Hongarije trekt naar de stembus
Historische overwinning voor Tisza lang niet zeker
Aanstaande zondag trekt de Hongaarse kiezer naar de stembus. De parlementaire verkiezingen zijn allicht de belangrijkste van de afgelopen twee decennia. Zittend premier Viktor Orban en zijn rechtsleunende partij Fidesz zwaaien al zo’n 16 jaar de plak. Tijdens die lange regeerperiode breidde Orban de macht in de Europese lidstaat systematisch uit. Dat gebeurde vaker wel dan niet ten nadele van de rechtstaat en de Europese waarden en normen, oordeelt de Europese Commissie al enige tijd. Hongarije en de EU lagen (liggen) dikwijls op ramkoers over thema’s zoals rechterlijke onafhankelijkheid, inclusiviteit, migratie en Oekraïne. Als gevolg daarvan blokkeert de Commissie tot op vandaag de Hongaarse toegang tot zo’n €20 miljard aan middelen (cohesiefonds, pandemiefonds …).
Volgens de peilingen komt zondag op spectaculaire wijze een einde aan Orban’s lange verblijf in de hoogste politieke regionen. Zijn uitdager is Peter Magyar, een voormalig Fidesz-lid die in 2024 de partij verliet uit onvrede. Hij richtte in de plaats Tisza op die onmiddellijk goed scoorde in de polls. Ongeveer eind 2024 haalde Tisza Fidesz in en liet die voorsprong sindsdien niet meer los. Meer zelfs: volgens de meest recente bevragingen zou Tisza zondag zelfs een tweederdemeerderheid scoren. De Hongaarse financiële markten zien het graag gebeuren. Magyar is Europees gezind en kan met een stevig verkiezingsmandaat breken met het anti-discours van Orban. De geblokkeerde €20 miljard wordt dan plots wél bereikbaar. Het vooruitzicht op die vlottere Europese samenwerking en een in het algemeen meer orthodox beleid sterkt de aantrekkelijkheid van Hongaarse activa. Risicopremies nemen af en dat vertaalt zich de laatste maanden in dalende langetermijnrentes en een sterkere munt. Sinds de oorlog in het Midden-Oosten volgde omwille van de sterk energie-afhankelijkheid van Hongarije wel een stevige bijsturing. De verwachte inflatieschok verhindert langetermijnrentes een terugkeer naar de niveaus van vóór het Iraans conflict. De forint daarentegen draaide die bladzijde al om: van EUR/HUF 375 eind februari (voor de oorlog) ging het eventjes naar net geen 400 om vandaag alweer nabij 377/78 te handelen.
Het marktvertrouwen in de uitslag dit weekend is dus groot. Zelf zijn we een pak voorzichtiger en zien we vooral asymmetrische risico’s in het nadeel van HUF. De peilingen die Tisza’s monsterscore suggereren zijn dikwijls van dezelfde politieke strekking. Er zijn er minstens evenveel die Orban’s Fidesz de leiding geven. Neem ze met andere woorden met de nodige korrels zout. Waarnemers zeggen voorts dat de electorale wijzigingen van de afgelopen 15 jaar de zittende regeringspartij bevoordelen maar dat dit niet altijd (correct) weerspiegeld wordt in de polls. Een andere cruciale factor is de opkomst. De al maandenlang gemediatiseerde voorsprong van Tisza leidde misschien tot zelfgenoegzaamheid bij de Magyar-adepten terwijl het de Orban-fanbase net aanvuurt.
EUR/HUF: weekgrafiek