Waarom de Amerikaanse CPI- en PCE-inflatiecijfers uiteenlopen
In tegenstelling tot wat het in het verleden meestal het geval was, viel de Amerikaanse PCE-inflatie de afgelopen maanden hoger uit dan de CPI-inflatie. Dit gold in het bijzonder voor de kerninflatie. De divergentie wordt veroorzaakt door belangrijke verschillen tussen de PCE- en CPI-inflatie inzake weging van de componenten. Aangezien de CPI prijsveranderingen meet die rechtstreeks door consumenten worden betaald, hebben de prijzen van huisvesting en voertuigen in de CPI-inflatie een groter gewicht. In vergelijking met de CPI-inflatie is de PCE-inflatie breder en meet die prijsveranderingen van goederen en diensten die door consumenten worden geconsumeerd (hoewel niet noodzakelijkerwijs door hen betaald). Componenten zoals medische zorg, financiële diensten en software hebben dus een hoger gewicht. Vooral bij deze laatste zijn de prijzen de afgelopen maanden sterk gestegen. Vooruitkijkend zouden de kerninflatie van de CPI en de PCE nog verder uit elkaar kunnen lopen, aangezien de huurinflatie naar verwachting zal afnemen, terwijl de softwareprijzen verder zouden kunnen stijgen.
Hoe hoog is de inflatie in de VS? Het antwoord op deze vraag hangt af van wie je het vraagt. Consumenten en marktdeelnemers verwijzen doorgaans naar de CPI-inflatiecijfers. Deze inflatiemaatstaf wordt gebruikt voor inflatiegerelateerde contracten en voor aanpassingen aan de kosten van levensonderhoud, onder meer voor de herberekening van lonen en socialezekerheidsuitkeringen. Beleidsmakers, en met name de Federal Reserve, kijken daarentegen eerder naar de PCE-inflatie. Om aan een deel van haar dubbele mandaat, namelijk dat inzake prijsstabiliteit, te voldoen, streeft de Fed ernaar dat de PCE-inflatie op langere termijn rond 2% ligt.
Methodologische verschillen
Er zijn belangrijke methodologische verschillen tussen de PCE- en de CPI-inflatie. De CPI-inflatie meet de gemiddelde prijsveranderingen van goederen en diensten die rechtstreeks door stedelijke consumenten worden betaald. De PCE-inflatie meet daarentegen de prijsveranderingen van goederen en diensten die door consumenten (zowel in steden als op het platteland) worden geconsumeerd (hoewel niet noodzakelijkerwijs rechtstreeks betaald). Dat is een belangrijk verschil en leidt tot aanzienlijke verschillen tussen de PCE- en de CPI-maatstaf inzake weging van de componenten. Gezondheidszorg, die vaak door werkgevers of de overheid wordt betaald, heeft een veel hoger gewicht in de PCE dan in de CPI (zie figuur 1). Hetzelfde geldt voor financiële diensten, waarbij de CPI alleen vergoedingen en commissies omvat, terwijl de PCE ook de geïmputeerde kosten voor financiële bemiddeling omvat. Software heeft ook een hoger gewicht in de PCE, aangezien veel softwareabonnementen die door consumenten worden gebruikt, door werkgevers worden betaald (bijvoorbeeld Microsoft 365-abonnementen). In de CPI-index daarentegen hebben goederen en diensten die rechtstreeks door consumenten worden betaald (bijvoorbeeld huur en auto's) een hoger gewicht.
Het is ook belangrijk om op te merken dat de berekeningen van de CPI grotendeels zijn gebaseerd op enquêtes onder huishoudens en steekproeven van detailhandelsprijzen (d.w.z. de Consumer Expenditure Survey), terwijl de PCE meer steunt op enquêtes onder bedrijven en op administratieve gegevens. Dit leidt tot onderwegingen in het CPI-pakket, aangezien consumenten vaak onderschatten wat ze voor bepaalde artikelen betalen (bijvoorbeeld softwareabonnementen).
Een ander belangrijk methodologisch verschil is dat de CPI-gewichten slechts jaarlijks worden aangepast, terwijl de PCE-gewichten dynamisch worden aangepast (op basis van gegevens over consumentenuitgaven) en dus bij elke publicatie veranderen. Wanneer de prijs van een artikel snel stijgt, geven consumenten er doorgaans minder aan uit, waardoor het gewicht ervan in hun uitgavenmandje daalt. Gezien de dynamische gewichtsaanpassingen geeft de PCE dit effect beter weer.
Mede om deze reden is de PCE-inflatie historisch gezien doorgaans lager dan de CPI-inflatie (zie figuur 2). Een andere reden is de snelle stijging van huisvestingsprijzen, die de afgelopen decennia de algemene inflatie ver overtrof.
PCE overtrof CPI recentelijk
Maar meer recent overtrof de PCE-inflatie de CPI-inflatie (zie figuur 3). In februari lag de PCE-inflatie 0,46 procentpunt hoger dan de CPI-inflatie. Dat verschil verdween in de twee daaropvolgende maanden, toen zowel de CPI- als de PCE-inflatie in april 3,8% bereikten. De kern-PCE (3,3%) bleef echter veel hoger dan de kern-CPI (2,7%). De belangrijkste reden waarom de totale CPI-inflatie de totale PCE-inflatie inhaalde, was inderdaad de sterke stijging van de energie-inflatie (die een groter gewicht heeft in de CPI-inflatie).
Waarom is de kern-PCE dan zo veel hoger? De verklaring ligt opnieuw in de verschillen inzake weging. De prijzen van sommige componenten met een hoger gewicht in de PCE zijn de laatste tijd versneld. Met name de softwareprijzen zijn aanzienlijk gestegen als gevolg van de huidige AI-boom. Daarentegen zijn de prijzen van auto's en huur (die een hoger gewicht hebben in de CPI) de afgelopen jaren afgenomen (zie figuur 4).
Zal deze divergentie aanhouden?
Of de PCE-inflatie de CPI-inflatie de komende maanden zal blijven overtreffen, hangt sterk af van de oorlog in Iran. Mocht het conflict spoedig eindigen (zoals de oliefutures aangeven), dan kunnen we verwachten dat de energieprijzen zullen dalen. Dit zou de CPI-inflatie sneller omlaag duwen dan de PCE-inflatie. Een langdurig conflict, met een langere afsluiting van de Straat van Hormuz, zou het tegenovergestelde effect hebben.
Wat de kerninflatie betreft, kunnen we verwachten dat de divergentie de komende maanden zal aanhouden. De AI-boom lijkt onverminderd door te gaan, waardoor de prijzen voor IT-gerelateerde artikelen stijgen. Ondertussen zal de huisvestingsinflatie (veruit de grootste CPI-component) de komende maanden waarschijnlijk verder afnemen, zoals blijkt uit de markthuren. Hogere autoprijzen (zoals blijkt uit vooruitkijkende indicatoren) zouden enige compensatie kunnen bieden, maar zullen het verschil waarschijnlijk niet dichten.