MNB loopt niet op de feiten vooruit
De Hongaarse centrale bank (MNB) verzamelde gisteren voor de eerste keer sinds de politieke aardverschuiving van ondertussen zo’n tweetal weken geleden. De klinkende verkiezingsoverwinning van de pro-Europese Tisza-partij onder leiding van de populaire Peter Magyar veroorzaakte een stormloop op de Hongaarse munt, (langetermijn) overheidsobligaties (rentecrash van +/- 100 bpn) en de beurs.
Met Tisza aan de macht verbetert in de ogen van de markt het Hongaars risicoprofiel aanzienlijk. Magyar wil corruptie aanpakken, de rechtstaat herstellen en onderkoelde relaties met de Europese Unie opwarmen met een belangrijk doel voor ogen: de deblokkering van tientallen miljarden Europese financiële middelen. En om zijn plekje in de geschiedenisboeken écht te verdienen, timmert Magyar aan de introductie van de euro. Het fenomeen “Magyar” ontketent eigenlijk een “convergentie-trade” zoals Tsjechië die meemaakte in de aanloop naar en sinds de toetreding tot de Europese Unie in 2004. Hongarije vervoegde de club op hetzelfde moment maar beschikte niet over dezelfde economische adelbrieven. De financiële crisis van 2008 en 16 jaar Euroscepsis onder Orban betaalde Hongarije met oplopende risicopremies.
Of het Centraal-Europees land nu definitief de kentering inzette, dat wil de MNB (nog) niet gezegd hebben. De stevig gekrompen risicopremies helpen de centrale bank in het bereiken van de 3%- (+/- 1ppt) inflatiedoelstelling via de sterkere Hongaarse munt. De forint noteert momenteel aan de hoogste niveaus (rond EUR/HUF 365) sinds de Russische invasie van februari 2022. Maar de MNB beseft dat de sterke munt geen garantie is in de toekomst. Dat is het natuurlijk nooit, maar in de huidige geopolitieke context is extrapolatie al helemaal uit den boze. Bovendien moet de nieuwe administratie zich nog bewijzen. Na zijn officiële aanstelling als premier, nu vrijdag naar verluidt, kan Magyar aan de slag. Hij staat voor een moeilijke evenwichtsoefening tussen het ondersteunen van een naar adem happende economie en ontspoorde publieke financiën. Magyar’s hoge gunfactor bij de markt ten spijt moet ook hij zich schikken naar de realiteit.
De centrale bank is voorts beducht voor een snelle en/of onvoldoende voorbereide omschakeling naar de euro. Het kan onbedoelde negatieve gevolgen met zich meebrengen. Misschien is dat een poging van de MNB om het huidig marktoptimisme te temperen en zo een eventueel latere teleurstelling te vermijden. Het is niet ondenkbaar dat de invoering van de eenheidsmunt meerdere (Tisza-?)ambtstermijnen bestrijkt.
Deze, zeg maar gerust optimale marktomstandigheden zijn met andere woorden kwetsbaar. De centrale bank doet haar deel om die mee in stand te houden met een zo orthodox mogelijk beleid. Ze houdt de beleidsrente stabiel op 6.25%. Met inflatie op 1.8% levert dat de HUF een aanzienlijke rentebuffer op. Geen overbodige luxe in onzekere tijden. Renteverlagingen kunnen volgens MNB-gouverneur Varga enkel als Magyar de hoge verwachtingen inlost, m.a.w. als de verminderde risicopremies structureel zijn. Omdat inflatie zich naar verwachting vanaf de tweede jaarhelft boven het 4%-plafond zal nestelen is de ruimte voor monetaire versoepeling hoe dan ook beperkt.
EUR/HUF: MNB beschouwt sterke forint niet als verworven