Kiwi en Aussie dollar niet in hetzelfde schuitje
De Nieuw-Zeelandse en Australische dollar worden dikwijls een beetje in dezelfde zak gestoken. Die ‘vuistregel’ was het voorbije jaar en tijdens de recente crisis niet echt terecht. De grote broer uit Australië presteerde het voorbije jaar opvallend beter dan zijn kiwi-buur. Het voorbije jaar steeg de AUD/NZD combinatie grosso modo 15%. Dat is historisch gezien een stevige divergentie. De inflatiecijfers voor het eerste kwartaal in Nieuw-Zeeland van deze morgen bieden een goed startpunt om even in te gaan op die opvallende spreidstand.
Inflatie versnelde in de periode januari-maart met 0.9% kw/kw en 3.1% j/j. Brandstofprijzen stegen al 3.5% op kwartaalbasis en ook elektriciteitsprijzen (12.5% j/j) zijn een belangrijke ‘schuldige’. Toch is het probleem breder. Prijzen van goederen die niet/beperkt blootgesteld zijn aan externe concurrentie stegen een stevige 1.1% kw/kw en 3.5% j/j. Voor de zogenaamde ‘tradeable goods’ die meer externe concurrentie ondervinden was de druk iets minder (0.7% kw/kw& 2.5% j/j). Hoe dan ook flirt inflatie voor het derde kwartaal op rij met de bovengrens van de 2-3%-doelstelling van de centrale bank (RBNZ). De uitkomst is al iets hoger dan de RBNZ-inschatting begin april. Die veronderstelde toen 4.2% inflatie in het tweede kwartaal. In (de ondertussen achterhaalde) update van februari gaf de RBNZ al aan dat ze de beleidsrente mogelijk vanaf Q2 geleidelijk zou moeten verhogen. Een beleidsrente van 2.25% is hoe dan ook een soepel, stimulerend niveau voor een economie met een profiel zoals Nieuw-Zeeland. Een inflatie-opstoot komt altijd ongelegen maar de RBNZ heeft ondertussen ook nog af te rekenen met een kwakkelende groei (slechts 0.2% in kw1) en aarzelende arbeidsmarkt (werkloosheidsgraad 5.4% in kw4, hoogste sinds 2015). De markt trok alvast haar conclusie. Ondanks de zwakke groei moet het reflatoir (of is het inflatoir?) beleid worden teruggeschroefd. Geldmarkten verdisconteren 75 bpn aan renteverhoging naar het jaareinde. Een eerste stap in mei wordt een dubbeltje op zijn kant. De reactiefunctie van de RBNZ blijft onzeker en als ze de rente toch verhoogt, is het vooral ‘van moeten’. Dat is een ambigu verhaal voor de munt. Ter illustratie, ook al staat het land misschien iets verder van de crisis in het Midden-Oosten, toch verloor de kiwi dollar sinds de start van de crisis lichtjes terrein tegen de euro.
Hier verschilt het beeld opnieuw met de Aussie dollar, nochtans traditioneel ook een risicogevoelige munt. De monetaire set-up bij de Aussies is echter anders. De Reserve Bank of Australia (RBA) verhoogde de rente zowel in februari als in april al met 25 bpn (tot 4.1%). Ook de RBA stuurt een te lage/stimulerende beleidsrente bij omdat de inflatie (al voor de Irancrisis) boven de 2-3%-doelstelling bleef en verder dreigt op te lopen. Groot verschil was/is dat de RBA de rente verhoogt in een context waar de binnenlandse economie ook al tegen haar capaciteitsgrenzen aanbotst. Het conflict in het Midden-Oosten is uiteraard geen goed nieuws voor de Australische groei. In de mate echter dat de verhoging daar gepaard gaat met een sterke(re) interne basis, eerder dan enkel omwille van een negatieve externe schok, behoudt de Aussie dollar mogelijk nog wel even een relatief voordeel ten opzichte van zijn kiwi-buur.
AUD/USD (R) & NZD/USD (Gr): Aussie dollar rijdt kiwi uit het wiel.