Hongarije trekt naar de stembus
De Hongaarse parlementaire verkiezingen zijn vermoedelijk de belangrijkste van de afgelopen twee decennia. Na de geïsoleerde vier jaar rond de millenniumwissel, zwaaien premier Viktor Orban en zijn rechtsleunende partij Fidesz al sinds 2010 ononderbroken de plak. Tijdens die lange regeerperiode breidde Orban de macht in de Europese lidstaat systematisch uit. Dat gebeurde vaker wel dan niet ten nadele van de rechtstaat en de Europese waarden en normen, oordeelt de Europese Commissie al lang. Hongarije en de EU liggen dikwijls op ramkoers in thema’s gaande van rechterlijke onafhankelijkheid over inclusiviteit en migratie tot militair en financiële steun voor Oekraïne. De al jaren aanslepende ruzies hebben belangrijke financiële gevolgen. De Commissie houdt momenteel zo’n €20 miljard achter slot en grendel. Een smak geld, uit onder meer de Europese cohesie- en pandemiefondsen, dat ruwweg overeenkomt met 10% van het Hongaars bbp.
Volgens de peilingen komt zondag op spectaculaire wijze een einde aan Orban’s uitgebreid verblijf in de hoogste politieke regionen. Zijn uitdager is Peter Magyar, zelf een voormalig lid van Fidesz. Hij verliet de partij in 2024 voor Tisza. Die partij kent haar oorsprong in 2020 maar daarmee was alles ook gezegd. Toen de populaire Magyar als voorzitter aantrad werkte Tisza 2.0 zich in sneltempo op tot dé uitdager van Orban & Fidesz. De partij scoorde onmiddellijk goed in de polls. Het haalde eind 2024 Fidesz in en liet die voorsprong niet meer los. Het tegendeel is waar: volgens de meest recente bevragingen zou Tisza zondag een tweederdemeerderheid scoren.
De Hongaarse financiële markten zien het graag gebeuren. Magyar is Europees gezind en kan met een stevig verkiezingsmandaat breken met het anti-discours van Orban. De geblokkeerde €20 miljard wordt dan plots bereikbaarder dan ooit. Het vooruitzicht op die vlottere Europese samenwerking en een in het algemeen meer orthodox beleid legt Hongaarse activa geen windeieren. Risicopremies smelten weg. Dat vertaalde zich de laatste maanden in dalende langetermijnrentes en een appreciërende munt. De oorlog in het Midden-Oosten slaat de optimistische investeerder niet uit zijn lood, zelfs al is Hongarije sterk energie-afhankelijk. Rentes op langetermijn overheidsobligaties kalmeerden relatief snel - zelfs nog vóór het staakt-het-vuren - en noteren vandaag op een tiental basispunten na aan de niveaus van net voor het conflict. De Hongaarse forint toont zich ontzettend weerbaar. Een maandenlange versteviging bracht EUR/HUF eind februari richting het zwakste (sterkste voor de HUF) peil sinds begin 2024, in de buurt van 375. De geopolitiek veroorzaakte vervolgens opschudding met uitschieters tot EUR/HUF 400. Maar daar is vandaag (377) nog amper sprake van.
Het vertrouwen van de markt in de uitslag dit weekend is kennelijk groot. Ze positioneerde zich voor een afgetekende Tisza-overwinning. Dat creëert asymmetrische risico’s die in het nadeel van de forint en de rente kunnen spelen. De peilingen die Tisza’s monsterscore suggereren worden dikwijls afgenomen door onderzoeksbureaus van dezelfde politieke strekking. Er zijn er minstens evenveel die Orban’s Fidesz de leiding geven. Neem ze met de nodige korrels zout. De “nipte” peilingen van 2022 die Fidesz uiteindelijk bijna 70% (!) van de zitjes opleverden strekken tot voorbeeld. Waarnemers zeggen voorts dat de electorale wijzigingen van de afgelopen 15 jaar de zittende regeringspartij bevoordelen maar dat dit niet altijd (correct) weerspiegeld wordt. Een andere cruciale factor is de opkomst. De al maandenlang gemediatiseerde voorsprong van Tisza leidde misschien tot zelfgenoegzaamheid bij de Magyar-adepten maar vuurt de Orban-fanbase mogelijks net aan.
EUR/HUF (wekelijkse grafiek): asymmetrische risico’s voor de forint