Amerikaans banenrapport forceert een breuk
Het hing al in de lucht en eind vorige week was het dan zover. De Amerikaanse dollar trok een spurtje en brak zo met het korte termijn status quo. EUR/USD zat de afgelopen twee maanden gevangen in een nauwe handelsband tussen 1.16 en 1.18. Voor de handelsgewogen dollar (DXY) spreken we over 98-100. Zowel EUR/USD 1.16 als DXY 100 waren de afgelopen weken een belangrijke weerstand voor de dollar. De breuk hoger bracht de Amerikaanse munt vrijdag naar niveaus laatst gezien vóór het staakt-het-vuren tussen de VS/Israël en Iran van kracht ging op 8 april. Het kan haast niet symbolischer dat Israël en Iran daags nadien voor de eerste keer sinds dat bestand de directe confrontatie met elkaar aangingen.
De technische breuk vond zijn oorsprong in het Amerikaanse banenrapport. Het was de kers op de taart na een al sterk ISM-bedrijfsvertrouwen uit zowel de maakindustrie als de dienstensector, JOLTS-vacaturerapport en het officieuze arbeidsmarktrapport van de private loonstrookjesverwerker ADP. De officiële teller voor de tewerkstellingstoename in mei staat op 172k. Dat overtrof de stoutste verwachtingen. Het ging bovendien gepaard met een opwaartse herziening voor de voorbije twee edities met 93k. De werkloosheidsgraad stabiliseerde op 4.3% en duwt zodoende de Sahm-recessie-indicator naar het laagste niveau sinds de zomer van 2023. Recent studiewerk van de St. Louis-tak van de Federal Reserve schat de noodzakelijke tewerkstellingsgroei tussen 15k en 87k om het evenwicht op de arbeidsmarkt te bewaren. Zo’n brede vork heeft doorgaans weinig praktisch nut, behalve wanneer die ruim overschreden wordt. Dat is in dit geval duidelijk zo. Over de periode maart-april-mei bedroeg de gemiddelde jobcreatie 188k.
De Amerikaanse jobmarkt is dus in een meer dan degelijke staat. Het groeiend risico op het tegenovergestelde was wel de reden waarom de Fed eind vorig jaar de rente nog in drie stappen richting 3.5-3.75% verlaagde. In de officiële communicatie (beleidsverklaring van mei) neigde de Fed nog altijd naar bijkomende renteverminderingen. De case daarvoor staat al enige tijd onder druk, ook van binnenuit – denk aan de Fed-beleidsmakers die tegen de beleidsverklaring in zijn huidige vorm stemden. De cijfermatige homerun van vorige week bergt het idee definitief op. De Amerikaanse geldmarkt bereidt zich in de plaats daarvan voor op een eerste renteverhoging eind dit jaar met mogelijke vervolgactie ergens in de eerste maanden van 2027. Vanuit officiële hoek bonden stemgerechtigde beleidsmakers Hammack (Cleveland-Fed) en Logan (Dallas-Fed) de kat de bel al aan. Zij vinden dat de prioriteit van de Fed moet verschuiven van tewerkstelling naar inflatie.
Aanstaande woensdag zal beide dames in het gelijk stellen. Dure energie zorgt waarschijnlijk voor het eerste >4%-inflatiecijfer sinds mei 2023. Aantrekkende kerninflatie richting 3% levert dan weer bewijs dat het maandenlange conflict doorsijpelt tot in de diepere lagen. De recente geopolitieke escalatie verhindert een snelle ommekeer, voor zover dat daarvoor al mogelijk was. Het tegendeel is waar nu de Iran-gezinde Houthi’s de Rode Zee in het vizier nemen. Ze leggen in eerste instantie Israëlische schepen een blokkade op, maar een bredere ontwrichting via de Bab-el-Mandab zee-engte is niet ondenkbaar.
Hogere Amerikaanse rentes, een weerbare economie, het fragiel beursklimaat en de explosieve geopolitieke cocktail hijsen de dollar minstens op korte termijn naar de koppositie. Een breuk van EUR/USD (DXY) beneden 1.15 (boven 100.64) effent het pad richting 1.1392 (101.98).
Handelsgewogen dollar (DXY) breekt het kortetermijn status quo