Amerikaanse reële rente gestaag hoger
Iets om in het oog te houden
Het segment van langlopende (Amerikaanse) obligaties heeft er een al bij al rustige en constructieve maand opzitten. De bewegingen waren ordelijk en uiteindelijk ontspanden de rentes op bijvoorbeeld 10- & 30-jarige Amerikaanse obligaties van de toppen eind mei/begin deze maand. De daling van de olieprijs naar aanleiding van een (verwacht) akkoord tussen de VS en Iran speelde hier zeker een rol. Een iets diepere kijk toont echter dat er onderliggend ‘tegengestelde krachten’ aan het werk zijn.
Op basis van de pricing van inflatie-gerelateerde obligaties en/of inflatieswaps, kan bijvoorbeeld de 10-j rente op overheidsobligaties uitgesplitst worden in een inflatiecomponent en een reële rentecomponent (nominale rente minus inflatievergoeding). Die uitsplitsing leert dat de inflatiecomponent sinds midden mei inderdaad aanzienlijk is gedaald. De markt verwacht/hoopt dat de opwaartse inflatiedruk (naar aanleiding van de aanbodschok omwille van het conflict in het Midden-Oosten of om andere redenen) geleidelijk afkoelt. Tegelijk maakte een trendmatige stijging van de reële rentecomponent (groene lijn in grafiek) die neerwaartse druk op de rente minstens deels ongedaan. Trendbewegingen in de reële rente verlopen geleidelijk en zijn meestal uiting van fundamentele onderliggende ontwikkelingen. Zo had de algemene opwaartse trend in de reële rentes (binnen en buiten de VS) de voorbije jaren zeker te maken met het feit dat centrale banken hun obligatieportefeuille (opgebouwd in het vorige decennium en opgedreven n.a.v. corona) nu afbouwen. Op sommige momenten (bv. vorig jaar) was de stijging van de Amerikaanse reële rente ook uiting van een hogere risicopremie op Amerikaanse activa als gevolg van het chaotische Trump-beleid. De voorbije dagen kreeg de Amerikaanse reële rente opnieuw een duwtje in de rug. Dat was minstens deels reactie op de nieuwe Fed-voorzitter Kevin Warsh. Hij gaf tijdens de persconferentie na de Fed-beleidsbeslissing van vorige week aan dat de Fed zich, gezien de sterke onderliggende economie, zal toeleggen op het terugdringen van inflatie die zich al vijf jaar boven de doelstelling bevindt. De markt reageerde met lagere inflatieverwachtingen maar ook een hogere reële rente. Interpretatie van de reële rente is altijd een moeilijk proces, maar in dit geval lijkt dit toch vooral een motie te zijn van zich herstellend vertrouwen zowel in de kracht van de Amerikaanse economie als in (de onafhankelijkheid van) het Fed-beleid. Het feit dat dit gepaard ging met een technische breuk hoger in de dollar ondersteunt deze analyse.
Een hogere reële (~ hogere risicovrije) rente in het land dat toch nog steeds in belangrijke mate als wereldwijd monetair ijkpunt fungeert, kan belangrijke gevolgen hebben voor de globale marktdynamiek. Zo maakt dit soort stijging van de dollar het dikwijls moeilijker voor kleinere, minder liquide munten of munten van landen met een minder strak monetair beleid (relatief lage reële rente, bv. Japan). Een hoge reële rente legt ook een hogere lat voor de evaluatie van andere activa. Zo wordt de alternatieve kost voor het aanhouden van renteloze activa zoals grondstoffen (inclusief bij voorbeeld goud) hoger. Voor alle activa geldt uiteraard dat prijsbeweging wordt bepaald door specifieke vraag-aanbod factoren. Toch is de ontwikkeling van de reële rente zeker een element dat we met meer dan gemiddelde aandacht in het oog houden.
10-j VS rente (geel): uitsplitsing inflatieverwachting (rood) en reële rentecomponent (groen).