Vredesakkoord lonkt - en dan weer niet
“Classic Trump” of wederom een toevallige samenloop van omstandigheden, dat laten we in het midden. Vorige week speelde zich in ieder geval een script af dat bekend voor kwam: de president escaleert – verbaal weliswaar -- het conflict in het Midden-Oosten. Vervolgens duiken plots geruchten op over een nakend akkoord tussen de Verenigde Staten en Iran. Mogelijks werden de krabbels nog in het weekend of ten laatste gisteren gezet. Nieuws dat de Amerikaanse markten bij de opening na een verlengd weekend (Memorial Day) vandaag wel zouden appreciëren. Iran deelde het Amerikaans optimisme minder en temperde de verwachtingen.
Volgens de beperkte info die circuleert, gaat het om een tussentijds akkoord. Het staakt-het-vuren van begin april wordt met 30 of 60 dagen (afhankelijk van de bron) verlengd. In die tussenperiode heropent de Straat van Hormuz en tackelen de VS en Iran het nucleaire onderwerp. Dat is allesbehalve evident. Trump eist de overgave van de Iraanse voorraad maar dat botst op hevig verzet. Maar dat stond een stevige beursrally vorige week en gisteren niet in de weg. De Europese sterindex EuroStoxx50 noteert op een zucht van het record eind februari. De voornaamste Amerikaanse beurzen flirten met (S&P 500, Nasdaq) of stootten al door naar nieuwe toppen (Dow Jones). Obligatierentes kelderen doorheen de week, gedreven door de olieprijs die voor de eerste keer sinds 21 april beneden $100/vat postvatte. De Europese swapcurve sloot gisteren, op weekbasis, tussen 13 en 22 basispunten lager. In de VS ging tussen 6 en 17 bpn in rook op. Het referentiepunt telt. Vooral de rentes op lange looptijden stonden voor het gros van de maand mei onder stevige opwaartse druk. De Amerikaanse dertigjarige rente handelde exact een week geleden op het hoogste peil in net geen 20 jaar. Het is de Trump-administratie ongetwijfeld niet ontgaan. De Europese swapvariant verkende een 15-jarig record. 20 basispunten zijn tegen die achtergrond de term “correctie” amper waardig.
De situatie blijft ondertussen even volatiel als onvoorspelbaar. De Amerikaanse treffers op Iraanse schepen deze nacht zijn meteen een reality check voor het kersvers hernieuwd optimisme. In de strijd tussen Israël en de Hezbollah in Libanon zijn voorlopig geen tekenen van de-escalatie, wel integendeel. Nochtans is een einde van dat conflict een Iraanse eis voor eender welk (al dan niet tussentijds) akkoord. De overenthousiaste markt van de laatste dagen schakelt vandaag dan ook terecht een tandje lager.
En zo gaat het Iraans conflict bijna zijn vierde maand in. Voor de ECB in het bijzonder nadert het moment van de waarheid. In tegenstelling tot de markt, werkt de centrale bank niet met hoop als strategie. In een ideaal scenario kwam er na de maart-beleidsvergadering snel een stabiel en definitief – geen “tussentijds” – vredesakkoord, wat Frankfurt zou toelaten om de energieschok te negeren. De markt beschouwt dat scenario als achterhaald en dicht het scenario van een renteverhoging volgende maand een kans van 90% toe, mede aangemoedigd door de ECB-vergadering van april. ECB-commentaar van de afgelopen dagen spreken het ook niet tegen. Voorzitster Lagarde waarschuwde afgelopen weekend dat de inflatieprognoses van maart (2.6%-2%-2.1% in 2026-2027-2028) in juni opwaarts worden bijgesteld. Invloedrijk Duits bestuurslid Schnabel was vanmorgen directer. Voor haar is het niet langer een optie om door de schok te kijken, zelfs indien een akkoord toch nog uit de lucht komt vallen.
Europese tweejaarswaprente: proxy voor toekomstige ECB-beleidsrente blijft op verhoogd niveau ondanks marktoptimisme rond vredesakkoord