IEA heeft gegokt, en verloren
Door de razendsnelle ontwikkelingen in en rond de oorlog in het Midden Oosten vervalt deze katern in bijna-liveverslaggeving. Het is niet anders. Vandaag kunnen we niet rond de beslissing van het Internationaal Energie-Agentschap (IEA) gisteren. En dan vooral de reactie van de markt daarop. Het was zonder overdrijven de slechtst denkbare.
Het IEA is de club van (grote) olieconsumerende landen en ontstond in een reactie op de oliecrisis van 1973-1974. De voornaamste Arabische producenten introduceerden een exportverbod aan landen die Israël steunden tijdens de Yom Kippur oorlog. De aanbodimplosie resulteerde in een verviervoudiging van de olieprijs. De kerntaak van het IEA was toen en is vandaag nog steeds het verzekeren van een constante aanvoer van het zwarte vloeibare goud. Dat doet ze door haar leden een voorraadverplichting op te leggen waarmee ze minimaal 90 dagen kunnen overbruggen. Die zogenaamde strategische reserve bedraagt vandaag zo’n 1800 miljoen vaten.
Anno 2026 leidt een volgens het IEA meest ernstig verstoord olieaanbod ooit opnieuw tot stevige prijsstijgingen. Wereldleiders worden nerveus. Het IEA grijpt in en draagt haar 32 leden op om in totaal 400 miljoen vaten op de markt te brengen. Het is nog maar de zesde en tegelijk de grootste gecoördineerde actie ooit. Tijdens de energiecrisis van 2022 rolden 182 miljoen vaten uit stock. Volgens het IEA bedraagt de verloren output via de Straat van Hormuz zo’n 20 miljoen vaten. Met de vrijgave verzekert het zich dus van 20 dagen. In die berekening voldoen de 1800 miljoen aan totale reserves aan de “statutair verplichte” 90 dagen zelfvoorziening.
Het klinkt indrukwekkend, misschien zelfs geruststellend. Toch ziet de markt dat niet zo. De olieprijs sloot gisteren bijna 5% hoger tot boven $91 per vat. Van de ontspanning die Amerikaans president Trump daags voordien bracht – the war is very complete – blijft nog weinig over. Daar zijn een aantal redenen voor. Logistiek is daar een van. De beslissing van gisteren verandert niets aan het huidige, nijpende tekort. Het zal nog dagen, weken misschien maanden duren vooraleer uit de extra vaten getapt kan worden. Daarnaast snapt de markt dat het een ongelijke strijd is. De IEA koos met 400 miljoen vaten voor het evenwicht tussen een duidelijk signaal zonder de bestaande voorraad er meteen door te blazen. Wat op is, is op. Het is die spreidstand tussen een eindige voorraad versus disruptie voor onbepaalde duur waar de markt op focust.
De prijsstijging gaat vandaag trouwens onverminderd door. Naast een vat ruwe Brent prijkten vanmorgen zelfs even weer drie cijfers. Het is het gevolg van wat misschien een onderbelicht risico is. Alle antennes zijn momenteel gericht op de Straat van Hormuz. Maar wat als het conflict escaleert in de ruimere regio? Oman evacueerde vanmorgen uit voorzorg de schepen die bij haar belangrijkste terminal voor olie-export aangemeerd lagen na een Iraanse drone-aanval. Nochtans ligt die Mina al Fahal haven al voorbij de Straat van Hormuz. Of in een voorlopig hypothetisch geval: wat als de Houthi’s in Jemen de nog altijd niet genormaliseerde doorvaart op de Rode Zee opnieuw onder vuur neemt, uit sympathie met Iran? Zo’n regionale uitbreiding van de Golfcrisis kan veel langer durende gevolgen voor de wereldwijde toevoer, en niet alleen van olie, zelfs als de Amerikaans-Israëlische operatie binnenkort eindigt (“maar niet deze week”).
Brent: grootste vrijgave uit IEA-voorraden ooit tempert de bezorgdheden niet