Missie volbracht voor Zwitserse centrale bank
Kwartaaldata van de balans van de Zwitserse centrale bank (SNB) bevestigden de sterke vermoedens: de SNB intervenieerde in maart in de wisselmarkt om een ongewenste CHF-stijging tijdens de eerste fase van de oorlog in het Midden-Oosten af te remmen. EUR/CHF 0.90 is blijkbaar een soort lijn in het zand. Missie volbracht overigens. Ondertussen handelt de EUR/CHF-combinatie terug nabij 0.92.
In het eerste kwartaal van dit jaar kocht de SNB voor een tegenwaarde van CHF 3.9 mld aan buitenlandse deviezen, met als spiegelbeeld een verhoging van het aanbod CHF in de markt. Het bedrag was daarmee iets lager dan in het tweede kwartaal van 2025 toen de onzekerheid als gevolg van ‘Liberation Day’ de Zwitserse frank te sterk maakte.
De SNB en interventies, het blijft een ambigu verhaal. Op zich staat de SNB niet te springen om het wapen in te zetten. Met reserves van de orde van grootte van 85% van het BBP heeft de SNB proportioneel een van de grootste ter wereld. Te grote reserves zijn niet per se een zegen. De overvloedige liquiditeit bemoeilijkt een efficiënt beheer van de geldmarkt. In een perspectief van een trendmatige appreciatie van de frank wordt de waarde van de reserves ook uitgehold (in CHF).
Tegelijk zijn interventies zowat het enige alternatief als een sterke Zwitserse frank de monetaire doelstelling in gevaar brengt. In tegenstelling tot vele andere landen kampt Zwitserland met een structureel lage inflatie. De SNB definieert prijsstabiliteit als een prijsstijging tussen 0% en 2%. Na een korte uitschieter in 2022 (3.5%) bevond inflatie zich begin dit jaar terug aan de bodem van de doelzone. De SNB-beleidsrente bedraagt 0% en de SNB wil een terugkeer naar negatieve rentes vermijden. Dan zijn FX-interventies tegen de te sterke munt de voor de hand liggende optie om ongewenste deflatie vermijden. De SNB rechtvaardigt de interventies altijd in functie van haar inflatiedoelstelling en niet als een middel om een concurrentieel voordeel te verkrijgen. Toch speelde de bijkomende druk op Zwitserse bedrijven in een verslechterende economische context waarschijnlijk op de achtergrond wel mee. Hoe dan ook, zelfs al temperde de sterke munt de kostendruk van stijgende invoerprijzen, dan nog werd een punt bereikt waar ze te veel nadelen veroorzaakte, monetair en economisch.
Ondertussen nam de druk op de Zwitserse frank af. De actie van de SNB en de voortdurende herhaling dat ze bereid blijft in te grijpen hadden zeker hun effect. Ook de geopolitieke spanning bekoelde. Ten slotte evolueert de globale monetaire context minder in het voordeel van CHF. Met een lage inflatie (0.6% in mei) blijft de SNB één van de laatsten om de rente te verhogen. In een context waar vele andere centrale banken wel optreden (of de rente restrictief houden) krijgt de frank een oplopend rentenadeel. Ook de bredere stijging van de lange termijn reële rentes (in de VS, maar ook elders) maakt de alternatieve kost voor het aanhouden van de laagrentende frank groter. Bij het uitblijven van een geopolitiek geïnspireerde risk-off, kan de frank de (neerwaartse) correctie sinds maart behouden en in een momentumperspectief eventueel zelfs nog beperkt verder verzwakken.
EUR/CHF: Zwitserse frank in rustiger vaarwater.