Noorse kroon verstevigt beneden grens van EUR/NOK 11
Zowel olie als het monetair beleid geven een duwtje in de rug
In de hitparades van de best presterende (courante) munten dit jaar pakt de Noorse kroon een mooie podiumplaats, zowel met de euro (+8.3%) als de dollar (+8.1%) als referentiebasis. De kroon moet enkel de Braziliaanse real (+9.3% tegen euro, gesteund door een zeer hoge reële rente) laten voor gaan, maar geeft onder meer de Australische dollar het nakijken. De voorbije dagen doorbrak de kroon de bodem van de handelsband tussen ruwweg EUR/NOK 11 en EUR/NOK 12+ die de handel in de combinatie bepaalde sinds het eerste kwartaal van 2023 (zie grafiek). Een positief signaal voor de kroon.
Eerst een algemene vaststelling. ‘Normaal’ is een periode van marktvolatiliteit en risico-aversie ongunstig voor kleinere, minder liquide munten. In tijden van crisis willen investeerders snel (grote) posities kunnen bijsturen en dat is niet altijd mogelijk in kleinere munten, ook al hebben die soms sterke onderliggende fundamenten. De dollar en de diepe markt van Amerikaanse Treasuries verschaffen die handelingsvrijheid wel, een factor die het veilige haven karakter van de dollar versterkt(e). Ook in de zich ontwikkelende Irancrisis had de dollar op momenten van oplopende spanning meestal de overhand. De VS als netto energie-exporteur was hier zeker een bijkomend argument. Toch was de ‘run naar de dollar’ al bij al niet zo extreem. EUR/USD noteert bijvoorbeeld nog steeds kort bij het niveau van begin januari. Interpretatie van marktbeweging blijft moeilijk, maar het ziet er naar uit dat de onderliggende trend naar diversificatie en minder gewicht voor de dollar (dollar debasement trade) ook tijdens de crisis doorwerkte. Ondanks de lagere liquiditeit houden munten met sterke fundamenten en een gunstig olie-/energieprofiel, zoals de Aussie dollar en de Noorse kroon, nu wel goed stand tegen de greenback.
Toevallig (of niet) wijkt de monetaire cyclus Noorwegen (en ook Australië) wat af vergeleken met de meeste andere ontwikkelde economieën. De Reserve Bank of Australia (RBA) startte voor het uitbreken van de crisis al een opwaartse rentecyclus. De Norges Bank (NB) begon pas vorig jaar, veel later dan bijvoorbeeld de ECB, een schuchtere versoepelingcyclus (van 4.5% tot 4%). Omwille van de koppig hoge (onderliggende) inflatie (nog steeds 3% in februari - vóór de start van de crisis) bleven verdere renteverlagingen uit. De economie/krappe arbeidsmarkt had ook niet onmiddellijk lagere rentes nodig. Op de beleidsvergadering van maart hield de NB de rente nog steeds op 4%, maar gaf wel onmiddellijk aan dat de kans groot is dat ze op een van de volgende vergaderingen de rente al opnieuw zal (moeten) verhogen. Monetaire verstrakking omwille van aanhoudend te hoge inflatie is niet per se een steun voor de munt, maar het uitgesproken signaal van de NB was een illustratie van de relatief gunstige onderliggende economie. De NB heeft meer ruimte voor orthodoxe, anti-inflatoire daadkracht dan bijvoorbeeld de ECB of de Bank of England. Samen met een hoge/hogere olieprijs versterkt dat blijkbaar de aantrekkingskracht van de kroon als ‘diversificatie-alternatief’. De breuk beneden de technische zone van EUR/NOK 11 bevestigt alvast het heersend positief momentum voor de NOK. Verdere technische referentiepunten bevinden zich nabij EUR/NOK 10.83 (50% correctie stijging april 22/april 25) en 10.50 (62% retracement).
EUR/NOK: kroon versterkt beneden EUR/NOK 11, sterkste niveau sinds begin 2023.