Een excuus minder tegen Fed-renteverhoging
Op het Amerikaanse tewerkstellingsrapport van augustus viel weinig aan te merken. Integendeel, payrolls verrasten vriend en vijand in de positieve zin met een netto jobgroei van maar liefst 162 000 (vs +55k consensusverwachting). Die was bovendien breedgedragen over de verschillende sectoren binnen de economie. Zwakkere cijfers uit de maand juni en juli kregen een opwaartse herziening van 55 000. De werkloosheidsgraad stabiliseerde op 4.1%, ook al nam de participatiegraad toe van 61.4% tot 61.6%. Ter vergelijking: de Fed schat de natuurlijke werkloosheidsgraad bij een economie in evenwicht (NAIRU) in op 4.2%.
Hoewel de aandacht van de Fed het voorbije jaar verschoof van maximale tewerkstelling naar prijsstabiliteit hebben de payrolls uiteraard nog betekenis. In de aanloop naar de beleidsvergadering van volgende week schrappen we een verzwakkende arbeidsmarkt van de mogelijke excuuslijst tegen een renteverhoging. De markt nam een gelijkaardige interpretatie. Ze schat de kans op actie nu in op iets meer dan 60%. We komen van zo’n 33% vóór Fed-voorzitter Warsh’ toespraak in Jackson Hole op 28 augustus. Die scherpte toen de Fed’s anti-inflatieboodschap aan en beloofde om, indien nodig, tering naar de nering te zetten. De Amerikaanse 2-j rente testte op vrijdag de cyclische top op 4.4%. De nieuwe rentesteun bracht de dollar voorlopig niet verder dan EUR/USD 1.16.
Het enige argument dat voorlopig staande blijft binnen de FOMC om het beleidsrente status quo nog iets langer aan te houden is de licht dalende trend in onderliggende diensteninflatie. Fed-raadslid Waller zei vorige week bijvoorbeeld dat zijn beslissing voor september staat of valt met het augustus-inflatierapport. Vrijdag staat het CPI-rapport op de agenda. Hoewel de Fed’s inflatiedoelstelling officieel op een andere maatstaf is geënt (PCE deflators) biedt de prijsreeks toch voldoende inzichten. Om te beginnen geeft ze sneller een beeld voor de maand augustus. De PCE-deflator voor dezelfde periode wordt pas op 30 september gepubliceerd. Ten tweede schoof de Fed sinds de vorige inflatie-opstoot zelf een uitgezuiverde CPI-reeks (zonder energie, voedsel en huisvestigingskosten) naar voren als naald in het kompas. Die superkern-CPI zette eind vorig jaar/begin dit jaar een voorlopig “dieptepunt” op 2.7% j/j. Sindsdien stopte het disinflatieproces. Dankzij gunstige basiseffecten en prijsdalingen begin juni viel de indicator wel opnieuw terug van 3.7% j/j in mei tot 2.8% in juli. Op maandbasis oordelen verschillende Fed-gouverneurs dat prijsstijgingen beperkt moeten blijven tot maximaal 0.15%-0.20% M/M om onderliggende kerninflatie op termijn op koers richting 2% te houden. Zelfs in geval van zo’n uitkomst zijn we sceptisch over de bewijskracht om de Fed nog langer aan de zijlijn te houden. De Amerikaanse groei is aan het versnellen en de arbeidsmarkt doet het goed. Tegelijk nemen opwaartse inflatierisico’s met de dag toe door de aanhoudende energieschok, de AI-hausse, de tarievendraak of binnenkort voedselprijzen. In die context kan de Fed gerust minstens een deel van de renteverlagingen uit het laatste kwartaal van vorig jaar omkeren. Die kwamen er uit voorzorg ter bescherming van het tewerkstellingsmandaat. De arbeidsmarkt rechtte uiteindelijk de rug. Hetzelfde voorzorgsprincipe pleit nu voor renteverhogingen ter bescherming van het prijsstabiliteitsmandaat.
Amerikaanse 2j-rente test cyclische top na sterke payrolls