Australische centrale bank met de rug tegen de (inflatie)muur
Aussie dollar bezig aan sterke rit
Vanmorgen publiceerde het Melbourne Instituut voor Toegepast Economisch Onderzoek haar maandelijkse indicator over de inflatieverwachtingen bij consumenten. Die zet de opmars van de voorbije maanden onverdroten verder en stijgt tot 5.2%. Vorig jaar februari schreven we nog 3.6%. Op zich misschien niet de meest in het oog springende publicatie, maar toch. Het is de laatste input voor de rentebeslissing van de Australische centrale bank (RBA) volgende week dinsdag (17 maart). Die bevindt zich in een specifieke, maar tegelijk uitdagende context. Ze ‘moest’ vorige maand de rente al een eerste keer verhogen van 3.6% tot 3.85%. Het was een signaal naar de markten dat ze niet zou toelaten dat inflatie opnieuw zou ontsporen. De verwachting/hoop toen was dat, na de eerste stap, voorzitster Bullock en haar beleidscomité tijd hadden gekocht (tot mei, hopelijk zelfs langer) om de kat uit de boom te kijken. Quod non. Een volgende stap ligt volgende week zeker opnieuw op tafel. De markt ziet een kans van meer dan 70% op een nieuwe verhoging. Inflatieverwachtingen van meer dan 5% zetten de case voor actie alleen maar kracht bij. In de huidige context waar hogere olieprijzen de inflatievrees wereldwijd voeden, heeft de RBA beslissing een hoog ‘kanarie-in-de-koolmijn’ gehalte.
Het economisch beeld in Australië is misschien niet helemaal te vergelijken met de VS, of zeker Europa. Het land staat iets meer buiten de directe turbulentie van de oorlog in het Midden-Oosten. Bovendien is het in grote mate zelfvoorzienend inzake energie (zeker gas en kolen). Daarbij geeft de RBA al enige tijd aan dat de economie, inclusief de arbeidsmarkt, tegen haar capaciteitsgrenzen aanbotst. In haar beleidsverklaring vorige maand gaf de bank zelf ook toe dat ze er niet van overtuigd was de beleidsrente restrictief is/was. 3.6% (voor de verhoging vorige maand) of 3.85% (nu) is hoe dan ook niet hoog voor een economie met het profiel zoals Australië. In een context van hoge capaciteitsbezetting dreigen hogere energieprijzen zich nog sneller te vertalen in de gevreesde tweede-ronde-effecten. Maandelijkse inflatiecijfers voor januari die ondertussen werden bekend gemaakt (0.4% M/M en 3.8% J/J) toonden alvast weinig teken van afkoeling. Zelfs zonder ‘energieschok’ zag de RBA in haar vooruitzichten vorige maand de inflatie nog steeds op respectievelijk 3.2% (kern) en 3.6% (algemeen) eind dit jaar om pas tegen midden 2028 terug te keer richting in midden van de 2-3% doelzone (2.6% projectie). De beslissing moet natuurlijk nog genomen worden. Hoe dan ook is het voor de RBA omwille van de sterke binnenlandse vraag relatief (veel) gemakkelijker dan bijvoorbeeld voor de ECB om het voorzichtigheidsprincipe inzake inflatie toe te passen en het beleid te verstrakken.
Het vooruitzicht op bijkomende rentesteun in een context van degelijke economische groei, samen met ruime beschikbaarheid van grondstoffen en energie, waren de voorbije maanden duidelijk troeven voor de Aussie dollar. Tot voor kort was de Australische munt zeer gevoelig voor algemene volatiliteit en negatief risicosentiment. Dat is nu veel minder het geval. De munt is te klein om een globale rol als vluchtmunt te spelen, maar is nu blijkbaar toch minstens een diversificatie voor wie twijfelt over de dollar als toevluchtsoord in onzekere tijden. Er was/is een kleine risk-off aarzeling sinds vorige week, maar de AUD/USD-combinatie houdt ondertussen wel stand boven de psychologische kaap van 0.70 (nu 0.712) en botst aan tegen de beste niveaus sinds midden 2022 (nota bene tegen een sterke dollar!!). De (door energie gekwetste) euro kan al helemaal niet volgen. EUR/AUD dook van niveaus boven 1.80 in oktober tot EUR/AUD 1.62 nu. Een breuk beneden 1.60 zou een bijkomend technisch signaal zijn.
EUR/AUD: Aussie dollar een ‘outperfomer’, zeker tegen een gekwetste euro