Riksbank vervolledigt de beleidsbocht
De Zweedse Riksbank trok gisteren de beleidsrente met 25 bpn op van 1.75% tot 2%. Het was de eerste beleidsactie in meer dan een jaar en de eerste verhoging sinds september 2023. De beslissing was geen verrassing. Op de vorige vergadering in september zette ze de bocht al in: ze concludeerde dat de rente wellicht hoger moet dan ze eerder dacht. De Riksbank ging er toen vanuit dat ze het monetair beleid nog dit jaar zou bijstellen. Kopman Thedéén liet er in een toespraak begin oktober vervolgens nog weinig twijfel over bestaan.
De samenvattende paragraaf van de beleidsverklaring capteert de essentie: sterkere economische activiteit gaat gepaard met oplopende kostendruk waardoor inflatie naar verwachting zal versnellen. De centrale bank beantwoordt die inflatiedreiging met een renteverhoging. Aanhoudend hoge energieprijzen duwden inflatie (CPIF-graadmeter op basis van een vaste rentevoet) richting 1.5% in september. De maatstaf gezuiverd voor energie landde in september op 0.5%. Een reeks overheidsmaatregelen maskeert weliswaar de echte druk. Daarvoor gecorrigeerd bedraagt inflatie in werkelijkheid resp. 3% en 1.6%. In de verse lading cijfers van vanmorgen valt het prijspeil wel sterker terug dan verwacht. We moeten het doen zonder de correctie van de Riksbank maar de richting is duidelijk: 1.1% voor het algemene cijfer en amper 0.1% voor kerninflatie. De centrale bank ging in de prognoses van september uit van 1.6% en 0.6%.
Au fond verandert dat het argument van de centrale bank niet. Stockholm merkte gisteren op dat bedrijfskosten oplopen, en niet alleen op gebied van energie. In de maandelijkse Economic Tendency Survey waarnaar het verwijst, geven meer bedrijven dan normaal aan dat ze hun prijzen als gevolg daarvan zullen optrekken. Dat in combinatie met haar optimistische kijk op de (binnenlandse) economie en arbeidsmarkt mondde uit in de waarschuwing voor versnellende inflatie in de komende periode. Dat daags nadien blijkt dat in oktober net het tegenovergestelde gebeurde is een beetje ongelukkig, maar sluit voor het overige niks uit.
De Riksbank zelf houdt vast aan de renteprognoses van september. Die gaan uit een bijkomende verhoging, mogelijks in het eerste kwartaal van 2027. Het traject helt verder opwaarts richting 2028kw3 zonder dat het een volledige derde renteverhoging (tot 2.5%) omarmt. Het signaleert in die zin opwaartse risico’s eerder dan concrete beleidsactie. De Zweedse markt zet haar geld momenteel in op maart als grootste kanshebber voor een tweede renteverhoging. Vóór de inflatiecijfers vanmorgen was dat nog februari.
Veel rentesteun hoeft de Zweedse munt in ieder geval niet te verwachten. Het SEK-track record van 2026 oogt voorlopig niet te best. De moeilijke geopolitieke context en magere hulp van de Riksbank trokken EUR/SEK van een jaardal rond 10.5 richting 11.35 begin oktober. De beweging lager sindsdien kwam vooral op conto van een door de Franse koorts gevelde euro. Ze botst net vandaag overigens op steun in de buurt van 10.9, zijnde de 50%-terugval op de 2026-stijging die nagenoeg samenvalt met het correctief dieptepunt van augustus. We gaan ervan uit dat die technische referentie standhoudt voor zover ondertussen gekalmeerde Europese (lees: Franse) kredietrisicopremies dat toelaten.
EUR/SEK (weekgrafiek): herstel van Zweedse kroon (op conto van zwakke euro) botst op weerstand