Tegenstrijdige signalen voor de Noorse kroon
Juni-inflatiecijfers zorgen voor meer verwarring
Sinds de start van het conflict in het Midden-Oosten, maar ook daarvoor was de olieprijs opnieuw een factor van belang voor de evolutie van de Noorse kroon (zie grafiek, blauw EUR/NOK rechts, rood inverse olieprijs links). De kroon was al in goede doen sinds begin dit jaar maar stak nog een tandje bij in maart-mei. Eind mei bevond de kroon zich op het sterkste niveau tegen de euro sinds begin 2023. De hogere olieprijs was hierbij zeker een factor van belang. Dat kinkt evident gezien het belang van olie en gas als inkomstenbron voor de Noorse economie, maar dat is niet per definitie zo. Een risk-off context en een sterkere dollar speelden in het verleden vaak in het nadeel van kleinere munten zoals de Noorse kroon. Het feit dat de dollar tijdens het Iranconflict niet in dezelfde dominante mate zijn rol als veilige haven waarnam, speelde hier in het voordeel voor de kroon.
Daarnaast is er uiteraard het beleid van de Norges Bank (NB). Zeker sinds de NB-beleidsvergadering van 25 maart was dat een bijkomende positieve factor voor de kroon. De NB gaf toen aan dat de inflatie al voor het conflict te hoog was, onder meer door aanhoudend sterke loonstijgingen, en dat ze het beleid zo goed als zeker zou moeten verstrakken. Met de bijkomende inflatoire druk van de hogere energie- en grondstoffenprijzen voegde de NB in mei de daad bij het woord en verhoogde de rente met 25 bpn tot 4.25%. In juni bleef de rente onveranderd op 4.25%, maar gaf de NB aan dat bijkomende actie nog steeds waarschijnlijk was als alles min of meer loopt zoals verwacht. In dat verband zorgen de inflatiecijfers voor juni die vrijdag werden bekend gemaakt voor ‘verwarring’. De inflatie daalde onverwacht met 0.2% op maandbasis. De jaarinflatie viel onverwacht terug van 3.1% tot 2.7%. Omwille van operationele problemen kon het Noors Statistisch Bureau geen onderliggende inflatiecijfers bekend maken en benadrukte het dat de gepubliceerde een eerste schatting zijn. Hoe dan ook schaafde de markt haar verwachting over een snelle bijkomende NB-renteverhoging bij. De markt ziet de kans op een bijkomende stap in augustus nu op < 50% (was +60% eerder vorige week). Zelfs september is niet volledig meer ingeprijsd. De markt houdt ondertussen geen rekening meer met een scenario van bijkomende verstrakking boven 4.5%. Mogelijk is het verhaal van bijkomende rentesteun voor de NOK hoe dan ook stilaan verdisconteerd.
Ondertussen profiteerde de NOK deze maand wel opnieuw lichtjes van uitbodeming van de olieprijs nu er twijfel ontstaat hoe snel de olietoevoer door de Straat van Hormuz zich kan herstellen. Toch zijn we niet helemaal overtuigd of deze trend zich op korte termijn zal verderzetten. Zeker als het opflakkerend conflict in het Midden-Oosten opnieuw iets forser weegt op het algemeen risicosentiment, bemoeilijkt dat mogelijk een verder herstel van de kroon. EUR/NOK testte vorige week de zone 11.10 (38% correctie op mei/juni herstel). Het 62.8% correctie-niveau bevindt zich op EUR/NOK 10.95. Voor een herstel beneden dat niveau is waarschijnlijk de een algemeen positief risicosentiment (blijvend lage volatiliteit) nodig. Vraag is of dat er op korte termijn in zit.
Grafiek EUR/NOK (blauw, rechts) en olie (inverse prijs, links).