendruk hoog. De vertraging in outputkosten verloopt bovendien trager dan bij inputkosten. Het vertrouwen van bedrijven over de activiteit de volgende 12 maanden herstelde verder van het tweeënhalf jarig dieptepunt in april, maar van euforie is er zeker geen sprake.
Nog even naar de individuele landen. Zowel Frankrijk als Duitsland trokken het Europese gemiddelde opnieuw fors lager. De algemene index voor Frankrijk steeg van een zeer lage 44.9 tot 47.6. In Duitsland ging het zelfs nog verder de verkeerde kant op (48 van 48.8), met een stevige uitschuiver in de Duitse dienstensector. De rest van Europa toont wel matige groei, aan het beste tempo sinds de start van het jaar.
De marktreactie op de PMI’s blijft beperkt. De Europese rentes zakken vanmorgen 2-3 bpn, maar die trend zien we ook elders. EUR/USD deemstert ondertussen wel verder weg (lage 1.14). Een echte steun voor de euro kan je het PMI rapport bezwaarlijk noemen. In dat verband kijken we straks ook naar de Amerikaanse PMI. Een degelijk rapport zou een bijkomend argument zijn voor de ‘Warsh-Fed’ om het inflatie-engagement door te drukken. De Fed kan dat doen vanuit een sterktebod. De wisselmarkt heeft dat in de gaten. Sinds woensdag plaatste de dollar een démarche en voorlopig is er weinig indicatie dat die buiten adem geraakt. Een breuk beneden EUR/USD 1.1392 valideert het positief USD-momentum vanuit technisch oogpunt.
EUR/USD: dollar rijdt euro uit het wiel. EMU PMI helpt niet.