Norges Bank heeft nog werk voor de boeg
Inflatie, inflatie en nog eens inflatie. In het ene land maalt de statistische molen al iets sneller dan in het andere, maar de inflatiecijfers rollen dezer dagen over de schermen. Toegeven, in een aantal landen viel die inflatie in mei nog relatief mee, al was dit niet zelden resultaat van overheidsmaatrelen of andere gunstige technische factoren. Meestal dringt zich toch de vraag op hoe snel en fors centrale banken de rente zullen moeten verhogen om inflatie niet opnieuw te laten ontsporen en hun geloofwaardigheid te behouden, ook al zet dat soms een al tanende groei verder onder druk. In dit verband wordt straks met meer dan gemiddelde aandacht uitgekeken naar de Amerikaanse inflatiecijfers. Met een verwachte versnelling boven 4% loopt inflatie er steeds verder weg van de 2% Fed-inflatiedoelstelling. Samen met recent degelijke activiteitsdata concluderen markten dat de Fed de rente zal optrekken, ook al was dat absoluut niet de bedoeling van president Trump toen hij zijn ‘poulain’ Kevin Warsh aanstelde als voorzitter. Een verstrakking van de monetaire condities in de VS sijpelt meestal wereldwijd door en voert de druk op andere centrale banken op.
Een centrale bank die de Fed en andere centrale banken niet nodig had en al snel zelf het geweer van schouder veranderde, was de Norges Bank. Ze startte een aarzelende versoepeling vorig jaar (van 4.5% tot 4%) maar zag in maart de bui al hangen. Zelfs vóór de inflatoire gevolgen van het conflict in het Midden-Oosten echt duidelijk werden, gaf de NB toen al toe dat een beleidsrente van 4% niet zou volstaan om inflatie terug te brengen tot 2%. Bijkomende verzwarende factor: inflatie kwam na de opstoot in 2022 hoe dan ook niet meer in de buurt van de doelstelling. Een kwestie van geloofwaardigheid dus. Begin mei volgde het onvermijdelijke: de NB verhoogde de beleidsrente met 25 bpn tot 4.25%. Vanmorgen kwam er een nieuwe reality check met de inflatiecijfers voor mei. De algemene inflatie klokte af op 3.1% j/j; kort bij de verwachting. De Noorse regering nam eind maart wel maatregelen om de impact van hogere energieprijzen te temperen. De ‘voorkeurmaatstaf’ van de NB (CPI-ATE, ex. belastingen en energie) versnelde wel tot 3.4% j/j (van 3.2%), iets hoger dan verwacht.
De NB gaf in maart en mei aan dat ze de rente (eind) dit jaar mogelijk zou verhogen richting 4.5%. De data vandaag vergroten die kans alleen maar. Of dit al volgende week (18 juni) moet gebeuren is onzeker. De beleidsrente bevindt zich al boven het neutrale niveau. De NB beschikt volgende week wel over nieuwe vooruitzichten. De markt verdisconteert een volgende stap tegen september, maar de kans op ‘frontloading’ groeit.
De kroon heeft er sinds eind vorig jaar een sterke rit opzitten en versterkte van EUR/NOK 12 tot 10.74 vorige maand. Dat was deels ingegeven door aantrekkende renteverwachtingen maar ook door een hogere olieprijs. Het tanend momentum van olie de voorbije weken temperde het NOK-momentum. Toch blijft het restrictief NB-beleid een steun voor de kroon. In tegenstelling tot sommige andere landen die de rente ‘moeten verhogen’ ondanks een zwakke binnenlandse economie, bevindt de Noorse economie/binnenlandse vraag zich waarschijnlijk in een iets betere positie om de verstrakking te verteren.
EUR/NOK: kroon heeft sterke rit achter de rug.