Lagarde laat zich niet vastpinnen
Voor sommige delen van de financiële markten behoort het Iraanse conflict al tot de verleden tijd. Het staakt-het-vuren van vorige week luidde de grote kentering in, in het bijzonder voor de Amerikaanse beurzen. De S&P500 en de Nasdaq noteren dankzij het spurtje van de afgelopen twee dagen weer aan de niveaus van vóór de oorlog. Beide richten het vizier nu op de records van enkele maanden terug. Op de wisselmarkt gaf de dollar nagenoeg alle winst van de voorbije weken terug. EUR/USD flirtte gisteren met 1.18 en evenaart daarmee de niveaus van begin maart. Ook het pond kapitaliseerde op de USD-zwakte. GBP/USD handelde gisteren even aan de sterkste niveaus sinds midden februari.
De geopolitieke schok zindert wel nog na op andere segmenten. Vrees voor een langere periode van een ontwrichte oliestroom vanuit het Midden-Oosten houdt de prijs van een vat Brent tussen $90 en $100. Lager dan vóór het staakt-het-vuren (tussen $100 en $120) maar beduidend boven de $60-$70 van de maanden in de aanloop naar de eerste Amerikaans-Israëlische luchtaanvallen. Dat is de context waarin ECB-voorzitster Lagarde gisteren duiding gaf over de reactiefunctie van de centrale bank. Ze deed dat tijdens een interview in de marge van de jaarlijkse bijeenkomst georganiseerd door haar voormalige werkgever het IMF en de Wereldbank.
De ECB ontblootte in maart drie scenario’s. In het basisscenario - dat gestoeld is op de toen heersende marktverwachting van 1 à 2 renteverhogingen - versnelt inflatie richting 2.6%. Dat wordt 3.5% en 4.4% in resp. het ongunstige en het ernstige scenario, met een verschillende beleidsrespons gaande van een snelle en beperkte bijsturing tot een krachtig optreden. Welke het wordt hangt af van de intensiteit, duur en de mate waarin de energieschok insijpelt. Volgens de Française laveert de Europese economie momenteel ergens tussen het basis- en ongunstige scenario. Dat komt door de (verwachte) olieprijs, die exact hetzelfde doet. Brent noteert onder de “ongunstige” prijsniveaus maar keert zoals het er nu naar uitziet de komende jaren niet meer terug naar het basisscenario. Dan volgde de logische vraag: of dit betekent dat de ECB dan neigt naar renteverhogingen, al dan niet op (erg) korte termijn? Dat doet het niet. Evenmin kijkt Frankfurt door deze aanbodschok, dat zou een grove fout zijn, zei Lagarde.
Het komt er eigenlijk op neer dat de heren en dames bij de ECB het op dit moment nog niet weten. Er is meer input voor nodig. Die komt er in de aanloop naar de volgende beleidsvergadering (30 april) onder de vorm van de maandelijkse loonindicator, de PMI-bedrijfsvertrouwensindicatoren en de consumentenpeiling rond inflatieverwachtingen. Volgens Lagarde is de ECB een beweeglijke instelling die snel kan inspelen op de omstandigheden. Dat zal moeten, want op beslissingsdag zelf rollen de eerstekwartaal groei- en de aprilinflatiecijfers nog binnen. Zullen die Frankfurt ter elfder ure tot actie nopen? Zeker nu het staakt-het-vuren, hoe fragiel ook, de scherpste randjes van de energiecrisis afvijlde, is de Europese geldmarkt minder overtuigd dan tijdens de meest acute fase van het conflict. Ze dicht het nog een kans van 1 op 4 toe. Ze houdt wel vast aan een eerste renteverhoging in juni met vervolgactie later op het jaar.
ECB-renteverwachtingen van de markt vlak voor het conflict (oranje), tijdens de meest acute fase (blauw) en vandaag (zwart)