Droge cijfers van het IMF bezorgen natte wangen
Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) draait deze week overuren. Naast de co-organisatie van de Spring Meetings met de Wereldbank, rolden de afgelopen dagen diverse publicaties van de band. De nieuwe World Economic Outlook bijvoorbeeld, een kolos van ruwweg 250 pagina’s. Of het Global Financial Stability Report, in naar verhouding stripformaat met slechts 86 bladzijdes.
En gisteren nog trakteerde het IMF op 100 pagina’s Fiscal Monitor. De conclusies vielen tussen de plooien van de geopolitiek. Geheel onterecht. Het zijn droge cijfers, maar ze bezorgen natte wangen. Het IMF windt er geen doekjes om. De staat van de overheidsfinanciën verbeterden vorig jaar nauwelijks. Het instituut houdt het hart vast voor 2026. Amper drie maand in het nieuwe jaar stelt de grootste energieschok ooit beleidsmakers voor een dilemma: de bevolking of de begroting af- dan wel beschermen.
De mondiale schuldgraad klom vorig jaar tot bijna 94% van het bbp. Zonder ingrijpen wordt dat in 2029 zelfs 100%, niveaus laatst gezien in de naweeën van WO II. Het is het resultaat van structureel hogere rentes - een visie die we al langer delen - en een onhoudbaar expansief begrotingsbeleid. Het IMF stelt vast hoe keuzes in sommige van de grootste economieën leidden tot permanent hogere uitgaven en/of verminderde inkomsten. Sociale noden (vergrijzing), defensie of strategische autonomie (kritieke infrastructuur), u noemt het maar. De Verenigde Staten boekten de afgelopen jaren aanzienlijke tekorten van gemiddeld 6%. Gelijkaardige niveaus zien we enkel in periodes van (langdurige) oorlog en recessies, niét wanneer de economie op quasi-maximaal toerental draait. Het IMF verwacht de Amerikaanse schuldgraad op 142% tegen 2031 tov 124% vorig jaar. Ze zegt dat de enorme schaal waarop de schatkist zich moet financieren op de aantrekkelijkheid van Amerikaans staatspapier weegt. Lang geprezen om hun stabiliteit, veiligheid en liquiditeit, waarschuwt het IMF voor plotse prijs- en renteschommelingen, vooral nu de schatkist steeds meer teert op kortetermijn schuld én veel minder honkvaste kopers (bv. hefboomfondsen). Wanneer Amerikaanse rentes als gevolg daarvan stijgen, zal de rest van de wereld dat ook voelen.
Het IMF voorspelt voor China een gelijkaardige situatie met tekorten van 8% en een schuldgraad van 127% in 2031. Japan kent een kunstmatige verbetering van de schuldgraad dankzij inflatie. Maar het bijzonder hoge startpunt (200%+), rentes op historische niveaus en de onderliggende, structurele begrotingsdynamiek halen de realiteit uiteindelijk in.
In de Europese Unie is er een groeiend spanningsveld tussen de (3%)-begrotingsregels enerzijds en het immer uitbreiende prioriteitenlijstje anderzijds. Daar wordt tegenwoordig een handig trucje voor gebruikt: de opschorting van die regels door de zogenaamde ontsnappingsclausule. In de nasleep van de pandemie en vervolgens de energiecrisis van 2022 waren de handen Europese lidstaten volledig vrij. Tekorten bereikten astronomische niveaus. En het blijkt politiek uiterst moeilijk om van die reflex af te raken. Zelfs een rentestijging van 400 basispunten volstaat niet. België dient helaas als voorbeeld. Ons land boekte vorig jaar het grootste begrotingstekort in de eurozone: 5.1%, een stijging met 0.9ppt. We houden het mogelijks strenge oordeel van kredietbeoordelaar Moody’s (Aa3 met negatieve outlook) morgen in het oog. Het IMF verwacht weinig beterschap voor de muntunie met tekorten van minimaal 3% een verwachte schuldgraad op 90% over vijf jaar. Sinds vorig jaar laat de Europese Commissie toe om de enorme uitgaven voor defensie tot en met 2028 buiten de begroting te laten. Boekhoudkundige hocuspocus die hoe dan ook uitmondt in meer schuld. Bovendien gaan ze er in Washington van uit dat die bestedingen van structurele aard zijn, bovenop de groeiende uitgaven voor pensioenen, gezondheidszorg en de klimaatambities, zonder dat ze gebalanceerd worden langs de inkomstenzijde.
Hogere Europese tienjaarsrente (swap) verhindert spilzucht niet