Zweedse Riksbank blaft maar bijt niet
Na de Bank of Japan (+25 bpn tot 1%) en de Reserve Bank of Australia (onveranderd op 4.35%) gisteren, was het vanmorgen aan de Zweedse Riksbank om zich over het monetair beleid te buigen. De beleidsrente bedraagt er 1.75%. Dat blijft nog even zo, maar Stockholm ziet een toegenomen kans op een renteverhoging later dit jaar.
Daar hoort wel een belangrijke nuance bij. Alle voorspellingen en conclusies in het nieuwe kwartaalrapport van de Riksbank zijn gebaseerd op de informatie die beschikbaar was tot en met 11 juni. De dramatische 180°-bocht van president Trump vorige week donderdag – van nieuwe aanvallen naar het einde van de oorlog – is gecapteerd maar het recente raamakkoord tussen de Verenigde Staten en Iran dus niet. Louter op basis van de olieprijs en de futurescurve, die de Riksbank mee in de prognoses verwerkt, bevinden we ons schijnbaar in een andere wereld. Maar omwille van de nog altijd grote onzekerheid vindt de Riksbank het rapport voldoende relevant. Ze verwijst bijvoorbeeld naar de duur van de aanbodschok en niet per se naar die van de oorlog. Dat is een subtiele wijziging tegenover mei, toen beide begrippen nog min of meer synoniem waren. Maar zoals een resem ECB-beleidsmakers de afgelopen dagen al aangaven, is er een groot verschil. Een einde van het conflict is in geen geval een einde aan de schok waarvan de effecten nog geruime tijd nazinderen. Hoe langer ze aanhouden, hoe groter de gevolgen.
Tegen die achtergrond trok de Riksbank de inflatieprognose op voor de periode 2027-2028. 2026 kreeg een neerwaartse herziening van 1.5% tot 1.1% maar dat komt hoofdzakelijk omwille van vroegere en meer recente subsidies voor energie, voeding en publiek transport. De gemiddelde jaarinflatie voor 2027 en 2028 schat de centrale bank nu op 1.7% en 2.8% t.o.v. 1.3% en 2.7% in het rapport van maart. De maatstaven gezuiverd voor energie landen op 2% en 2.9% vs 1.7% en 2.8%. Iets zwakkere economische activiteit weegt op de groeivooruitzichten. Maar met 2.2%-2.3%-1.4% over 2026-2028 is er geen reden tot paniek. De Riksbank merkt hierbij de robuuste groei van de koopkracht en bijgevolg gezinsconsumptie op.
Dat vertaalt zich in een marginaal opwaarts bijgesteld rentetraject. Voor het vierde kwartaal van dit jaar staat 1.82% in de tabellen. Dit kwartaalgemiddelde komt ruwweg overeen met één renteverhoging tot 2%. De Riksbank zelf spreekt voorlopig enkel in termen van waarschijnlijkheid. Inflatie bedroeg 1.5% in mei, beneden de 2%-doelstelling. Dat lage startpunt biedt de mogelijkheid om af te wachten. Met de ondertekening van het raamakkoord aanstaande vrijdag gaat een 60-daagse onderhandelingsperiode van start. De Riksbank zal die gebruiken om enige, potentiële renteactie minstens tot over de zomer te tillen.
Het dreigement van de Riksbank valt in dovemansoren. Zweedse swaprentes verliezen vandaag <3 basispunten aan het korte eind van de curve en de Zweedse kroon verliest wat terrein. EUR/SEK handelt in de buurt van 10.88 en houdt in een breder perspectief makkelijk stand in de 10.75-11 EUR/SEK-handelsband. We zijn niet verbaasd. De reputatie van de centrale bank indachtig en in het licht van de recente ontwikkelingen ligt de lat voor een renteverhoging – en dus SEK-steun – volgens ons hoog. De geldmarkt dicht het scenario nu nog 75% kans toe voor november tegenover 85% gisteren.
EUR/SEK niet onder de indruk van het dreigement van de Riksbank