Pond (voorlopig) in rustig vaarwater, maar …
Deze week kregen we een update van de meeste Britse economische datareeksen. Vooral (harde) data die een foto geven van ruwweg anderhalve maand geleden verliezen een deel van hun relevantie door de verwachte (neven)schade van het conflict in het Midden-Oosten. Alles is relatief, maar met die disclaimer in het achterhoofd was het Britse economisch momentum bij het begin van het conflict niet zo slecht, al krijgt het ‘positief’ nieuws soms wel direct een nuancerende ‘maar’…
We pikken er enkele uit. Kleinhandelsverkopen (maart) waren beter dan verwacht (0.7% m/m en 1.7% j/j), maar… de stijging was minstens deels het gevolg van een opsprong in de verkoop van brandstoffen in anticipatie op hogere prijzen. Tegelijk viel een indicator over het consumentenvertrouwen (GfK) wel al terug tot het laagste niveau sinds oktober 2023. Voorlopig is er ook (nog) geen uitgesproken slecht nieuws van de arbeidsmarkt (werkloosheidsgraad 4.9%). Het Britse PMI-bedrijfsvertrouwen (52 van 50.3 in maart) was beter dan in de EMU, zeker in de dienstensector. Ook hier was de groei-opstoot deels ingegeven door versnelde aankopen omwille van gevreesde prijsverhogingen of opdoemende toeleveringsproblemen. Britse in- en outputprijzen zijn aan de gelijkaardige parabolische stijging begonnen zoals in EMU. En inzake inflatie was het Britse startpunt al niet echt overtuigend. In een eerste reactie op het conflict steeg de algemene inflatie in maart al met 0.7% m/m tot 3.3% j/j. Voor de diensteninflatie was er zelfs een onverwacht hoge 4.5%. Een nieuwe indicator vanmorgen gaf aan dat ook bedrijven hun inflatieverwachtingen fors optrekken (4% 1-j). We sluiten deze economische bloemlezing toch nog af op een kleine positieve noot voor Minister van Financiën Reeves. Het begrotingstekort voor het fiscaal jaar dat eindigde in maart daalde tot £132 mld (-£19.8mld vs 2024-25, van 5.2% tot 4.3% van het bbp). Hierdoor blijft de fiscale buffer van £24 mld tot nader bericht overeind. Maar, u voelt het, ook hier een ‘maar’. Het tekort in maart was al hoger dan verwacht en tegen een achtergrond van dalende groei, hogere inflatie en hogere rentekost is die buffer niet groot.
Wat kan dit alles betekenen voor het BoE-beleid en voor de Britse markten? Na een stevige inflatiewaarschuwing op de rentevergadering van 19 maart, temperde ook voorzitter Bailey (gesteund door een iets lagere olieprijs) de te forse marktverwachtingen over snelle BoE-renteverhogingen. Zoals in EMU zijn de Britse rentes deze week wel opnieuw stevig opwaarts georiënteerd. De kans op een renteverhoging volgende week is gezien de recente communicatie klein. Hoewel de Britse beleidsrente (3.75%) nog lichtjes restrictief is, verdisconteert de markt wel een verhoging in juni en (meer dan) een tweede stap tegen eind dit jaar. Waar legt de BoE-voorzitter deze keer het accent?
Het pond vertoefde de voorbije weken in rustig vaarwater. Gezien de recente data en het iets mildere risicosentiment omwille van de olieprijscorrectie was dat niet onlogisch (nauwe band nabij EUR/GBP 0.87). Als de BoE iets te veel oog houdt voor groeirisico’s en de nog iets hogere beleidsrente inroept om (langer) af te wachten, kan zich dat tegen het pond keren. We houden ook de lange Britse rente in het oog. De 30-j rente bevindt zich op een zucht van de meerjarige top van 5.7%. Een aanval/breuk van dat niveau zou ook geen hulp zijn voor het pond.
EUR/GBP. (voorlopig?) een oord van rust….