BoJ gaat traag maar gestaag richting neutraal
De Japanse centrale bank verhoogde vanochtend haar beleidsrente voor het eerst sinds 1995 tot 1%. Deze renteverhoging met 25 basispunten krijgt in principe nog gevolg. De geldmarkt houdt rekening met een bijkomende zet richting 1.25% tegen jaareinde. Daarmee zou de BoJ de traditie van 2024 en 2025 (telkens twee renteverhogingen) volgen in haar uiterst graduele normalisatieproces. Een zeer grote meerderheid stemde voor de beslissing van vandaag (7-1). Enkel een benoeming van premier Takaichi pleitte voor een meer reflatoire koers. Voorzitter Ueda was uitzonderlijk niet van de partij en werd op de persconferentie vervangen door vicevoorzitter Uchida. Die hield zich zeer kort bij de beleidsverklaring en laat concretere richtlijnen over aan Ueda die in principe terug is tegen de julivergadering, inclusief nieuwe groei- en inflatievooruitzichten.
Afgenomen neerwaartse groeirisico’s lagen aan de basis van de (timing) van de beslissing. De vraag luidt al langer wanneer eerder dan of de Japanse beleidsrente hoger kan. Onderliggende kerninflatie zal naar verwachting in 2027 het niveau bereiken dat voldoet aan prijsstabiliteit rond de 2%-inflatiedoelstelling. Voor sommige BoJ-leden is die semantische beslissing trouwens al beslecht. Voorts benadrukt de centrale bank de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt die voor een zelf-voedende loon-prijsspiraal zorgt en inflatieverwachtingen op middellange termijn hoger tilt. Hogere energie- en transportkosten laten zich ook voelen en worden relatief snel doorgerekend naar de eindconsument. Die combinatie maakt het te volgen beleidstraject duidelijk.
Behalve over de timing staan er ook vraagtekens bij het eindpunt. In de beleidsverklaring van april stelde de BoJ dat de reële beleidsrente (gecorrigeerd voor inflatie) nog bijzonder laag is. Vandaag verwijst ze naar “ondersteunende financiële voorwaarden”. Daarmee zinspeelt de BoJ dat de transitie van een soepel richting een neutraal beleid stilaan wordt ingezet. Een neutrale beleidsrente is hoog genoeg om inflatie nabij target te houden en laag genoeg om de economie van zuurstof te voorzien. Vragen over hoe hoog die Japanse neutrale rente dan wel mag zijn, werden door vicevoorzitter Uchida vakkundig ontweken. Begin dit jaar spuide een aantal interne modellen berekeningen uit voor de (reële) neutrale beleidsrente die varieerden tussen -0.9% en +0.5%. Tellen we daar de 2%-inflatiedoelstelling bij komen we nominaal uit tussen +1.1% en +2.5%.
Op de wisselmarkt profiteert de Japanse yen niet van de extra rentesteun. USD/JPY schommelt nog steeds rond/boven het historisch zwakke (JPY-)niveau van 160. Eind april lokte die pijngrens nog wisselkoersinterventies uit door het Japanse ministerie van financiën. Op vandaag klinken er al verbale dreigingen tot vervolgactie, maar Japanse autoriteiten beseffen dat ze vechten tegen de bierkaai (sterkere dollar). Interventies hebben pas kans op fundamenteel succes als de munt over de nodige fundamenten beschikt voor een gedragen herstel. Op vandaag is dat voor Japan niet het geval (relatief soepel monetair beleid, soepel fiscaal beleid en oplopende risicopremies, energie-afhankelijk, recordkoersen op de beurs). De 2024-top net beneden USD/JPY 162 is de volgende technische referentie.
USD/JPY: 2022-top lonkt