Zweedse kroon krijgt weinig steun
Nabij EUR/SEK 11.10 botst de Zweedse kroon opnieuw aan tegen de zwakste niveaus in meer dan een jaar. Daar komt vanmorgen nauwelijks verbetering in, ondanks onverwacht sterke Zweedse groeicijfers voor het tweede kwartaal. De oorzaak van de zwakke kroon vinden we in belangrijke mate bij de Riksbank. Die keerde terug naar een tactiek die ze al eerder toepaste: die van monetaire freerider aan het rand van de eurozone. Een relatief zwakke munt helpt om de groei te ondersteunen. Inflatiebestrijding wordt pas prioriteit als het echt brandt. De low-profile communicatie naar aanleiding van de beleidsbeslissing vorige week past perfect in dit plaatje.
Eerst kort naar de groeicijfers voor het tweede kwartaal. Die waren zonder meer sterk. De activiteit groeide met 1.6% op kwartaalbasis en lag daarmee 3.3% hoger dan in dezelfde periode vorig jaar. Die groei was breed gedragen over alle deelcomponenten, van particuliere consumptie (+1.9% kw/kw) over investeringen (+3.5%) tot overheidsconsumptie (+0.7%). Ook de netto-export droeg bij (bijdrage +0.5 ppt). Het cijfer werd getemperd door een afbouw van de voorraden. Toegegeven, dit sterk cijfer volgde op een zwak eerste kwartaal (-0.1% kw/kw).
Over naar de Riksbank. Die hield de beleidsrente vorige week onveranderd op het lage niveau van 1.75%. In de toelichting nam ze akte van de recente indicaties rond sterkere groei. Toch was dat geen reden om de terughoudende communicatie over een eventuele monetaire verstrakking bij te sturen. De RB vermeldt nog steeds ‘kans’ op een renteverhoging later dit jaar, zeker als inflatie onverwacht zou versnellen, maar het blijft allemaal zeer voorwaardelijk. De RB kijkt de kat uit de boom. Ze kan de druk gemakkelijk afhouden omwille van lage gerapporteerde inflatie. CPIF inflatie (de voorkeursmaatstaf met vaste rentevoet) bedroeg in juli -0.3% m/m en 0.7% j/j). Die lage inflatie is wel vooral schatplichtig aan prijsbeperkende overheidsmaatregelen (Btw-verlaging op voeding, verlaagde energiebelastingen). Gecorrigeerd hiervoor is CPIF inflatie 2.2%. De RB geeft zelf toe dat de onderliggende dynamiek en risico’s recent duidelijk opwaarts gericht waren. Conclusie: sterker dan verwachte groei en opwaartse/aantrekkende inflatierisico’s maar een centrale bank die niet geneigd is om echt in te grijpen, ondanks een hoe dan ook absoluut lage beleidsrente. De RB wil de groei niet nodeloos afremmen en zet zich achteraan in het peloton als het over inflatiebestrijding gaat. Dat is ook de toon in notulen van de RB-vergadering die eerder deze week werden gepubliceerd.
Dat is slecht nieuws voor de munt, zeker in een context waar anderen (inclusief de ECB) wel actie ondernemen om inflatie niet te laten ontsporen. De markt ziet slechts 30% kans op een renteverhoging eind september en 70% voor oktober. Pas in december is ze volledig verdisconteerd. De Zweedse kroon laat sinds begin dit jaar een trendmatige verzwakking optekenen tegen de euro. Het monetair beleid geeft alvast weinig aanleiding om dit patroon te doorbeken. EUR/SEK 11.11 is een significante weerstand (steun voor de kroon) met 11.33 (top 2025) een volgend ijkpunt. De toppen van 2024 bevinden zich nabij 11.78.
EUR/SEK: kroon nadert belangrijke steun. RB helpt niet.