ECB’s Sintracongres: evolutie eerder dan revolutie
Wie “Jackson Hole” zegt, denkt spontaan aan het jaarlijkse Fed-congres dat markten eind augustus uit hun zomerslaap haalt. De Amerikaanse centrale bank maakte in een recent verleden wel vaker gebruik van dat podium en de internationale media-aandacht om belangrijke boodschappen te lanceren. Ex-voorzitter Bernanke luidde zowel in 2010 (QE-2) als in 2012 (QE-3) de liquiditeitsbel. Powell, net afgezwaaid, schakelde op een ondankbaar moment (2020) naar “average inflation targeting” (periode van hogere inflatie toelaten om te compenseren voor langere periode van lage inflatie) om het concept vijf jaar later weer te begraven.
ECB-voorzitster Lagarde’s voorganger, Mario Draghi, moest het met veel minder doen toen hij de euro in 2012 van de ondergang redde: een investeerdersconferentie ingericht als publiciteit in de aanloop naar de Olympische Spelen in het Londense “Lancaster House”. Het duurde die zomer nog enkele dagen vooraleer iedereen de memo (“whatever it takes”) ontving. Sinds 2014 timmert de ECB langzaam maar zeker aan haar eigen “Jackson Hole”. De jaarlijkse jamboree in het Portugese Sintra gaat vanavond van start en eindigt op woensdag met een panelgesprek tussen de kopstukken van de ECB, de Fed, de Bank of England en de Bank of Canada.
De Sintra-conferentie leverde nog niet de spraakmakende headlines van Jackson Hole op. Meer en meer staat het synoniem voor het voortschrijdend monetair inzicht van de ECB. Evolutie in plaats van revolutie. Van een periode van structureel lage inflatie waarin de vraagkant van de vergelijking centraal stond naar een onzekere wereld waarin aanbodschokken inflatie boven de 2%-doelstelling gijzelen. Het ECB-beleid transformeerde van het prediken van continuïteit en stabiliteit naar het varen van een meer reactieve en zelfs proactieve koers. Lag de focus de eerste jaren nog op asymmetrische beleidsvoering met vooral oog voor de neerwaartse inflatierisico’s, dan is de balans vandaag in evenwicht. De tijd dat de economisten in Frankfurt de toon zetten voor de beleidskoers (ECB staff projections) is voorbij. De periode 2021-2022 legde de gebreken van een zuiver modelmatige benadering pijnlijk bloot. De aanpak speelt nu tweede viool. De ECB evolueert mee met haar tijd en is bereid om (snel) te schakelen op basis van actuele cijfers (data-afhankelijk) en vooral in te spelen op risico’s (scenario-analyse). De renteverhoging eerder deze maand is de uitkomst van de pragmatische aanpak die Lagarde in maart op de ”ECB and Its Watchers” conferentie uit de doeken deed.
Hoewel het officiële thema dit jaar kadert rond Europa’s economische toekomst op vlak van innovatie, groei en stabiliteit is het monetaire beleid nooit veraf. ECB-leden zijn nog steeds in staat van verhoogde waakzaamheid ondanks het interim-akkoord tussen de VS en Iran en de forse daling van olieprijzen. Om haar geloofwaardigheid kracht bij te zetten kan de ECB terugvallen op een “hoger voor langer” boodschap. De enigmatische neutrale beleidsrente is een ander thema dat aan bod kan komen. ECB hoofdeconoom Lane suggereerde dat de theoretische vork voor de evenwichtsrente tot 2.5% in plaats van 2.25% reikt. De neutrale rente is hoog genoeg om inflatie af te remmen en laag genoeg om de economie van zuurstof te voorzien. Stuurt de ECB aan op een neutrale rente boven de huidige beleidsrente (2.25%), dan zegt ze eigenlijk dat het monetaire beleid op vandaag nog licht stimuleert in een context van economische weerbaarheid en oplopende inflatie(risico’s).
EMU 2j swaprente: bodem (2.6%/2.7%) beschermd door ECB-boodschap?