Britse rentemarkt trekt aan de alarmbel
Wordt de gigantische verkiezingsnederlaag in het Verenigd Koninkrijk de crisis te veel voor de eerste minister? Starmer kwam tijdens zijn verblijf in Downing Street 10 al in meerdere politieke stormen terecht. Plotse beleidswendingen, belastingverhogingen, intern verzet en het meest recente Mandelson-schandaal maakten hem immens onpopulair, zowel bij het publiek als in de eigen rangen.
De lokale (Engeland) en regionale (Welsh en Schots parlement) stembusslag vorige week donderdag waren de eerste politieke toets voor het Labour van Starmer sinds het aan de macht kwam 2024. Het contrast met die klinkende overwinning kan moeilijk groter. Na meer dan een eeuw raakte Labour de meerderheid in het parlement van Wales kwijt. Ze verloor opnieuw zetels in het Schotse, zoals de partij al in elke verkiezing sinds 1999 deed. En van elke vijf gemeenteraadszetels die ze in Engeland verdedigde, verspeelde ze er bijna drie. De grote winnaar was Brexiteer Nigel Farage’s Reform UK.
Die electorale kaalslag maakt Starmer’s positie stilaan onhoudbaar. De afgelopen dagen riepen al meer dan 80 van de 403 Labour-parlementsleden (>20%) om zijn ontslag. Mocht iedereen zich achter dezelfde kandidaat-opvolger scharen, dan geeft dat automatisch aanleiding tot voorzittersverkiezingen. Dat is niet het geval, zodat de meesten van hen de eer aan Starmer laten. Door insiders omschreven als een uitzonderlijk koppig man weigert hij voorlopig categoriek, ondanks de druk van een groeiend aantal topministers van onder andere Buitenlandse en Binnenlandse Zaken. Starmer buigt, maar barst (nog) niet.
Zo’n potentiële wissel aan de top heeft onvermijdelijk consequenties voor het beleid in de breedste zin van het woord. Want aan het lot van Starmer hangt ook dat van zijn minister van financiën Reeves. Onder hun Conservatieve (voor)voorgangers Truss en Kwarteng kreeg het vertrouwen van de financiële markten in het Verenigd Koninkrijk een stevige knauw. Hun op schulden gebaseerde begrotingsplannen ontlokten een crash in het pond en joegen Britse rentes de stratosfeer in. Het Verenigd Koninkrijk is sindsdien het leidend – lijdend, zo u wil – voorbeeld voor alles wat met openbare financiën te maken heeft. Het duo Starmer-Reeves zocht en vond een fragiel evenwicht maar de huidige onzekerheid zet dat op de helling.
Een perfecte storm van stijgende olieprijzen, opwaartse inflatie(risico’s) en politiek-geïnspireerde onzekerheid over het nieuwe fiscaal discours sleurt de Britse rentes al enkele weken hoger. Maar vandaag trekt de markt echt aan de alarmbel. De volledige curve spurt tussen 12 en 13 bpn hoger. De tweejaarsrente, een proxy voor verwachtingen rond het toekomstig monetair beleid, werkt aan een terugkeer richting de jaartop op 4.7%. De Britse geldmarkt rekent momenteel op ruwweg drie renteverhogingen van de Bank of England dit jaar. Het is voorlopig wachten op topman Bailey, die eerder al vond dat de markt te hard van stapel loopt. Hoe verder op de curve, hoe meer onzekerheid tot uiting komt via oplopende risicopremies, onder meer rond inflatie en het lot van de vetarme staatskas. De Britse tienjaarsrente is op weg naar het hoogste slot sinds 2008. De looptijd op 30 jaar knalt naar een nieuw 28-jarig record. Die rentestijging holt de beperkte fiscale bewegingsruimte uit en kan op die manier ontaarden in een zichzelf versterkende spiraal. Het pond bleef lang stoïcijns onder de politieke ontwikkelingen maar toont nu toch tekenen van zwakte. EUR/GBP testte 0.87 maar voorlopig zonder een breuk hoger.
Britse dertigjarige rente moet de politieke en bijgevolg budgettaire onzekerheid niet.