CNB drukt speculatie de kop in
Op het einde van het jaar knokken centrale banken traditioneel voor een plekje in de schijnwerpers. Wij verdeelden noodgedwongen onze aandacht in deze column onder andere over de Fed, ECB, Bank of Japan en Hongarije. Viel uit de boot en krijgt vandaag eerherstel: de Tsjechische centrale bank (CNB).
Een blik op de Tsjechische swaprentes leert al veel. Sinds de beleidsvergadering van 18 december kelderde de curve met bijna 20 basispunten. Het korte tot middellange eind trokken de kar. Dat zijn niet toevallig de looptijden geënt op het monetair beleid. Wat veranderde er? In ieder geval niet de beleidsrente. Die bedraagt al sinds mei van vorig jaar 3.5%. De begeleidende verklaring sluit verdere renteverlagingen voorlopig uit omwille van sluimerende binnenlandse inflatiedruk. Sinds het begin van 2024 evolueerde algemene inflatie tussen 1.8% en 3%. De CNB vervult hiermee haar 2%-doelstelling, mits het in rekening brengen van de toegestane marge van 1 ppt. Onderliggende maatstaven (gezuiverd voor onder meer voeding en energie) blijven echter hardnekkiger. De CNB streeft daarom naar een voldoende positief reëel (= voor inflatie gecorrigeerde) niveau van de beleidsrente. Het is pas dan dat monetair beleid daadwerkelijk op een economie weegt en zodoende inflatie in toom houdt.
De CNB bleef doorheen 2025 trouw aan haar orthodoxe reputatie. Nergens kwam dat meer tot uiting dan in de lange rist aan potentiële inflatieversterkende krachten waar ze systematisch voor waarschuwde en die mee de basis vormde voor het aanhoudend strikt monetair beleid: het fiscaal beleid, sterke kredietverlening, stevige loongroei in een krappe arbeidsmarkt of stugge diensteninflatie. De risicobalans neigde duidelijk naar “inflatoir”.
Daar kwam vorige maand verandering in. De centrale bank schat de inflatierisico’s nu meer in evenwicht. Een algemene correctie (bv. op de beurzen) een sterkere munt of internationale handelsbarrières vervoegen het risicolijstje als mogelijke prijsremmers. We betwijfelen of die factoren effectief doorslaggevend waren voor de gewijzigde risicobeoordeling. Daarvoor richten we onze blik naar het parlement, dat daags voor de beleidsvergadering een wet stemde die de elektriciteitsprijzen in 2026 significant (tot 10%) verlaagt – op kosten van de staat. KBC Economics schat dat die ingreep de gemiddelde inflatie voor 2026 met 0.4 ppt omlaag en tot onder het 2%-middelpunt trekt. Na de verwachte opsprong van 2.1% tot 2.3% voor december (cijfers morgen) zien we dat prijseffect mogelijk al meteen in de eerste maanden van het nieuwe jaar.
Een centrale bank, zeker de CNB, kijkt doorgaans voorbij dit soort artificiële inflatietemperende maatregelen. Maar de mogelijke uitlopers ervan op zowel de productie van andere goederen en diensten als op de inflatieverwachtingen van consumenten kan de CNB niet negeren. Dat betekent allerminst dat Praag binnenkort de normalisatiecyclus lager herneemt. Dat lezen we tussen de lijnen in de commentaren van gouverneur Michl afgelopen weekend. Wel stuurt de centrale bank het signaal aan de markt dat renteverhogingen nog niet meteen aan de orde zijn. Speculatie daaromtrent nam de afgelopen maanden stelselmatig toe. Op korte termijn en de verwachte inflatiematiging indachtig gaat de slinger mogelijk weer de andere kant op. Een versterking van de Tsjechische kroon voorbij EUR/CZK 24 is tegen die achtergrond niet evident. Maar bij een constructief algemeen risicoklimaat ziet CZK er evenmin van af. Aan EUR/CZK 24.20 zit de kroon voorlopig comfortabel gevangen in een zijwaartse handelsband tussen 24 en 24.40.
EUR/CZK: Tsjechische kroon gaat voorlopig nergens heen