Reële rentecomponent stuwt langetermijnrentes
De stijging van Amerikaanse consumenten- (CPI) en producentenprijzen (PPI) lag in de maand juli kort bij de marktverwachting. Schuchtere pogingen om Amerikaanse rentes lager te duwen na zwakke payrolls (vorige week vrijdag) en CPI (woensdag) kregen gisteren toch een gevolg. Amerikaanse rentes daalden zo’n 5 basispunten over de rentecurve. Het cijferdrieluik was cumulatief dan toch overtuigend genoeg om posities mbt Fed-verwachtingen tussentijds bij te sturen. Amerikaanse geldmarkten dichtten het scenario van een Fed-renteverhoging in september een kans van iets meer dan 50% toe. Die probabiliteit daalde richting 30%. Voorlopig erkent de markt dat inflatie nog steeds koppig hoog blijft, maar dat gevreesde opwaartse inflatierisico’s zich (nog) niet manifesteren. In die context kan de Fed langer aan de zijlijn blijven. Door de idee van een renteverhoging evenwel levend te houden, knapt de markt een deel van het werk op.
Aan het korte eind van de (Amerikaanse) rentecurve komt er op die manier mogelijks een einde aan de stijgende trend sinds de start van de oorlog tegen Iran. Die bracht de Amerikaanse 2j-rente van 3.4% tot een piek van 4.4% eind juli. De trend kan vervellen naar een consolidatiepatroon dat aan de onderkant stevig begrensd wordt door de psychologische kaap van 4%. Het cijfer van de dag of het grillige patroon van energieprijzen zal dan het momentum binnen de zijwaartse range bepalen.
Aan het lange eind van de curve zijn de kaarten anders geschud. De Amerikaanse 10j-rente noteert aan 4.7%. Op zeer korte periodes in 2023 en 2025 na, is dat het hoogste niveau sinds 2007. De Amerikaanse 30j-rente (5.28% top) haalde die technische mijlpaal al. Veilingen van Amerikaanse overheidsobligaties trokken deze week de aandacht omdat de schatkist de hoogste rendementen betaalde sinds respectievelijk 2007 en 2001. Onderliggend valt op dat de rentestijging aan het lange eind van de curve wordt ingegeven door een hogere reële rente in plaats van door een hogere inflatierisicopremie. Wat de inflatiekant betreft, toont dat investeerdersvertrouwen in de tijdelijkheid van de energieschok en/of de dadenkracht van de Fed. De hogere reële rente is dan weer de tikkende tijdbom die publieke financiën heet. Voorlopig gaat het normalisatieproces van die rentecomponent onverstoord verder. Het aanslepende conflict in het Midden-Oosten zet nog meer druk op een al precaire fiscale positie. Op een looptijd van 10 jaar ligt de reële rente sinds midden juli boven de inflatierisicopremie. Sinds 2004 was die constellatie eerder uitzondering dan regel.
Die onderliggende dynamiek is niet uitsluitend een Amerikaans gegeven. Zo flirt de Duitse reële rente op een looptijd van 10 jaar voor het eerst sinds 2011 met 1%. In nominale termen bereikt de Duitse 10j-rente voor het eerst sinds datzelfde jaar 3.20%.
Amerikaanse 10j rente: nominaal (oranje); reëel (geel) en inflatieverwachtingen (zwart)