Markt mag/moet inflatie zelf op waarde beoordelen
De intrede van Fed-voorzitter Warsh ging in juni niet onopgemerkt voorbij. Hij kortte de beleidsverklaring drastisch in tot zo’n 130 woorden. De impliciete suggestie dat een renteverlaging de volgende Fed-actie wordt, ging mee op de schop. Achteraf trakteerde Warsh de verzamelde pers net niet op een stilzwijgen. Slechts één ding was overduidelijk: Warsh is op een missie. Hij wil na vijf jaren opnieuw prijsstabiliteit (2% inflatie) realiseren. Het richtinggevende “dot plot” – veroordeeld tot executie – legde een verdeeld beleidscomité bloot. De helft zinspeelde op minstens één renteverhoging dit jaar.
Het communiqué na de julivergadering was een quasi-kopie van juni. In tegenstelling tot juni, stemden 3 van de 12 stemgerechtigde FOMC-leden voor een renteverhoging met 25 basispunten. Op de vraag-en-antwoordsessie botste de nieuwe communicatiepolitiek van de Fed meteen tegen haar grenzen aan. Gebrek aan duiding en raamwerk zorgden vooral voor onduidelijkheid en chaos op markten. Minder Fed-vergaderingen en persbabbels staan hoog op de verlanglijst van Warsh die vooral minder zelf wil praten en het werk aan de markt overlaten. Die moeten de economische cijfers op hun waarde beoordelen.
Het Amerikaanse arbeidsmarktrapport vormde vorige week vrijdag een eerste test. In juli gingen er 23 000 banen verloren. De tewerkstellingsgroei van mei en juni lag 103 000 jobs lager dan initieel geschat. Die stevige uitschuiver was beneden alle verwachtingen. Amerikaanse geldmarkten schroefden de kans op een renteverhoging in september terug tot minder dan 50%. In een Pavlov-reactie verloren het korte eind van de rentecurve en de dollar terrein.
Op maandag was de beweging al ongedaan gemaakt. Het tewerkstellingsluik van het dubbele Fed-mandaat is momenteel niet doorslaggevend. Het draait om inflatie. En dat brengt ons bij vandaag met CPI-inflatiecijfers voor de maand juli en een hopeloos verdeelde markt. Die positionering laat wel ruimte voor reactie in geval van afwijkende cijfers. De consensus verwacht een lichte matiging in zowel algemene inflatie (3.4% van 3.5%) als onderliggende kerninflatie (2.5% van 2.6%). Een inflatiemeevaller kan het verwachtingspatroon voor september op korte termijn opnieuw temperen en voor correctie aan het korte eind van de curve zorgen. In zo’n scenario houden we EUR/USD 1.16 in de gaten. Dat niveau diende zich recent aan als sterke technische weerstand. Omwille van de aanhoudende patstelling tussen de VS en Iran en daarmee gepaarde druk op energieprijzen (Brent ruwe olie $90/vat) zal de markt niet volledig geneigd zijn om volledig een streep door het septemberscenario te trekken. In geval van een ongunstig inflatiecijfer kan de zaak voor september snel beklonken zijn. Een drietal Fed-bestuursleden die eind juli voor het status quo stemden, gaven bereidheid aan om van kamp te wisselen als prijsdruk aanhoudt. Voor de volgende Fed-meeting (16 september) wordt ook nog het CPI-inflatierapport voor augustus (11 september) gepubliceerd.
EUR/USD 1.16 als sterke technische weerstand, zelfs in geval van Amerikaanse inflatiemeevaller?!