MNB effent het pad voor renteverlaging in juni
De Hongaarse centrale bank (MNB) pikt op 23 juni de draad van februari op. Boedapest verlaagde toen de rente van 6.5% tot 6.25% omwille van gunstigere inflatie(vooruitzichten). Het conflict in Iran daags nadien doorkruiste enig perspectief van zowel de centrale bank als de markt op vervolgactie. De energieprijshausse maakte de MNB terughoudend. Deed ze dat niet, dan riskeerde ze haar wederopgebouwd marktvertrouwen opnieuw te verliezen.
Op de beleidsvergadering van eerder deze week veranderde de teneur hier en daar waarmee de centrale bank na drie maand status quo het pad effent naar een nieuwe renteverlaging in juni. Zo was de keuze voor het status quo op 6.25% bijvoorbeeld al niet unaniem. De MNB zwakte voorts haar oordeel over inflatie af. Hongaarse prijzen stegen in april met 2.1% à 2.2%, afhankelijk van de maatstaf. Dat is op het randje van de 3%-inflatiedoelstelling waarop de MNB een beiderzijdse afwijking van 1 ppt toelaat. De versnelling tegenover de 1.8% en 1.9% van maart was minder kwiek dan voorspeld in de driemaandelijkse prognose-update van maart. De (onzekere evolutie van) energieprijzen houden opwaartse risico’s in. Aanhoudend dure energie kan (zal) op termijn tweede-ronde-effecten genereren. De MNB is waakzaam voor de internalisering van wat in se een externe schok is en waarvan het verloop onmogelijk te voorspellen valt.
En dus handelt de centrale bank op basis van wat ze wél weet. Volgens de MNB wijzen de meest recente cijfers op een gematigdere toekomstige inflatie. De centrale bank alludeert hiermee op een neerwaartse herziening van de prognoses in het juni-rapport. In de maarttabellen stonden jaargemiddeldes voor 2026 en 2027 tussen 3.7-3.9%. De combinatie met de stevig teruggevallen Hongaarse risicopremies – in de eerste plaats zichtbaar in de munt – creëert volgens MNB-baas Varga wat meer manoeuvreerruimte.
KBC Economics anticipeert na juni op een bijkomende renteverlaging tijdens de zomer, op voorwaarde dat de momenteel gunstige marktomgeving zich min of meer handhaaft. De Hongaarse forint fungeert hier als kompas. De hele CE-regio doorstond de geopolitieke onrust verrassend vlot. De HUF genoot echter een bijkomende politieke rugwind. EUR/HUF noteert vandaag in de buurt van 354, de sterkste HUF-niveaus in meer dan vier jaar. De centrale bank focust op dit moment nog vooral op de positieve, disinflatoire impact ervan. Maar een technische renteverlaging van eerder deze maand legde minstens groeiende bezorgdheid bloot over de negatieve economische gevolgen voor het sterk exportgerichte Hongarije. De MNB zag het waarschijnlijk ook als een (uiteindelijk geslaagde) test in de aanloop naar het echte werk eind volgende maand.
Voor zover de externe context het toelaat kan de forint in principe sterk blijven, zelfs al vijlt de MNB de beleidsrente de komende maanden bij. De huidige niveaus wekken naast beleidsmatige zenuwachtigheid stilaan vragen op over het resterend potentieel. De markt kent de Tisza-regering wel erg veel vertrouwen toe. De hoge verwachtingen zijn o.i. niet allemaal even makkelijk in te lossen noch haalbaar op korte termijn. Het ontgrendelen van de Europese fondsen lukt aardig. Maar de introductie van de euro in 2030 is op z’n minst ambitieus te noemen. De begroting is een ander heet hangijzer. Premier Magyar waarschuwde onlangs voor wat het een vervalste begroting van de Orban-administratie noemde. Het tekort voor dit jaar zou geen 5% maar bijna 7% bedragen. De beloofde opkuis door Magyar moet het niet evidente evenwicht bewaren tussen geloofwaardige consolidatie en een economisch verstikkend fiscaal beleid.
EUR/HUF (weekgrafiek): motie van (blind) vertrouwen in Tisza-regering