Europese PMI’s tonen nu ook economische tol
Europese PMI-vertrouwensindicatoren voor de maand mei schetsen een ontnuchterend beeld. In april anticipeerde een groeiende, exportgerichte, maakindustrie nog op verdere prijsdruk en toevoerproblemen door voorraadopbouw. Op die manier bleef de economische impact van de oorlog in het Midden-Oosten beperkt. In mei vallen de maskers af. Het momentum in de verwerkende nijverheid vervaagt en een verlies aan koopkracht bij de consument duwt de binnenlandse diensteneconomie verder kopje onder (zwakste prestatie sinds februari 2021). Het overkoepelende PMI-cijfer zakt van 48.8 tot 47.5, het laagste cijfer sinds oktober 2023. Omdat niveaus beneden 50 wijzen op economische contractie, kijkt de euro zone voor het eerst sinds Q4 2022 tegen een kwartaal van negatieve groei aan. Op landenniveau kende vooral Frankrijk een verontrustende terugval.
De details zijn weinig opbeurend. Een daling in het aantal nieuwe bestellingen in de maakindustrie wijst erop dat de sector vanaf juni ook onder het 50-evenwichtsniveau zal dalen. Ondervraagde aankoopdirecteurs blijven ook pessimistisch over de toekomst. Werknemers zijn het kind van de rekening. Voor een vijfde maand op rij gingen jobs verloren en dat aan het snelste tempo sinds november 2020. De Covid-pandemie buiten beschouwing genomen gaat het om de grootste afdankingen sinds augustus 2013.
Aan de kostenkant lopen productiekosten voor de zevende maand op rij op en dat aan het snelste tempo sinds eind 2022. Verkoopsprijzen volgen de richting van de beweging, maar aan een trager tempo. Desondanks neemt ook de eindfactuur voor de consument toe aan het snelste peil sinds begin 2023. Volgens de samenstellers van de PMI-enquête wijzen de absolute niveaus erop dat Europese inflatie de volgende maanden (minstens) rond 4% zal schommelen. De maakindustrie waarschuwt behalve voor hogere energie- en transportkosten ook voor druk op internationale toevoerkettingen. Bedrijven willen hun hand leggen op steeds minder beschikbare grondstoffen. De doorlooptijd tussen beide is de langste sinds de zomer van 2022.
De toenemende spreidstand tussen oplopende prijsdruk en zwakkere groei beïnvloedt het marktdenken met betrekking tot het toekomstige ECB-beleid niet. Het uitgangspunt blijft een beperkte aanpassing van het monetaire beleid om inflatie(risico’s) op te vangen zonder de economie onnodig onder extra druk te zetten. Concreet vertaalt zich dat op vandaag in een renteverhoging in juni gevolgd door nog één of twee extra zetten later dit jaar. De voorbije dagen viel op dat een aantal ECB-leden in publieke commentaren van toon veranderden. Ze gaan net als de markt uit van een renteverhoging tenzij er een snelle en brede doorbrak komt in het Midden-Oosten. Tot voor kort was een ongewijzigde rente het uitgangspunt, tenzij het cijfermateriaal de inflatievrees aanwakkerde. Morgen spreekt ECB-voorzitster Lagarde op een persconferentie naar aanleiding van de Eurogroep-vergadering (EMU ministers van Financiën). We zijn benieuwd of ze in haar kaarten laat kijken.
EUR/USD handhaaft zich net boven 1.16. PMI’s snel geklasseerd