Bank of England rekent op de markt
Kort, krachtig, klaar. De stijl van de nieuwe Fed-voorzitter Warsh kan ons bekoren. We behandelen vandaag de beleidsvergadering van de Bank of England (BoE) gisteren met dezelfde insteek. Één paragraaf vat de hele discussie samen:
“All members nevertheless agreed that the appropriate policy response would depend primarily on the outlook for second-round effects. If higher inflation were to reflect mainly direct energy effects and second-round effects were to remain contained, there was a stronger case for tolerating a slower return of inflation to target, in the context of weak activity. However, […] if higher energy prices appeared to be feeding into more persistent domestic inflation […] the weight placed on output stabilisation would be likely to diminish, and policy would need to remain restrictive for longer, or become more restrictive.”
Het debat over tweede-ronde-effecten verdeelt de beleidsmakers in twee kampen. Dat vertaalde zich in een 7-tegen-2 stemming voor een ongewijzigde beleidsrente op 3.75%. Over sommige zaken is het comité het eens. Risico’s voor inflatie zijn opwaarts gericht en de onzekerheid is groot. In de aanloop naar en volgend op het akkoord tussen de VS en Iran dook de olieprijs stevig lager. Maar er heerst scepsis omdat de normalisatie van de oliedoorvoer lang zal duren.
Het comité valt uiteen bij de inschatting over tweede-ronde-effecten; het fenomeen waarbij hoge inflatie en dito looneisen in een zelf voedende spiraal belanden. De meerderheid, met o.m. gouverneur Bailey, ziet beperkte risico’s. Ze verwijzen naar de zwakke economische groei, vraag en consumptie, een laag moraal van consumenten en bedrijven en een onderbenutte arbeidsmarkt. Het team van zeven schermt met het idee dat de beleidsrente aan het huidige niveau nu al weegt op de economie en inflatie. In dit opzicht bevindt de BoE zich in een gelijkaardige situatie als de Fed. Anticipatie van de financiële markten zorgt bovendien vandaag al voor bijkomende monetaire verstrakking. De markt doet het werk van de Bank of England.
Dat was ook een van de argumenten van de Europese Centrale Bank in april. Een beleidsvergadering later was het toch prijs. Het soepeler monetair beleid van de ECB bij aanvang van de energieschok vertroebelt de één-op-één vergelijking. Maar net zoals de ECB heeft ook de BoE een reputatie te herstellen. De inflatiecrisis van 2022 maakte gezinnen en bedrijven veel gevoeliger voor het thema. Het verwachtingspatroon schuift veel sneller op. Inflatie wordt op die manier al gauw hardnekkig. Voor twee beleidsmakers was een renteverhoging tot 4% een kwestie van risicomanagement. Nu optreden vermindert de kans op noodgedwongen drastischere actie later. Het duo dwarsliggers is vanuit het perspectief van de centrale bank misschien nog niet zo slecht. Ze houden het debat in de markt over een mogelijke renteverhoging warm. Ondertussen houdt de Bank of England de zaak nauwlettend in de gaten vanaf de zijlijn. De Britse geldmarkt verwacht één renteverhoging in november maar het is duidelijk dat, als het kan, de BoE die liever aan zich voorbij laat gaan.
De Britse markten had weinig oog voor de rentebeslissing en des te meer voor de speciale verkiezingen in Manchester. Andy Burnham maakt zijn favorietenrol waar en verzilvert zo een zitje in het parlement. Dat was nodig om zijn grotere ambitie van premier te vervullen. De dagen van Starmer zijn geteld. Burnham mikt op september voor zijn intrek in Downing Street 10. Politieke en begrotingsonzekerheid komt zo opnieuw prominent op de radar. Oplopende risicopremies kunnen wegen op Britse overheidsobligaties en het pond.
EUR/GBP: pond aan de vooravond van een moeilijkere periode?