MNB treedt na anderhalf jaar uit de schaduw
September 2024. De Hongaarse centrale bank (MNB) verlaagde een voorlopig laatste keer de beleidsrente van 6.75% tot 6.5%. Inflatie viel terug van een onwaarschijnlijke 25% (en meer) begin 2023 en bereikte een tijdelijk post-pandemisch dieptepunt pal op de 3%-doelstelling … in september 2024. De MNB voorspelde, correct, een heropflakkering van inflatie richting het jaareinde. Maar ze was te optimistisch in haar verwachtingen voor 2025. De 3%-doelstelling bleef buiten bereik, zelfs mét toepassing van de toegestane 1ppt afwijking. De beleidsrente van 6.5% werd de norm.
Februari 2026. Net geen anderhalf jaar later waagt de MNB zich nog eens aan een rentevermindering, tot 6.25%. De motivering laat zich al raden. Sinds oktober vorig jaar gaat het opnieuw de juiste kant uit met inflatie. Van 4%+ ging het afgelopen maand naar amper 2.1%. Dat is trager dan in de naweeën van de economisch verwoestende lockdowns. Het achtjarig diepterecord was bovendien beneden de doelstelling. Hetzelfde geldt voor de onderliggende maatstaf (2.7%). De MNB merkt op dat de aflatende prijsdruk breed gedragen is. De jaarlijkse prijsherziening door de dienstensector was de zwakste in jaren. Dat is ongetwijfeld een opluchting voor de centrale bank. De sector is al een hele tijd een van de voornaamste inflatiebronnen.
Boedapest verwacht dat inflatie de komende maanden beneden doelstelling zal blijven. De regering verlengde onlangs de prijsbeperkende maatregelen tot eind mei (want met verkiezingen de 12e, lag april er iets te vingerdik op). Bij het uitdoven ervan is een heropflakkering van inflatie onvermijdelijk, zowel vanuit bedrijfseconomisch (inhaalbeweging) als statistisch (basiseffecten) oogpunt. De gevolgen zullen voelbaar zijn tot 2027H1. Vandaar dat de centrale bank de blijvende terugkeer naar 3% pas in 2027H2 verwacht.
De gunstige prijsdynamiek gaat gepaard met stabiliteit op de financiële markten, zegt de MNB, waarmee ze eigenlijk op de Hongaarse munt alludeert. 2026 is tot dusver een boerenjaar voor de forint. Na de 6.5% versteviging t.o.v. de euro in 2025, loopt de voorlopige winst dit jaar verder op met 2%. Waar een zwakke munt in een niet zo ver verleden de MNB in een wurggreep hield, geeft HUF vandaag toestemming om de monetaire teugels een beetje te vieren. De centrale bank is wel zeer voorzichtig: het is niet het begin van een versoepelingscyclus, zegt topman Varga. En een positieve reële beleidsrente (gecorrigeerd voor inflatie) blijft het uitgangspunt. We verwachten nog minstens één bijkomende renteverlaging op korte termijn (maart).
De nieuwe, relatief orthodoxe aanpak van de MNB breekt met het verleden. Permanent of niet, dat moet blijken, maar het legt de forint allerminst windeieren. De sterke munt volledig toeschrijven aan de centrale bank zijn wel te veel pluimen op de hoed. De HUF-herrijzenis sinds begin 2025 valt bijna één op één samen met de sindsdien nieuwe leider in de peilingen voor de parlementsverkiezingen van 12 april. Voor de markt is het vooruitzicht van de pro-Europese Tisza aantrekkelijk: het brengt perspectief op de miljarden geblokkeerde fondsen en op lange termijn misschien zelfs … de euro. In een kersverse peiling van een vooraanstaand onderzoeksbureau vanmorgen bouwt Tisza zijn voorsprong uit tot 20 punten. De forint reageert met een versteviging richting EUR/HUF 376.4. De jaartop van 375.21 is in principe de laatste horde voor een terugkeer richting 367.6. Hoewel HUF in de aanloop naar de verkiezingen sterk kan blijven, is het genomen voorschot naar ons gevoel al stevig. De risico’s vanuit een marktperspectief beginnen stilaan te kantelen.
EUR/HUF: sterke peiling (Tisza) stuurt forint richting jaartoppen, niet de voorzichtige centrale bank