RBA verliest geduld met inflatie
Het geduld van de Australische centrale bank met inflatie geraakt op. Voorzitster Michele Bullock maakte van de jaarlijkse Australian Financial Review bijeenkomst – het Australische Davos, zeg maar – gebruik om even te zeggen waar het op staat in de aanloop naar de beleidsvergadering van maart.
De Australische centrale bank (RBA) heeft net zoals de Fed een dubbele doelstelling: prijsstabiliteit onder de vorm van 2-3% inflatie en maximale tewerkstelling. Volgens Bullock was de strategie van de RBA tot dusver om te hoge inflatie binnen een redelijke termijn te herleiden richting doelstelling zonder dat het de arbeidsmarkt destabiliseert. Die “redelijke termijn” nadert haar houdbaarheidsdatum. De meest gevolgde maatstaven van onderliggende inflatie bleven in de na-pandemische periode op twee kwartalen in 2025 na structureel boven 3%. De meest recente cijfers voor het vierde kwartaal van vorig jaar kwam uit tussen 3.2% en 3.4%. De eerste maandpublicatie van 2026 voorspelt weinig goeds: 3.8% op overkoepelend niveau, 3.4% onderliggend. Het was met dit in het achterhoofd dat Bullock haar punt maakte.
De historiek van die maandinflatiecijfers is beperkt. De introductie dateert van oktober 2022 om eind vorig jaar te sneuvelen voor een maandelijkse indicator die beter aansluit bij de tot op vandaag toonaangevende maar met vertraging uitgegeven kwartaalpublicaties. De eerstvolgende, voor het eerste kwartaal van dit jaar, is bijvoorbeeld pas beschikbaar op 29 april. Op termijn wordt de korter op de bal spelende maandindicator de norm. Het is een noodzaak in de sterk veranderde wereld waarin (aanbod)schokken frequenter voorkomen. Dat hoeft ondertussen nog weinig betoog. Maar omwille van de gevestigde waarden die ze zijn, ligt de focus van de markt en analisten nog te veel op die kwartaalinflatiecijfers, vindt Bullock. Ze maakte duidelijk dat ze beleid even goed kunnen en zullen voeren o.b.v. de meer tijdige prijsindicatoren. Daarmee verheft Bullock zowat elke beleidsvergadering van het jaar als één waarop ze aan het monetair beleid kan sleutelen. Ze verwees specifiek naar maart, uiteraard zonder zich uit te spreken over de uitkomst.
Zo’n rug-aan-rugrenteverhoging, na die van januari, behoorde voor de markt tot dan amper tot de mogelijkheden. Australische rentes klommen meer dan 15 bpn hoger aan het korte eind van de curve, mee ondersteund door de globale trend waarin markten de gevolgen van de energieprijsstijging voor centrale banken ontwaren. Voor Bullock is het Iraanse conflict een kritiek punt. In een context van structureel (te) lage inflatie, kijkt de centrale bank normaliter door zo’n aanbodschok. Vandaag is de situatie anders en is de RBA op haar hoede voor oplopende inflatieverwachtingen die zo’n olieschok kunnen veroorzaken. Het Australische scenario biedt wat dat betreft een uitstekende template voor zowat alle andere geavanceerde economieën, de ECB incluis.
Het scenario van een renteverhoging op 17 maart delft met een 20% kans nog steeds het onderspit tegenover mei. Dat vinden we een onderschatting en strookt naar ons gevoel niet met de boodschap van Bullock. De meer dan degelijke vierdekwartaalgroeicijfers (gezuiverd voor de positieve impact van voorraden) van deze ochtend gecombineerd met de sterke arbeidsmarkt leggen de centrale bank in principe niets in de weg. De beslissende factor is mogelijks de consumentenenquête rond inflatieverwachtingen (12 maart). Die zijn met dik 5% nu al het hoogste in 13 jaar, de hoge inflatieperiode na Covid buiten beschouwing gelaten.
Australische driejarige swaprente laat enkel de piek van de vorige opgaande rentecyclus nog voor