Neerwaartse herziening prijsontwikkeling Belgisch vastgoed
Volgens nieuwe Eurostat-cijfers liepen de prijzen op de Europese woningmarkt in het tweede kwartaal van 2026 verder op. Het kwartaalstijgingstempo van de prijzen verstevigde licht, van 1,1% tot 1,2%. De jaarstijgingsdynamiek vertraagde evenwel verder en zakte onder 5% (4.7%). Er waren opnieuw aanzienlijke verschillen tussen de lidstaten. In twee landen (komende van drie in Q1) daalden de prijzen tegenover het vorige kwartaal, zij het beperkt: Frankrijk en Hongarije. In Frankrijk was de correctie een voortzetting van ook een prijsdaling in de twee voorgaande kwartalen. De woningmarkt blijft er kampen met zwakte, met woningprijzen die in Q2 2026 nog 6,6% onder de eerdere piek van Q3 2022 lagen. In acht landen (evenveel als in Q1) bedroeg de prijsstijging meer dan 3%: Litouwen, Bulgarije, Roemenië, Letland, Portugal, Estland, Spanje en Oostenrijk. Vergeleken met hetzelfde kwartaal een jaar eerder lieten drie EU-landen een daling van de woningprijzen zien in het tweede kwartaal van 2026: Finland (-2,7%), Luxemburg (-2,2%) en Frankrijk (-0,8%). De hoogste jaarprijsstijging werd opnieuw opgetekend in Portugal (+16,5%).
Belgische woningprijzen stegen in Q2 2026 opnieuw tegenover het voorgaande kwartaal (+0,1%) na de terugval in Q1 2026 met 0,9%. In vergelijking met hetzelfde kwartaal een jaar eerder bedroeg de prijsstijging in Q2 2,1%. Dat cijfer impliceert een lichte versnelling van de jaarstijgingsdynamiek in vergelijking met Q1 (1,9%), maar blijft wel ruim onder de gemiddelde jaarstijging in de vier kwartalen van 2025 (3,2%). Net als in het eerste kwartaal ging achter het algemene woningprijscijfer een verschillende dynamiek schuil tussen nieuwe en bestaande woningen. De prijs van nieuwe woningen bleef in Q2 dalen tegenover het voorgaande kwartaal (-0,1%), maar wel veel minder dan in Q1 (-7,0%). Die van bestaande woningen steeg in Q2 (0,2%), maar eveneens veel minder dan in Q1 (1,3%).
In tegenstelling tot de Belgische situatie was er in de EU als geheel geen verschil in het kwartaalstijgingstempo van nieuwe en bestaande woningen in Q2 2026 (beide +1,2%). Toch zijn er, naast België, heel wat andere landen waar de prijsdynamiek voor de beide segmenten in Q2 erg uiteenliep. Ook in Slovenië, Nederland en Tsjechië daalden de prijzen voor nieuwe woningen in Q2 maar stegen die voor bestaande. Omgekeerd, stegen vooral in Italië en Luxemburg de prijzen van nieuwe woningen sterker dan die van bestaande.
Zoals verwacht, was het negatieve Belgische Q1-cijfer geen voorbode van een verdere prijscorrectie in Q2, al bleef ook dat cijfer veeleer zwak. De fundamentals van de Belgische woningmarkt zijn niet barslecht en bovendien is de markt, althans volgens het KBC-waarderingsmodel, niet langer overgewaardeerd (het model wijst op een zeer geringe overwaardering van 0,4% in Q2 2026). Als gevolg van het toch wat zwakker dan verwachte Q2-cijfer en de intussen verder oplopende langetermijnrente passen we ons vooruitzicht voor de prijsontwikkeling van Belgisch vastgoed in 2026 niettemin wat neerwaarts aan. Voor het geheel van (bestaande en nieuwe) woningen gaan we nu uit van een gemiddelde prijsstijging van 1,5% in 2026 (komende van 2,1% in onze eerdere voorspelling). Met een verwachte algemene inflatie van 3,7% impliceert deze woningprijsvoorspelling voor 2026 wel een reële woningprijsdaling (d.w.z. gecorrigeerd voor de HICP-inflatie) van ruim 2%.
Geharmoniseerde woningprijsindex (jaar-op-jaarwijziging in %, bestaande en nieuwe woningen)