Pond houdt opvallend goed stand
Het ging er gisteren heftig aan toe op alle deelmarkten. Toch was het markverhaal uiterst simpel: volg de olieprijs. Een olieprijs van bijna $120 p/vat zorgde voor ‘stagflatiepaniek’: de hoogst ongunstige combinatie van een aanbod-gedreven inflatieschok die zich zo goed als zeker vertaalt in lagere groei. Naast lagere beurzen zorgde dat voor een forse opsprong van risicopremies op de rentemarkten. Vooral korte rentes gingen door het dak omdat centrale banken mogelijk, tegen wil en dank, moeten optreden tegen tweede-ronde inflatie-effecten. De VS (+/- energieonafhankelijk) wordt hier als minder kwetsbaar gezien vergeleken met bijvoorbeeld Europa of het VK. De EMU 2-j swaprente veerde gisteren even 20 bpn op. In het VK was dat zelfs 30 bpn! Aan het eind van de dag werd de beweging in belangrijke mate ongedaan gemaakt door een terugval van de olieprijs. Normaal zijn munten van kleinere economieën met een vlottende wisselkoers in deze risk-off context kwetsbaar. Het pond toonde zich deze keer wel combattief. Verlies tegen de dollar bleef beperkt. EUR/GBP zakt vorige week zelfs van even boven 0.875 tot nu 0.865. Terecht?
Het pond kende een wispelturige start van 2026. Na een periode van (deugddoende) windstilte na de begrotingsopmaak in november, kreeg de Britse munt opnieuw tegenwind begin februari. Twijfel over het lot van premier Starmer zaaide vrees voor nieuwe fiscale onzekerheid en gaven samen met een onverwacht softe BoE (renteknip nipt vermeden begin februari) het pond een tik. De markt zette in op een rentevermindering in maart en een volgende stap later dit jaar. Fast forward. Gisteren verdampte die hoop op versoepeling volledig. De markt hield er zelfs even rekening mee dat de volgende BoE-stap een renteverhoging kon zijn. EMU-rentes kenden een gelijkaardige herpositionering. Speculatie op een fine-tuning renteverlaging omwille van (tijdelijk) sub-2% inflatie ruilde voor een scenario met een renteverhoging, mogelijk ergens deze zomer. Per saldo genoot het pond wel van relatief meer rentebuffer. Die rente en -verschillen zijn in de huidige context in belangrijke mate risicopremies, en dus niet per definitie positief voor de munt. Toch deed het pond het relatief goed. De rentesteun kocht blijkbaar tijd.
De impact van de oorlog in het Midden-Oosten op zowel inflatie en groei als de reactiefunctie van markten blijft hoogst onzeker. Voorlopig ligt de focus op inflatie. Daar zitten landen/regio’s zoals Europa en het VK in hetzelfde schuitje. Vraag is hoe de markt reageert als de aandacht verschuift naar groei en de impact op de begroting. Ook dat beeld loopt min of meer gelijk. Toch wordt de EMU hier mogelijk iets meer gespaard nu de fiscale-militaire vraagondersteuning in Duitsland zich volop op gang trekt. Bij de begrotingsopmaak in het najaar bleek alvast dat de markt, terecht of ten onrechte, het VK minder fiscale ademruimte geeft dan de grotere eurozone. Met deze gevoeligheid in het achterhoofd en er vanuit gaande dat het pond vanaf de huidige niveaus mogelijk eerder rentesteun kan verliezen dan winnen, zijn we sceptisch over het resterend/blijvend opwaarts potentieel van de Britse munt (tegen de euro). De zone EUR/GBP 0.86 is alvast een belangrijke steun (weerstand voor het pond).
EUR/GBP: rentebuffer koopt tijd voor pond, maar voor hoelang…?.