Inflatie in Zwitserland blijft zeer laag.
Focus in het SNB-beleid blijft in eerste instantie op FX-interventies eerder dan op rentebeleid.Subtitel
Inflatie als ‘beleidsprobleem’ blijft in Zwitserland nog steeds van iets andere aard dan in de meeste andere (Europese) landen en dat heeft ook gevolgen voor het monetair beleid.
Eerst het ijkpunt. De Zwitserse centrale bank (SNB) definieert prijsstabiliteit als jaarinflatie binnen de grenzen van een 0%-2% band. In mei stegen de prijzen in het Alpenland met 0.2% m/m en 0.6% j/j (was 0.3% m/m en 0.6% j/j in april). De kerninflatie (ex. verse seizoensproducten, brandstoffen en energie) ‘steeg’ met 0.1% m/m en 0.3% j/j. Ter vergelijking de algemene inflatie in de EMU bedroeg in mei 3.2% en de kerninflatie 2.5%. Daar is de ECB het punt voorbij dat het zich kan permitteren om de zaken op zijn beloop te laten.
Voor de SNB is inflatie voorlopig niet echt een ‘issue’. Toegegeven, het is vanuit economisch oogpunt om ‘de verkeerde reden’ (een externe prijsschok is een verarming), maar de SNB is voorlopig even verlost van het spook van een negatieve inflatie. Dat dreigde begin dit jaar terug de kop op te steken. In een speech gisteren zei SNB-voorzitter Schlegel dan ook dat het inflatiebeeld op middellange termijn in essentie niet veranderde. De relatief sterke frank helpt nog altijd om de kost van ingevoerde producten te beperkten (prijzen voor ingevoerde producten daalden in mei zelfs 0.1% op maandbasis. De jaarstijging bleef beperkt tot 0.7%). In diezelfde speech gaf Schlegel toe dat het beleid nog steeds stimulerend is. In tegenstelling tot de EMU laat de lage Zwitserse inflatie de SNB natuurlijk wel toe de groei alsnog een beetje te stutten. De Q1 groei van 0.4% kw/kw (ex. sport evenementen, eerder deze week bekend gemaakt) leek op het eerst gezicht OK, maar werd vooral gedragen door overheidsconsumptie. De binnenlandse vraag (consumptie gezinnen 0%; investeringen -0.2%) was zwak. Ook de externe sector (export 0%, import -7.7%) kan een duwtje in de rug gebruiken. Geldmarkten zien een kans van iets meer dan 50% op een 25 bpn SNB-renteverhoging eind dit jaar (+/- volledig ingeprijsd voor maart). Tot nader bericht vinden we dat niet zo evident. De SNB heeft alvast meer dan wie ook de optie om de kat uit de boom te kijken.
De focus van het beleid (en de beleidscommunicatie) lag, zeker na de start van het conflict in het Midden-Oosten, dan ook op het wisselkoersbeleid. De sterke frank helpt dan wel om de (invoer)kosten te drukken, te veel druk op de export hoeft zeker ook niet. De SNB waarschuwt k dat ze meer dan gemiddeld bereid is en blijft om in de wisselmarkt te interveniëren als te frank te sterk wordt. Dat gebeurde zeer waarschijnlijk in maart, al moet de officiële bevestiging nog volgen via data die later deze maand bekend worden gemaakt. De markt pikte het signaal alvast wel op. De combinatie van een blijvend lage SNB-rente (en toenemend negatief renteverschil met de EMU) en een duidelijke dreiging van bijkomende interventies, temperde sinds maart de opwaartse druk op frank. Aan EUR/CHF 0.918 bevindt de frank zich opnieuw op iets ‘neutraler’ terrein. De zone 0.9266 is een eerste weerstand/steun voor de frank. Een breuk daarboven zou indicatie zijn dat de SNB haar slag op de FX-markt thuishaalde.
EUR/CHF: tactiek om de frank in te tomen werpt stilaan zijn vruchten af.