Fed-voorzitter Warsh meteen in lastig parket
Sinds 22 mei is Kevin Warsh de nieuwe voorzitter van de Amerikaanse centrale bank. Voor een instituut dat staat of valt met haar onafhankelijkheid was het opvallend dat de inhuldiging voor het eerst in bijna 40 jaar plaats vond in het Witte Huis. Zeker na de vechtscheiding met Jerome Powell, Warsh’s voorganger en nu Fed-bestuurslid. President Trump orakelde tijdens de receptie dat rentes zeer snel zullen dalen nu de rotte appel uit de mand is. We hebben onze twijfels.
We beginnen met de aanloop. Het gedachtegoed van Warsh uit een vorige termijn als Fed-bestuurder en latere omzwervingen in de academische en bedrijfswereld klonk ongetwijfeld als muziek in de oren van Trump. Enerzijds is Warsh een groot criticaster van het inzetten van de balans van de centrale bank. Als koele minnaar van het gulle monetaire liquiditeitsbeleid wil hij een terugkeer naar een slankere balans en een beperktere intermediërende rol in het globale financiële systeem. Een nauwere samenwerking met de Amerikaanse schatkist, geschraagd door een geüpdatet werkingskader, begeleidt die transitie. Amerikaans minister van Financiën Bessent is alvast fan. In de ideale wereld van de nieuwe voorzitter speelt het rentebeleid opnieuw de eerste viool. In theorie legt een minder gul liquiditeitsbeleid de basis voor een relatief gezien soepeler rentebeleid.
De praktijk suggereert dat Warsh zijn innovatieve ideeën voorlopig beter even opbergt. De geldkraan nu toedraaien is om problemen vragen. Lange Amerikaanse rentes bevonden zich twee weken geleden nog nabij meerjarige toppen en de overheid kijkt aan tegen begrotingstekorten in de grootorde van 8% van het BBP. Wat het rentebeleid betreft, kijkt de Amerikaanse geldmarkt steeds meer in de richting van een renteverhoging als volgende zet. Ze schat de kans op actie voor jaareinde in op 65% en verdisconteert een verhoging volledig tegen maart volgend jaar. Het korte eind van de Amerikaanse rentecurve handhaaft zich nu boven 4%. Om te beginnen schuift de retoriek van vele Fed-leden op. Dat bleek ook uit notulen van de vorige Fed-vergadering. Een groot aantal leden wou een meer evenwichtige toon in de beleidsverklaring die niet langer insinueert dat de volgende actie van de centrale bank een renteverlaging is. Het gaat om een zeer subtiele bias die een leek niet uit het statement zou halen. Meer bepaald een verwijzing naar de timing en hoeveelheid aan extra aanpassingen (aan de beleidsrente) die nog nodig zijn. Omdat de vorige Fed-acties bestonden uit renteverlagingen suggereert die passage dat de centrale bank nog steeds in die richting kijkt. Onterecht, aldus een groeiende cohorte binnen de centrale bank. De economische data geven ruggensteun. De Fed’s geliefkoosde inflatiemaatstaven stegen in april verder door: van 3.5% j/j tot 3.8% voor het algemene cijfer (hoogste sinds mei 2023) en van 3.2% tot 3.3% voor onderliggende kerninflatie (hoogste sinds november 2023). Groei- en arbeidsmarktcijfers blijven degelijk tot sterk. Het ISM-vertrouwen in de exportgerichte maakindustrie (gisteren gepubliceerd) stoomde in mei onverwacht door van 52.7 tot 54, het hoogste niveau sinds mei 2022. Details toonden onder meer sterkere productie, een stijgend aantal binnen- en buitenlandse bestellingen en minder afdankingen. Tegelijk blijven productiekosten snel toenemen en staan toevoerkettingen onder druk.
Amerikaanse 2j-rente handhaaft zich boven 4% in afwachting van Fed-bocht